Eiseres vorderde betaling van drie facturen ter waarde van €18.144,- inclusief rente en kosten van gedaagde. De dagvaarding vermeldde echter niet welke overeenkomst aan de vordering ten grondslag lag, waardoor onvoldoende is onderbouwd waarom gedaagde tot betaling gehouden zou zijn.
Eiseres was niet aanwezig op de zitting, ondanks kennisgeving en afstemming dat zij zelf zou verschijnen. De zitting vond plaats met alleen gedaagde, diens gemachtigde en een tolk. De kantonrechter oordeelde dat de vordering daarom niet toewijsbaar was.
De rente en kosten werden eveneens afgewezen. Omdat eiseres in het ongelijk werd gesteld, werd zij veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde, begroot op €1.455,30. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.