Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6574

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2604693:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar ontvankelijk was omdat het niet mogelijk was om binnen afzienbare termijn een buitengerechtelijke schuldregeling te treffen, mede door het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats.

De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp voldeed, waaronder te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden en de verwachting dat hij aan de verplichtingen van de regeling zal voldoen. De rechtbank wees het verzoek af om de ingangsdatum van de Wsnp eerder te laten ingaan dan de datum van het vonnis, omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat de schuldenaar aan de afdrachtverplichtingen had voldaan in de periode voorafgaand aan het vonnis.

Er werd een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen van de schuldenaar tijdens de Wsnp. De regeling wordt vastgesteld op een duur van 18 maanden, ingaande op 17 april 2026. Indien de schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt de regeling met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.

Uitkomst: Verzoek toelating Wsnp toegewezen met ingangsdatum 17 april 2026 en duur 18 maanden; verzoek eerdere ingangsdatum afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
vonnis van: 17 april 2026
op het verzoek van:
[schuldenaar] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] te [plaatsnaam] .
Waar deze zaak over gaat
[schuldenaar] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [schuldenaar] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [schuldenaar] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 1 februari 2026. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[schuldenaar] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 10 april 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [schuldenaar] ,
- mevrouw M.N.A. Zoughagh, schuldhulpverlener van de gemeente Rotterdam.
1.3.
Schuldhulpverlening heeft op 10 april 2026 aanvullende informatie toegezonden.

2.De beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet [schuldenaar] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
2.2.
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens [schuldenaar] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat [schuldenaar] een periode geen vaste woon- of verblijfplaats heeft gehad, waardoor de schuldenlast niet binnen afzienbare termijn in kaart kan worden gebracht.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. [schuldenaar] is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.
De toelating
2.4.
[schuldenaar] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [schuldenaar] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.5.
[schuldenaar] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [schuldenaar] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat er in februari en maart 2026 is afgedragen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Er zijn echter geen onderliggende stukken bij de vtlb-berekening per januari 2026 overgelegd, waardoor de rechtbank de afdrachtcapaciteit niet kan controleren. Na de zitting is schuldhulpverlening in de gelegenheid gesteld om aanvullende stukken aan te leveren met betrekking tot het verzoek om een eerdere ingangsdatum. Schuldhulpverlening heeft verklaard dat zij niet in staat is om de stukken tijdig en compleet aan te leveren. Door het ontbreken van de stukken kan de rechtbank niet controleren of er in februari en maart 2026 voldoende is afgedragen en er aldus is voldaan aan de afdrachtplicht. Gelet op deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
2.11.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [schuldenaar] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [schuldenaar] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [schuldenaar] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [schuldenaar] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [schuldenaar] .
3.6.
Als [schuldenaar] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [schuldenaar] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[schuldenaar] ,
geboren op [geboortedatum]-1965 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
wonende te [adres] ,
[postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 17 april 2026 en de duur op 18 maanden;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [schuldenaar] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. [1]