In deze kortgedingprocedure vordert eiser betaling van een bedrag van €235.000,00 vermeerderd met overeengekomen rente van 15% per jaar sinds 10 juni 2021. Gedaagde, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De voorzieningenrechter beoordeelt ambtshalve de internationale bevoegdheid en toepasselijk recht. Omdat gedaagde buiten de EU is gevestigd, is de EU-verordening inzake rechterlijke bevoegdheid niet van toepassing. Partijen hebben echter de Rechtbank Rotterdam als bevoegde rechter aangewezen, waardoor de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is. Tevens is Nederlands recht van toepassing verklaard.
Eiser heeft spoedeisend belang bij de vordering, omdat hij vreest dat de vordering oninbaar wordt zonder snelle incassomaatregelen. De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van €281.710,96, rekening houdend met deelbetalingen door gedaagde, en veroordeelt gedaagde tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.