2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door bij [slachtoffer] een wurggreep aan te leggen en vervolgens haar keel dicht te knijpen/drukken. Hierbij wordt uitgegaan van voorwaardelijk opzet. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het subsidiaire feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Deskundigenverslag
Tussen het bovenste ooglid van het rechter oog en de rechter wenkbrauw in is een zwelling van de huid zichtbaar. Dit betreft waarschijnlijk een bloeduitstorting. (…) Aan de linker voorzijde van de hals, ongeveer midden op de hals, is sprake van een min of meer ovale scherp begrensde rood-paarse huidverkleuring. Dit betreft een bloeduitstorting. (…) Een bloeduitstorting ontstaat door inwerking van uitwendig stomp, samendrukkend, omsnoerend of botsend geweld (…).
2.
Proces-verbaal van de politie
Ik, [verbalisant 1], hoorde [verdachte] zeggen “Ik heb haar beetgepakt, ik zal straks wel mee moeten.” (…).
Ik, [verbalisant 2], hoorde [slachtoffer] zeggen dat haar man doordraaide, haar hoofd eerst vastpakte met een nekklem en haar met beide handen probeerde te wurgen. Ik hoorde haar zeggen dat zij even niet meer kon ademen en zich geprobeerd heeft te verdedigen. (…).
Ik, [verbalisant 2], zag dat er zichtbaar letsel was in de nek van [slachtoffer] en hoorde dat haar stem schor klonk.
3.
Proces-verbaal van de politie
Ik, [verbalisant 3], zag dat [slachtoffer] rode striemen in haar nek had. Ik zag dat ook rode plekken op haar rechter wang en ooglid zaten.
4.
Verklaring van aangeefster
Ik doe aangifte van poging doodslag en zware mishandeling. Ik heb niemand toestemming gegeven om mij te wurgen. Op 29 september 2025 kwam ik thuis aan de [adres] te Rotterdam. Ik stapte naast mijn man, [verdachte], in bed. Ik voelde dat [verdachte] mij vast pakte en zijn rechter arm om mijn nek vouwde. Ik voelde dat ik met mijn hoofd tussen de binnenkant van [verdachte] elleboog geklemd werd. Ik voelde dat [verdachte] hierbij veel kracht zette op zijn elleboog. Ik voelde dat ik hierdoor geen adem kon halen. Ik voelde pijn aan de linkerkant van mijn nek. Ik probeerde tegen [verdachte] te zeggen dat hij moest stoppen, maar ik kon niks zeggen. Ik kon mij vervolgens omdraaien waardoor ik op mijn rug op bed lag. Ik zag en voelde dat [verdachte] boven op mijn buik ging zitten. Ik zag en voelde dat [verdachte] mijn nek vast pakte met beide handen. Ik zag en voelde dat [verdachte] hard in mijn nek kneep. Ik kreeg geen lucht. Ik had echt het gevoel dat [verdachte] mij wilde doodmaken. Ik probeerde weer tegen [verdachte] te zeggen dat hij moest stoppen, maar dit lukte niet. Ik probeerde [verdachte] van mij af te duwen en schoppen en hierbij te gillen. Ik zag vervolgens dat [verdachte] van het bed viel. (…) Ik was in shock en wist niet goed wat ik moest doen. Ik heb vervolgens de politie gebeld. Ik voelde nog steeds pijn aan mijn nek. Ik voel nu nog steeds pijn als ik moet slikken.
2.3.2.Bewijsmotivering
Uit de aangifte blijkt dat de verdachte op 29 september 2025 eerst een wurggreep heeft aangelegd en daarna met zijn handen aangeefsters keel heeft dichtgeknepen/-gedrukt. De aangifte vindt steun in de FARR-verklaring. Voorts is aangeefster consistent in haar verklaring: aan de verbalisanten die ter plaatse waren gekomen, heeft zij hetzelfde verklaard als tijdens haar latere aangifte. De als betrouwbaar aan te merken verklaring van aangeefster wordt daarnaast ondersteund door het feit dat de verbalisanten in haar nek letsel waarnamen en door het relaas van [verbalisant 2], die had gehoord dat de stem van aangeefster schor klonk.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 29 september 2025 een wurggreep heeft aangelegd bij aangeefster en vervolgens haar keel heeft dichtgeknepen/dichtgedrukt.
Met de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Dit ligt anders ter zake van de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.
Het is een feit van algemene bekendheid dat zich in de hals onder meer vitale bloedvaten en de luchtpijp bevinden. De hals is daarmee een kwetsbaar onderdeel van het lichaam. Het is dan ook een feit van algemene bekendheid dat het dichtknijpen van de keel zuurstofgebrek en hersenbeschadiging tot gevolg kan hebben. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel door het dichtknijpen van de keel, welke kans door de verdachte is aanvaard.
2.3.3.Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op
of omstreeks29 september 2025 te Rotterdam
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan
een ander, te wetenzijn
expartner [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [slachtoffer] heeft vast gepakt en
/ofeen wurggreep heeft aangelegd,
- op de buik
althans het lichaamvan die [slachtoffer] heeft gezeten,
-
(vervolgens
)de
nek/hals van die [slachtoffer] vast heeft gepakt en de keel van die [slachtoffer] heeft dicht geknepen/gedrukt waardoor die [slachtoffer] geen lucht kreeg,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.