Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6572

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2604029:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 349a FwArt. 295 FwArt. 296 FwArt. 316 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om een eerdere ingangsdatum van de regeling vast te stellen. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar zich in een problematische schuldensituatie bevindt en te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, waardoor het verzoek tot toelating werd toegewezen.

De rechtbank stelde vast dat zij bevoegd was de insolventieprocedure te openen als hoofdprocedure, aangezien het centrum van voornaamste belangen van de schuldenaar in Nederland ligt. De duur van de Wsnp-regeling werd vastgesteld op 18 maanden, ingaande op de datum van het vonnis, 17 april 2026.

Het verzoek om een eerdere ingangsdatum, namelijk 1 december 2024, werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat de schuldenaar aan de aflossingsverplichtingen uit het voorafgaande minnelijke traject had voldaan. De vtlb-berekeningen waren onjuist en diverse bedragen, zoals huur en auto- en reiskosten, waren onvoldoende onderbouwd. Ook was onduidelijk of de inwonende dochter een bijdrage aan de woonlasten verschuldigd was.

Tijdens de Wsnp moet de schuldenaar voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder informatieverstrekking, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd om toezicht te houden en de boedel te beheren. Bij volledige naleving van de verplichtingen eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers niet langer kunnen verhalen op de schuldenaar.

De rechtbank benoemde de bewindvoerder en rechter-commissaris en bepaalde dat de bewindvoerder een voorschot op zijn vergoeding mag nemen indien de boedel toereikend is. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toelating Wsnp toegewezen, verzoek om eerdere ingangsdatum afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
vonnis van: 17 april 2026
op het verzoek van:
[schuldenaar] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] te [plaatsnaam] .
Waar deze zaak over gaat
[schuldenaar] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [schuldenaar] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [schuldenaar] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 1 december 2024. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[schuldenaar] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 10 april 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [schuldenaar] ,
- [naam 1] , vader van [schuldenaar] ,
- de heer E. Rijkschroeff, schuldhulpverlener van de gemeente Nissewaard,
- mevrouw L. Harinck, beschermingsbewindvoerder.
1.3.
Schuldhulpverlening heeft op 13 april 2026 aanvullende informatie toegezonden.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[schuldenaar] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [schuldenaar] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[schuldenaar] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [schuldenaar] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Ter zitting is door de beschermingsbewindvoerder toegelicht dat er in januari tot en met maart 2026 € 300,- per maand is afgelost ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Daarnaast is er een vtlb-berekening per januari, februari en maart 2026 met onderliggende stukken overgelegd. Op basis van de overgelegde stukken stelt de rechtbank vast dat de inkomensbedragen van januari en maart 2026 niet overeenkomen met de bedragen zoals opgenomen in de vtlb-berekeningen. Ook is het bedrag aan kale huur per maand niet goed opgenomen in de vtlb-berekeningen. Daarnaast heeft [schuldenaar] ter zitting verklaard dat zijn dochter van eenentwintig jaar oud bij hem inwoont. Zij werkt en studeert. [schuldenaar] heeft niet toegelicht of zijn dochter recht heeft op een studentenreisproduct, waardoor de rechtbank niet kan vaststellen of zij een bijdrage voor de woonlasten is verschuldigd. Daarnaast is er een bedrag van € 361,66 opgenomen bij de gemaakte auto- en reiskosten. Ook dit bedrag is niet nader onderbouwd aan de hand van stukken. Gezien de vtlb-berekeningen niet geheel juist zijn vastgesteld en diverse bedragen niet zijn onderbouwd, kan de rechtbank niet vaststellen of er in het voorafgaande minnelijke traject is voldaan aan de afdrachtplicht.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [schuldenaar] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [schuldenaar] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [schuldenaar] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [schuldenaar] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [schuldenaar] .
3.6.
Als [schuldenaar] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [schuldenaar] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[schuldenaar] ,
geboren op [geboortedatum]-1973 te [geboorteplaats ] ([geboorteland]),
wonende te [adres] ,
[postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder [naam 2],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 17 april 2026 en de duur op 18 maanden;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [schuldenaar] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. [1]