Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling op 8 mei 2026;
- de pleitnota van de man.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na het verlaten van de woning door de man en een echtscheidingsprocedure is bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de man hebben en dat de woning voorwaardelijk aan hem wordt toegedeeld. De vrouw verbleef tot dan toe in de woning en wilde het aandeel van de man overnemen.
De man vordert in kort geding dat de vrouw de woning verlaat zodat hij met de kinderen kan verblijven en de verkoop kan starten. De vrouw vordert in reconventie dat de man medewerking verleent aan de overdracht van zijn aandeel aan haar. De rechtbank overweegt dat de beslissing in kort geding moet aansluiten bij de bodemprocedure en dat de vordering van de man in overeenstemming is met de echtscheidingsbeschikking.
De vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij binnen de gestelde termijn de financiering rond kan krijgen. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de vordering van de man en afwijzing van de vordering van de vrouw. De vrouw wordt veroordeeld de woning binnen zeven dagen na betekening te verlaten. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld de woning binnen zeven dagen te verlaten; haar vorderingen tot overdracht worden afgewezen.