Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6359

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/10/717687 / JE RK 26-652, C/10/719125 / JE RK 26-846 en C/10/719126 / JE RK 26-847
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BWArt. 1:265e lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing met gedeeltelijke gezagsverlening voor onderwijsaanmelding

De zaak betreft verzoeken van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, alsmede vervangende toestemming voor een Nederlands reisdocument en gedeeltelijke gezagsverlening voor aanmelding bij een onderwijsinstelling.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige verblijft bij een pleegmoeder. De moeder is recentelijk dakloos geweest en heeft onvoldoende duurzame veranderingen laten zien, waardoor het perspectief van de minderjarige niet bij haar ligt. De minderjarige ontwikkelt zich goed bij de pleegmoeder en bezoekt positief een zorgboerderij.

De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 31 mei 2027. Het verzoek tot vervangende toestemming voor het reisdocument wordt afgewezen omdat het verzoek is ingetrokken. Tevens wordt de gecertificeerde instelling gedeeltelijk belast met het gezag voor de aanmelding bij een onderwijsinstelling, zodat de minderjarige volledig naar de zorgboerderij kan gaan. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing en kent gedeeltelijk gezag toe aan de gecertificeerde instelling voor onderwijsaanmelding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/717687 / JE RK 26-652, C/10/719125 / JE RK 26-846 en C/10/719126 / JE RK 26-847
Datum uitspraak: 18 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, verlenging machtiging tot uithuisplaatsing, vervangende toestemming voor verkrijging van een Nederlands reisdocument en gedeeltelijke toekenning van het gezag voor aanmelding bij een onderwijsinstelling
in de zaken van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. I.D. van Wijnen, kantoorhoudende te Assen,
[pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de pleegmoeder, wonende te [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026 (C/10/717687);
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 30 april 2026 (C/10/719125);
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 30 april 2026 (C/10/719126).
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de advocaat van de moeder;
  • twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] ;
- de pleegmoeder.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij de pleegmoeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 31 mei 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 november 2025 de machtiging verlengd om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 31 mei 2026.

3.De verzoeken

Het verzoek met zaaknummer C/10/717687
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek met zaaknummer C/10/719125
3.2.
De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument ten behoeve van [minderjarige] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.3.
Ter zitting is gebleken dat de moeder het Nederlands reisdocument van [minderjarige] op 25 april 2026 aan de pleegmoeder heeft overhandigd. Gelet hierop heeft de GI het verzoek ter zitting ingetrokken.
Het verzoek met zaaknummer C/10/719126
3.4.
De GI verzoekt te bepalen dat het gezag over [minderjarige] gedeeltelijk, namelijk voor zover het betreft de aanmelding voor een onderwijsinstelling, toegekend wordt aan de GI met ingang van 18 mei 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft de verzoeken met zaaknummers C/10/717687 en C/10/719126 ter zitting en licht dit nader toe. De GI is van mening dat het perspectief van [minderjarige] niet bij de moeder ligt. Het is goed voor [minderjarige] als de kinderrechter zich over dit perspectiefbesluit uitlaat. Het vormgeven van de moeder haar rol als ouder op afstand is anders dan toewerken naar een terugplaatsing. Tijdens de zitting in november 2025 heeft de kinderrechter de moeder de kans gegeven om aan bepaalde punten te werken. De GI is hierdoor terughoudend geweest in het zetten van stappen voor [minderjarige] zijn perspectief. Toen de moeder dakloos werd heeft de GI wel een aantal stappen moeten zetten. De school waar [minderjarige] naar toe ging heeft het onderwijs stopgezet, omdat hij niet meer kwam. De GI is daarom opzoek gegaan naar een andere plek voor [minderjarige] . Hij kan terecht bij de zorgboerderij, een plek waar [minderjarige] ook na zijn achttiende kan blijven. [minderjarige] is hier een paar keer gaan wennen en deze momenten zijn positief verlopen. Het doel is dat [minderjarige] uiteindelijk van maandag tot en met vrijdag naar de zorgboerderij gaat. Voor nu gaat [minderjarige] alleen op maandag naar de zorgboerderij, omdat de moeder geen toestemming heeft gegeven.
4.2.
De GI trekt het verzoek met zaaknummer C/10/719125 in, omdat ter zitting is gebleken dat de pleegmoeder het Nederlands reisdocument van [minderjarige] in handen heeft. Het Nederlands reisdocument van [minderjarige] verloopt wel binnenkort, wat betekent dat de GI met toestemming van de moeder een verlenging moet aanvragen. Als dit niet lukt, zal de GI opnieuw een verzoek tot verkrijging van een Nederlands reisdocument indienen.
4.3.
Namens de moeder wordt ter zitting kenbaar gemaakt dat zij het niet eens is met een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] . De moeder heeft haar best gedaan om stappen te zetten. Na de vorige zitting heeft zij zich aangemeld bij de huisarts en de moeder zegt dat zij behandelingen krijgt om aan haar trauma’s te werken. Het volgen van een dergelijk traject is niet makkelijk als je dak- en thuisloos bent. De moeder heeft een periode in haar auto en in hotels gewoond. Ondertussen heeft de moeder een stabielere plek, zij kan voor een periode van een jaar op een chaletpark verblijven. De moeder is geschrokken van het gesprek met de GI over het perspectief van [minderjarige] . De advocaat van de moeder betwijfelt of het volledig binnenkomt bij de moeder dat de GI een perspectiefbesluit heeft genomen, want de moeder heeft het nog steeds over een terugplaatsing. Het is niet zo dat de moeder geen toestemming voor de zorgboerderij wil geven, maar zij wil meer bij dit soort keuzes worden betrokken. De moeder zou graag een dagje meekijken bij de zorgboerderij om te zien waar [minderjarige] terecht komt en wie hem daarin begeleiden.
4.4.
De pleegmoeder maakt ter zitting kenbaar dat de moeder haar op 25 april 2026 het Nederlands reisdocument van [minderjarige] heeft gegeven. Het Nederlands reisdocument is geldig tot en met augustus 2026. [minderjarige] krijgt de zorgen over de moeder niet mee. De afgelopen twee jaar heeft hij de moeder altijd twee keer per week gezien en nu heeft hij ineens drie weken niets van haar gehoord. Het kan zijn dat [minderjarige] hier last van gaat krijgen, maar dit is nu nog niet het geval. Het gaat goed met [minderjarige] als hij duidelijkheid krijgt en het is belangrijk voor [minderjarige] om bepaalde zinnen te horen die hem rustig maken.

5.De beoordeling

Ten aanzien van de verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] is een kwetsbare jongen met kind-eigen problematiek. Hij heeft veel baat bij duidelijkheid en structuur. Sinds juni 2024 verblijft [minderjarige] bij de pleegmoeder en hier ontwikkelt hij zich goed. [minderjarige] gaat sinds kort één keer per week naar de zorgboerderij en dit bevalt positief. Dit is een plek waar [minderjarige] ook na zijn achttiende heen kan voor dagbesteding en het voornemen is dat [minderjarige] uiteindelijk vijf dagen per week naar de zorgboerderij gaat. Vanuit de stabiele setting bij de pleegmoeder hebben [minderjarige] en de moeder wekelijkse omgangs- en contactmomenten. De moeder heeft veel meegemaakt en kampt met persoonlijke problematiek. Hoewel zij daartoe wel bereid lijkt te zijn, lukt het de moeder niet om duurzaam verandering te laten zien en valt zij terug in oude patronen. De afgelopen periode zijn de zorgen over de moeder toegenomen. Zij is wederom dakloos geraakt en volledig uit contact gegaan met de GI. De moeder is de afgelopen periode ook niet naar de omgangsmomenten met [minderjarige] gegaan. Ter zitting is gebleken dat de moeder sinds kort weer in contact is met haar advocaat en zij weer een verblijfsplek heeft. De komende periode is het van belang dat de moeder ook weer in contact treedt met de GI zodat er zicht kan worden verkregen op haar situatie en de omgang met [minderjarige] op een voor hem passende wijze kan worden hervat. Om dit in goede banen te leiden, is langere betrokkenheid van de vaste jeugdbeschermer noodzakelijk.
5.3.
De GI heeft eerder bepaald dat het perspectief van [minderjarige] niet meer bij de moeder ligt. De kinderrechter onderschrijft dit besluit. Gebleken is dat moeder onvoldoende in staat is om haar situatie duurzaam te veranderen. Daarnaast is de moeder de afgelopen periode wederom dakloos geraakt en volledig uit contact geweest met de GI. Hierdoor ontbreekt het op dit moment aan enig zicht op de situatie bij moeder en is bovendien de omgang tussen [minderjarige] en de moeder stil komen te liggen.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.5.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
Ten aanzien van de vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands Reisdocument
5.6.
Nu de GI het verzoek ter zitting heeft ingetrokken, kunnen de gronden hiervan niet verder worden onderzocht. Dit betekent dat de kinderrechter het verzoek zal afwijzen.
Ten aanzien van de gedeeltelijke gezagsuitoefening voor de aanmelding bij een onderwijsinstelling
5.7.
Op grond van artikel 1:265e, eerste lid, aanhef en onder a BW kan de kinderrechter bij de verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing en ook nadat deze machtiging is verleend, bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.
5.8.
De afgelopen periode ging [minderjarige] doordeweeks naar verschillende plekken voor dagbesteding. De GI is opzoek gegaan naar één plek waar [minderjarige] vijf dagen per week heen kan voor dagbesteding. De GI is uitgekomen op de zorgboerderij. De afgelopen weken is [minderjarige] hier één keer per week naartoe gegaan en dit bevalt positief. [minderjarige] kan na zijn achttiende naar de zorgboerderij blijven gaan voor dagbesteding. Om ervoor te zorgen dat [minderjarige] vijf dagen per week naar de zorgboerderij kan, is schriftelijke toestemming nodig van de moeder. De GI heeft de afgelopen periode meerdere pogingen gedaan om de schriftelijke toestemming van de moeder te verkrijgen, maar zonder succes. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij volledig naar de zorgboerderij kan en deze plek wordt gewaarborgd voor de toekomst. Dit maakt dat de kinderrechter de GI gedeeltelijk zal belasten met het gezag over [minderjarige] zodat zij hem kunnen aanmelden bij de zorgboerderij.
5.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
Inzake C/10/717687
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 31 mei 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 31 mei 2027;
Inzake C/10/719126
6.3.
belast de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gedeeltelijk met het gezag over [minderjarige] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling, voor de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing te weten tot 31 mei 2027;
6.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Inzake C/10/719125
6.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 1 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.