Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
advocaat: mr. D.S. Volleberg.
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van Rabobank, met producties 1 tot en met 11;
- de mondelinge behandeling van 18 mei 2026, waarbij [eisers] spreekaantekeningen heeft overgelegd.
2.De feiten
on holdte zetten als [eisers] de bestaande achterstand en de kosten verband houdend met de opgestarte veiling zou voldoen.
3.De vordering
on holdgezet. De voorzieningenrechter gaat dan ook voorbij aan deze stellingen van [eisers] Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat ook niet valt in te zien dat de Rabobank in dit kader in strijd met haar zorgplicht heeft gehandeld, nu zij de veiling juist heeft aangehouden en [eisers] ruim de tijd heeft gegeven zelf tot verkoop van de woning te komen, materieel zelfs veel meer tijd dan zij [eisers] indertijd heeft meegedeeld.
on holdwerd gezet. Dat impliceert dat de veiling niet zonder meer van de baan was en dat moest [eisers] duidelijk zijn.
on holdzetten van de veiling heeft [eisers] vervolgens niet voldaan. Een van die voorwaarden was dat de veilingkosten door [eisers] werden voldaan en dat is niet gebeurd. Dat Rabobank geen specificatie van die kosten gaf, is daarvoor onvoldoende reden. Duidelijk moet zijn geweest dat aanzienlijke kosten waren gemaakt voor de veiling, die pas kort voor de geplande veilingdatum tijdelijk werd stilgelegd.
5.De beslissing
18 mei 2026.