Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6516

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
C/10/719633 / KG ZA 26-463
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot staking executieveiling woonhuis door Rabobank

Eisers zijn sinds 2009 eigenaar van een monumentale woning en hebben een hypotheek bij Rabobank. Na meerdere beslagen en betalingsachterstanden heeft Rabobank de lening opgezegd en een executieveiling van de woning aangekondigd.

Eisers vorderen in kort geding staking van de veiling en stellen dat Rabobank misbruik maakt van haar executierecht en haar zorgplicht schendt. De rechtbank oordeelt dat Rabobank voldoende grond had voor opzegging en veiling, mede door meerdere beslagen en een achterstand van veertien maanden in hypotheekbetalingen.

De rechtbank weegt de belangen en constateert dat eisers ruim de tijd hebben gekregen om de woning te verkopen, maar niet aan de voorwaarden voldeden. Er is geen sprake van misbruik of schending van zorgplicht door Rabobank. De vorderingen worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot staking van de executieveiling af en veroordeelt eisers in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/719633 / KG ZA 26-463
Vonnis in kort geding
Uitspraak mondeling vonnis : 18 mei 2026
Afgifte uitgewerkt vonnis : 20 mei 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna apart te noemen: [eiser 1] respectievelijk [eiser 2] ,
samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. W.E. Boogert,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat: mr. D.S. Volleberg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 18;
- de conclusie van antwoord van Rabobank, met producties 1 tot en met 11;
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door [eisers] en door Rabobank overgelegde nadere producties;
- de mondelinge behandeling van 18 mei 2026, waarbij [eisers] spreekaantekeningen heeft overgelegd.
1.2.
Om redenen van spoedeisendheid is na afloop van de behandeling ter zitting mondeling vonnis gewezen. Dit vonnis vormt de schriftelijke uitwerking daarvan.

2.De feiten

2.1.
[eisers] is sinds 20 april 2009 eigenaar van de monumentale woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning). Voor de financiering van de woning heeft [eisers] een geldlening verkregen van Rabobank, onder gelijktijdige vestiging van een recht van hypotheek ten behoeve van Rabobank op de woning. Na het oversluiten van de geldlening, heeft Rabobank in 2018 een nieuwe lening verstrekt aan [eisers] van € 312.400,-, welke lening eveneens verzekerd is met een recht van eerste hypotheek op de woning ten behoeve van Rabobank voor een bedrag van € 750.000,-.
2.2.
Vanwege op de woning gelegde executoriale beslagen door beslagleggers die op executie aandrongen, heeft Rabobank de geldlening in februari 2023 opgezegd en volledig opgeëist. Rabobank heeft toen een executieveiling in gang gezet. Deze veiling is in juni 2023 op het laatste moment geannuleerd, nadat [eisers] een regeling trof met een beslaglegger en de reeds gemaakte veilingkosten aan Rabobank betaalde. Rabobank heeft toen meegedeeld dat de lening weer doorloopt zoals daarvoor.
2.3.
Op 1 maart 2024 heeft OnSite Media executoriaal beslag gelegd op de woning. Deze beslaglegger drong aan op executie van de woning. Op dat moment was sprake van een achterstand in de hypotheekbetalingen.
2.4.
In april 2024 was sprake van 10 beslagen op de woning.
2.5.
Bij brief van 12 juni 2024 heeft Rabobank [eisers] een laatste kans gegeven om het beslag van OnSite Media te regelen voor 26 juni 2024, waarbij Rabobank aankondigt dat als dat niet gebeurt, Rabobank de lening opeist en de woning zal veilen.
2.6.
Bij brief van 17 september 2024 heeft Rabobank de geldlening met [eisers] opgezegd. Als reden daarvoor gaf Rabobank dat beslaglegger OnSite Media wilde dat Rabobank de woning zou veilen, dat sprake was van een ongeoorloofde debetstand en dat deurwaarderskosten verschuldigd zijn, terwijl voor het een en ander geen oplossing was gevonden. In deze brief heeft Rabobank aanspraak gemaakt op terugbetaling van de volledige lening van, op dat moment, ruim € 300.000,- vóór 30 september 2024. Indien dat bedrag niet werd betaald, zou Rabobank overgaan tot veilen van de woning, zo kondigt zij aan in deze brief.
2.7.
[eisers] heeft de geldlening niet voor 30 september 2024 terugbetaald. Rabobank heeft daarop het veilingtraject in gang gezet. De veilingdatum is toen vastgesteld op 15 april 2025.
2.8.
In februari 2025 heeft [eisers] beslaglegger OnSite Media voldaan. Rabobank heeft toen aan [eisers] meegedeeld dat zij bereid was de op 15 april 2025 geplande veiling
on holdte zetten als [eisers] de bestaande achterstand en de kosten verband houdend met de opgestarte veiling zou voldoen.
2.9.
In aanloop naar een door [eisers] aangespannen kort geding waarin hij aangaf bezig te zijn de woning te verkopen, is afgesproken dat de veiling op 15 april 2025 geen doorgang zou vinden als [eisers] de woning uiterlijk in juni 2025 online te koop zou aanbieden. [eisers] zou daarna vier maanden de tijd krijgen om de woning te verkopen.
2.10.
Op 1 juli 2025 heeft Rabobank [eisers] erop gewezen dat de woning nog niet op Funda was geplaatst.
2.11.
Op 28 juli 2025 heeft Rabobank aangegeven dat de woning nog altijd niet op Funda stond, dat sprake was van een achterstand in de betaling van de hypotheek van vier maanden en van 15 beslagen waarbij meerdere beslagleggers op executie aandrongen. Op 30 juli 2025 heeft een door Rabobank ingeschakelde notaris zowel per gewone als per aangetekende brieven aan [eisers] meegedeeld dat Rabobank opdracht heeft gegeven om over te gaan tot openbare verkoop van de woning.
2.12.
[eisers] heeft op 1 augustus 2025 laten weten dat de woning uiterlijk op 6 augustus 2025 op Funda zou worden gezet door de makelaar. Dat is ook gebeurd.
2.13.
Op 6 januari 2026 zijn exploten aan ieder van [eisers] betekend
– aan [eiser 2] op een adres in Amsterdam – waarin is aangezegd dat de veiling van de woning op 19 mei 2026 zal plaatsvinden.
2.14.
Op het moment van dagvaarden in deze procedure was sprake van een achterstand in de hypotheekbetalingen van veertien maanden.

3.De vordering

3.1.
[eisers] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Rabobank te veroordelen om de executie van het woonhuis met ondergrond en tuin, gelegen te [postcode] [plaats] , [adres] , kadastraal bekend gemeente [plaats] , sectie D nummer [nummer] , ter grootte van eenhonderd tachtig vierkante meter (180 m2), per direct te staken en gestaakt te houden en de aangekondigde veiling te annuleren;
Rabobank te veroordelen om de executie van het recht van erfpacht tot wederopzegging met betrekking tot het perceel grond, kadastraal bekend gemeente [plaats] , sectie D nummer [nummer] , ter grootte van zeven vierkante meter (7 m2), welk perceel in eigendom toebehoort aan de gemeente [plaats] , per direct te staken en gestaakt te houden en de aangekondigde veiling te annuleren;
Rabobank te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 250.000,00 ineens en € 10.000,00 per dag of gedeelte daarvan tot een maximum van € 1.500.000,00 dat Rabobank in gebreke blijft om aan de veroordelingen onder 1 en 2 te voldoen en/of in strijd blijft handelt met deze veroordelingen;
Rabobank te veroordelen in de kosten van de procedure en met bepaling dat daarover wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het vonnis.
3.2.
Rabobank voert verweer. Rabobank concludeert in haar verweer tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met veroordeling van [eisers] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag van algehele voldoening.
4. De beoordeling
4.1.
Met zijn vorderingen wil [eisers] bereiken dat Rabobank de op 19 mei 2026 geplande executieveiling staakt en gestaakt houdt. Die vorderingen zijn niet toewijsbaar. Hieronder zal de voorzieningenrechter uitleggen hoe zij tot dat oordeel komt.
4.2.
Volgens [eisers] maakt Rabobank misbruik van haar (executie)bevoegdheid en heeft zij onvoldoende maatschappelijke zorgvuldigheid jegens [eisers] in acht genomen. [eisers] stelt in dat verband dat Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden. Die zorgplichtschendingen zijn volgens [eisers] in de eerste plaats daarin gelegen dat Rabobank de lening eind 2024 zonder enig overleg heeft opgezegd en is overgegaan tot volledige opeising van de lening. Na betaling door [eisers] van de vordering van beslaglegger OnSite Media, wilde Rabobank de veiling onverkort doorzetten voor een minimale achterstand en de reeds gemaakte, maar niet gespecificeerde, executiekosten. Dit terwijl de financiële belangen van Rabobank voldoende verzekerd waren, gezien de overwaarde van de woning. Volgens [eisers] heeft Rabobank daarmee op oneigenlijke wijze druk gezet op [eisers] door desondanks aan de veiling vast te houden. Van het aandringen op executie door beslagleggers was volgens [eisers] geen sprake.
4.3.
De omstandigheden waarop [eisers] hier doelt zien op het voorjaar van 2025, voorafgaand aan de destijds op 15 april 2025 geplande veiling. Een en ander is inmiddels achterhaald. Die veiling is niet doorgegaan. Rabobank heeft de veiling toen, onder voorwaarden,
on holdgezet. De voorzieningenrechter gaat dan ook voorbij aan deze stellingen van [eisers] Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat ook niet valt in te zien dat de Rabobank in dit kader in strijd met haar zorgplicht heeft gehandeld, nu zij de veiling juist heeft aangehouden en [eisers] ruim de tijd heeft gegeven zelf tot verkoop van de woning te komen, materieel zelfs veel meer tijd dan zij [eisers] indertijd heeft meegedeeld.
4.4.
Ook het opzeggen van de lening acht de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden niet in strijd met een op Rabobank rustende zorgplicht. Het was de tweede keer in relatief korte tijd dat sprake was executoriaal beslag op de woning en een beslaglegger die aandrong op executie (waarvan [eisers] in strijd met artikel 21 Rv Pro in zijn dagvaarding geen melding maakte). Daarnaast was er sprake van een achterstand in de hypotheekbetalingen. Dat gaf Rabobank voldoende grond om de lening op te zeggen.
4.5.
[eisers] kon en mocht er niet op vertrouwen dat de opzegging van de lening na de betaling aan beslaglegger OnSite Media van de baan was. Dat Rabobank de eerdere opzegging in 2023 niet in stand hield, nadat [eisers] de toenmalige beslaglegger had voldaan, betekent niet dat Rabobank ook gehouden was dat in het kader van het beslag door OnSite Media in 2025 weer te doen. Als gezegd had Rabobank valide redenen voor deze opzegging. Bovendien was dit de tweede keer dat Rabobank gronden had om op te zeggen. Datzelfde geldt voor de veiling. [eisers] kon en mocht er niet van uitgaan dat die definitief van de baan was. Rabobank heeft in de communicatie met [eisers] duidelijk laten weten dat de veiling op 15 april 2025 onder voorwaarden
on holdwerd gezet. Dat impliceert dat de veiling niet zonder meer van de baan was en dat moest [eisers] duidelijk zijn.
4.6.
Aan de voorwaarden die Rabobank stelde aan het
on holdzetten van de veiling heeft [eisers] vervolgens niet voldaan. Een van die voorwaarden was dat de veilingkosten door [eisers] werden voldaan en dat is niet gebeurd. Dat Rabobank geen specificatie van die kosten gaf, is daarvoor onvoldoende reden. Duidelijk moet zijn geweest dat aanzienlijke kosten waren gemaakt voor de veiling, die pas kort voor de geplande veilingdatum tijdelijk werd stilgelegd.
4.7.
Toch heeft Rabobank de veiling daarna nog geruime tijd uitgesteld omdat [eisers] aangaf de woning zelf te willen verkopen. [eisers] heeft tijd gekregen van Rabobank om de woning zelf te verkopen. De afspraken die daarover werden gemaakt werden door [eisers] niet nagekomen. De woning is uiteindelijk niet, zoals afgesproken, uiterlijk in oktober 2025 verkocht.
4.8.
In de tussentijd kwam [eisers] zijn verplichtingen jegens Rabobank niet na. De hypotheek werd, uiteindelijk 14 maanden, niet betaald. Bovendien volgden er nog meer beslagen op de woning. Deze beslagen worden door [eisers] gebagatelliseerd. Volgens [eisers] gaat het ofwel om kleine bedragen ofwel om onterechte beslagen. Ter zitting heeft Rabobank evenwel onbetwist naar voren gebracht dat niet alleen sprake is van beslagen voor kleine bedragen. Zo beslaat het beslag van curator Smael een bedrag van ruim € 900.000,00 en is dat beslag inmiddels executoriaal geworden. [eisers] betwist dat niet. Bepaalde, andere uit de openbare registers blijkende beslagen bespreekt [eisers] in het geheel niet, zoals bijvoorbeeld het beslag van Leeman Verheijden Huntjes Advocaten, dat voor een bedrag van € 60.000,- is gelegd. Dat lag wel op de weg van [eisers] Door daarover geen volledig inzicht te verschaffen, handelt [eisers] in strijd met artikel 21 Rv Pro.
4.9.
[eisers] verwijt de Rabobank dat zij niet meer met [eisers] heeft gecommuniceerd na augustus 2025 en dat zij zich er niet van heeft vergewist dat [eisers] op de hoogte was van de veiling op 19 mei 2026. [eisers] wijst erop dat de notaris die de veiling voorbereidde de brieven aan [eisers] retour heeft ontvangen, zodat er des te meer reden was voor Rabobank om na te gaan of [eisers] op de hoogte was van de veiling. Rabobank heeft onbetwist gesteld dat deze aangetekende brieven van de notaris retour zijn gekomen omdat [eisers] ze niet heeft opgehaald. Daarvan kan Rabobank vanzelfsprekend geen verwijt worden gemaakt. Daarbij komt dat er ook exploten zijn uitgebracht aan [eisers] met informatie over de veiling op 19 mei 2026. Rabobank heeft deze exploten in het geding gebracht. Dat geen van deze berichten [eisers] heeft bereikt, is onaannemelijk. Voor wat betreft [eiser 2] geldt voorts dat het exploot is betekend op een adres in Amsterdam. In de dagvaarding is vermeld dat [eiser 2] woonachtig is in [plaats] . Enige toelichting hierop van [eisers] ontbreekt.
4.10.
Uiteindelijk heeft [eisers] ruim een jaar de tijd gehad de woning zelf te verkopen. Over hoe het verkoopproces in dat jaar is verlopen heeft [eisers] geen duidelijke informatie verstrekt. Pas voor het eerst ter zitting is, daarnaar gevraagd, aangegeven dat een in monumenten gespecialiseerde makelaar is ingeschakeld die een eigen werkwijze heeft en dat sprake is geweest van een enkel bod. Gesteld noch gebleken is dat op afzienbare termijn concrete stappen gemaakt zullen worden in het verkoopproces.
4.11.
Het moge zo zijn, zoals [eisers] stelt, dat hij tot aan eind januari 2026 bezig is geweest met de, inmiddels vernietigde, faillissementen van [eiser 1] en [eiser 2] , en met een mogelijke herfinanciering van de woning en daardoor niet gericht was op verkoop van de woning, maar dat zijn omstandigheden die voor risico van [eisers] komen. Met de bank had [eisers] afgesproken dat hij de woning zou verkopen.
4.12.
[eisers] laat na enig inzicht te geven in zijn betaalcapaciteit. Niet duidelijk geworden is wat de actuele inkomsten van [eisers] zijn en of die toereikend zijn om de hypotheek (in de toekomst) te (blijven) betalen en de beslagleggers te voldoen. Vast staat dat [eisers] in elk geval in de veertien maanden voorafgaand aan dit kort geding de hypotheek niet heeft betaald. Vast staat ook dat herfinanciering uiteindelijk niet is gelukt. [eisers] geeft geen inzicht in de oorzaak van dat mislukken.
4.13.
Voldoende duidelijk is dat inmiddels meerdere executoriale beslagleggers aandringen op executie. Dat deze beslagleggers dat hebben aangegeven na daarnaar te zijn gevraagd door Rabobank, is daarbij niet relevant.
4.14.
Gelet op alles wat hierboven is besproken, kan niet gezegd worden dat Rabobank, door de veiling nu door te zetten, misbruik maakt van executierecht en/of in strijd handelt met een op haar rustende zorgplicht. Op grond van alle hiervoor besproken omstandigheden valt een belangenafweging niet uit in het voordeel van [eisers] . Al met al is en blijft de vraag of en wanneer [eisers] Rabobank en de beslagleggers kan betalen. Zelfs als juist is, zoals [eisers] ter zitting naar voren heeft gebracht, dat de achterstand in de hypotheekbetalingen inmiddels is voldaan aan Rabobank, blijft overeind dat [eisers] Rabobank gedurende veertien maanden niet heeft betaald. Uit de eigen stelling van [eisers] in de dagvaarding blijkt dat in elk geval een beslaglegger – curator Van Boekel – in die periode wel een aanzienlijk bedrag betaald kreeg van [eisers] Dat lijkt erop te wijzen dat [eisers] Rabobank niet wilde betalen. Dat heeft ook bijgedragen aan de uitkomst van de belangenafweging.
4.15.
Omdat van misbruik van executierecht of schending van een zorgplicht geen sprake is, terwijl een belangenafweging bovendien niet in het voordeel van [eisers] uitvalt, worden de vorderingen van [eisers] afgewezen.
4.16.
[eisers] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rabobank worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
5.2.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eisers] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op
18 mei 2026.
1861/2009