De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak over de regeling van het omgangsrecht tussen de ouders van een minderjarige geboren in 2022. De procedure kende een complex verloop met eerdere tussenbeschikkingen, een vernietiging door het hof van een wijziging in het ouderlijk gezag en een wrakingsverzoek. De minderjarige staat sinds maart 2025 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI).
De rechtbank constateerde dat de omgang tussen de man en de minderjarige momenteel beperkt is tot iedere maandag enkele uren, met spanningen en onrust tijdens overdrachten. De vrouw uitte zorgen over het welzijn van de minderjarige bij de man, waaronder beschuldigingen die de man ontkent. De GI rapporteerde dat de emotionele veiligheid van de minderjarige onder druk staat door conflicten tussen ouders en dat de opvoedingscapaciteiten onvoldoende aansluiten bij haar behoeften.
De rechtbank besloot de omgangsregeling uit te breiden naar iedere maandag van 09.00 tot 17.00 uur met overdracht bij McDonald’s in Dordrecht, waarbij communicatie tussen ouders beperkt moet blijven om onrust te voorkomen. Verdere uitbreiding, inclusief overnachtingen, wordt onder regie van de GI nagestreefd binnen twaalf maanden, mits de opvoedsituatie bij de man voldoende is. De betrokkenheid van Coach-Point als hulpverlener is essentieel, maar het traject kan pas starten bij aanstelling van een vaste jeugdbeschermer, wat de rechtbank zorgelijk vindt.
De rechtbank benadrukte het belang van het welzijn van de minderjarige en het beëindigen van de langdurige procedure, waarbij de focus op hulpverlening en rust moet liggen. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.