Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure
- de beschikking van 15 december 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 11 januari 2026;
- de vader;
- de gezinshuismoeder;
- de ambulant medewerker;
2.De feiten
3.Het aangehouden verzoek
4.De standpunten
De ambulant medewerker heeft dagelijks contact met [minderjarige] . De ambulant medewerker kan niet vaststellen waar het vandaan komt dat [minderjarige] overvraagd lijkt te worden. Daarbij zitten er veel gaten in het dossier waardoor iedereen meer wantrouwend naar de hulpverlening en het gezinshuis is geworden. Ook komt de moeder met gezag bij de ambulant medewerker op de lijn omdat ze informatie wil, terwijl de GI haar naar de bureaudienst verwijst, wat geen oplossing biedt.
5.De beoordeling
uiterlijk een week voor de hierna vermelde zittingsdatumin een rapportage uitleg te geven over de gang van zaken en de binnen de GI gemaakte keuzes ten aanzien van het gezin Drok. Ook verzoekt de kinderrechter dan informatie over de stand van zaken op dat moment. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat op de komende zitting
de/een manager van het teamwaar [minderjarige] (en zijn zussen) onder valt (vallen) aanwezig dient te zijn om de bestaande vragen ter zitting over de situatie van [minderjarige] (en zijn zussen) te kunnen beantwoorden.
6.De beslissing
het management van de GI, de dan betrokken jeugdbeschermer van de GI, de belanghebbenden en de informanten op te verschijnen tijdens de zitting van de Rechtbank Rotterdam in het gerechtsgebouw aan het
Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam,op
dinsdag 3 maart 2026 om 13:00 uur, om nader op het verzoek te worden gehoord;
uiterlijk een weekvoor de zittingsdatum de hiervoor verzochte informatie aan te leveren (met afschrift daarvan aan de belanghebbenden);
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier, en op schrift gesteld op 22 januari 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.