ECLI:NL:RBROT:2026:648

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
ROT 24/5690
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:66 AwbSubsidieregeling voor het subsidiëren van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024-2028
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen afwijzing instellingsubsidie patiënten- en gehandicaptenorganisaties

ME Vereniging Nederland heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een instellingsubsidie voor patiënten- en gehandicaptenorganisaties voor het jaar 2024. De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep op 19 januari 2026 en deed direct uitspraak.

De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan het vereiste van volledige rechtsbevoegdheid zoals gesteld in artikel 4:66 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de Subsidieregeling 2024-2028. Dit is een zelfstandige grond voor afwijzing van de subsidieaanvraag, zoals ook bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerdere uitspraken.

De inhoudelijke gronden van eiseres zijn reeds uitvoerig beoordeeld en verworpen in eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 10 juli 2024 en 24 december 2025. De rechtbank sluit zich aan bij deze eerdere rechtspraak en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep van ME Vereniging Nederland tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van volledige rechtsbevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/5690

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

ME Vereniging Nederland, uit Rotterdam, eiseres

(gemachtigde: drs. G. den Broeder),
en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

(gemachtigden: mr. J.P. Bloos en mr. M.J. Janssen).

Inleiding

1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag om een instellingsubsidie voor patiënten- en gehandicaptenorganisaties voor het jaar 2024.
1.1.
De rechtbank heeft beroep op 19 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres en van de minister. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Motivering

3. Eiseres is een vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid. Daarmee voldoet zij niet aan het vereiste gesteld in artikel 4:66 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Subsidieregeling voor het subsidiëren van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024-2028. Zoals ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in haar uitspraak van 24 december 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:6323) heeft overwogen, mocht de minister de aanvraag alleen hierom al afwijzen.
4. Voor wat betreft de inhoudelijke gronden die eiseres heeft aangevoerd, volstaat de rechtbank met een verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2832) en de hiervoor al genoemde uitspraak van de Afdeling van
24 december 2025. Die uitspraken gaan over de weigering van de minister instellingssubsidie te verstrekken over de jaren 2022 en 2023. De aangevoerde gronden zijn in die uitspraken al uitvoerig beoordeeld en verworpen. De rechtbank sluit zich daarbij aan.
Dit proces-verbaal is vastgesteld door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met de uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.