Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6253

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
12119736 VV EXPL 26-118
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:220 lid 1 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toegang tot gehuurde bedrijfsruimte voor herstelwerkzaamheden zonder vergoeding reiskosten

Huurder [persoon A] huurt een bedrijfsruimte van verhuurder [bedrijf X]. Verhuurder is bij vonnis van 23 januari 2026 veroordeeld om binnen veertien dagen te starten met herstelwerkzaamheden aan de bedrijfsruimte, die binnen twaalf weken afgerond moeten zijn. Verhuurder heeft een loodgieter opdracht gegeven voor deze werkzaamheden en verlangt dat huurder toegang verleent.

Huurder weigert toegang te verlenen zonder vergoeding van reiskosten en de tijd die hij moet besteden, en vordert € 1.500,- als compensatie. Verhuurder vordert dat huurder de loodgieter toegang verleent op straffe van een dwangsom.

De kantonrechter oordeelt dat verhuurder een spoedeisend belang heeft en dat huurder op grond van artikel 7:220 lid 1 BW Pro verplicht is mee te werken aan dringende herstelwerkzaamheden. De eis van verhuurder wordt toegewezen en de vordering van huurder tot vergoeding afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing. Huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld om binnen twee dagen toegang te verlenen tot de bedrijfsruimte voor herstelwerkzaamheden zonder recht op vergoeding van reiskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12119736 VV EXPL 26-118
datum uitspraak: 23 maart 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
B.V. [bedrijf X] ”,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. R.B. van Heijningen,
tegen
[persoon A],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
gemachtigde: mr. M. Taheri.
De partijen worden hierna ‘ [bedrijf X] ’ en ‘ [persoon A] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 3 maart 2026, met bijlagen;
  • de eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen.
1.2.
Op 9 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was de gemachtigde van [bedrijf X] aanwezig met de heer [persoon B] , de loodgieter van [bedrijf X] . [persoon A] was met zijn gemachtigde aanwezig.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[persoon A] huurt van [bedrijf X] de bedrijfsruimte aan de [adres] in Rotterdam. [bedrijf X] is bij vonnis van de kantonrechter in Rotterdam van 23 januari 2026 veroordeeld om binnen veertien dagen nadat dat vonnis is betekend te starten met herstelwerkzaamheden aan de bedrijfsruimte, waarbij die werkzaamheden binnen twaalf weken moeten zijn afgerond, op straffe van een dwangsom. [bedrijf X] heeft haar loodgieter ( [persoon B] ) opdracht gegeven voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. [bedrijf X] wil dat [persoon A] [persoon B] toelaat tot het gehuurde. [persoon A] wil dit alleen doen als hij een vergoeding krijgt voor de reiskosten die hij hiervoor moet maken en de tijd die hij hieraan moet besteden. [bedrijf X] vindt dat hij geen recht heeft op een vergoeding.
2.2.
[bedrijf X] eist daarom dat [persoon A] toegang verleent tot het gehuurde aan [persoon B] en zijn medewerkers zodat de herstelwerkzaamheden verricht kunnen worden op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 10.000,-. [persoon A] eist op zijn beurt dat [bedrijf X] veroordeeld wordt om de door [persoon A] te maken reiskosten en overige onkosten die verband houden met zijn aanwezigheid bij de werkzaamheden te betalen. Ter zitting heeft [persoon A] zijn vordering verduidelijkt: hij wil € 1.500,- als vergoeding voor de te maken reiskosten en op te nemen verlofdagen.
2.3.
De kantonrechter wijst de eis van [bedrijf X] toe en wijst de eis van [persoon A] af. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De beoordeling

Kort geding
3.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moeten worden meegewogen het belang dat de eisende partij heeft bij toewijzing en de gevolgen hiervan voor de verwerende partij als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
[persoon A] moet de loodgieter toelaten.
3.2.
De kantonrechter wijst de eis van [bedrijf X] toe. Het is duidelijk dat [bedrijf X] een spoedeisend belang heeft. Zij moet immers binnen de in het vonnis gestelde termijn herstelwerkzaamheden uitvoeren en afronden. Aannemelijk is verder dat [persoon A] in een gewone procedure zal worden veroordeeld om [bedrijf X] toegang tot het gehuurde te verlenen. Het gaat om het verhelpen van lekkages en dus om dringende werkzaamheden. Hieraan moet een huurder meewerken (artikel 7:220 lid 1 BW Pro). Niet gebleken is dat [persoon A] een zwaarwegend belang heeft bij afwijzing. Als huurder is hij ook gebaat bij een snel herstel. Partijen hebben overigens op zitting afgesproken dat [persoon A] de loodgieter op 23 maart 2026 toegang zal geven tot het gehuurde.
De tegeneis van [persoon A] wordt afgewezen
3.3.
De kantonrechter wijst de tegeneis van [persoon A] af. [persoon A] heeft niet gesteld dat hij bij zijn eis spoedeisend belang heeft en de kantonrechter ziet dat belang ook niet. Verder staat op dit moment nog onvoldoende vast of in een gewone procedure wel geoordeeld zal worden dat [persoon A] recht heeft op een schadevergoeding en zo ja, hoe hoog. [persoon A] wil tijdens de uitvoering van het werk, dat enige dagen zal duren, aanwezig zijn. Hij werkt in loondienst en moet hiervoor vrije dagen opnemen. Hij wil een vergoeding van het netto loon dat hij per dag verdient en een vergoeding van zijn reiskosten. [bedrijf X] heeft gewezen op de schadebeperkingsplicht en vindt dat van [persoon A] gevergd kan worden dat hij de sleutels afgeeft aan [bedrijf X] of de loodgieter. Het gehuurde staat op dit moment immers leeg.
[persoon A] moet de proceskosten betalen
3.4.
De proceskosten in conventie en in reconventie komen voor rekening van [persoon A] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [persoon A] aan [bedrijf X] moet betalen op € 126,46 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 865,50 aan salaris voor de gemachtigde (één punt in conventie en ½ punt in reconventie x € 577,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.274,96. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
3.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [bedrijf X] dat eist en [persoon A] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [persoon A] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [persoon B] h.o.d.n. [bedrijf Y] en zijn medewerkers toegang te verlenen tot de gehuurde bedrijfsruimte aan de [adres] te Rotterdam, dan wel aan hem de sleutels daarvan ter beschikking te stellen voor zolang als dit nodig is voor het uitvoeren en opleveren van de werkzaamheden zoals genoemd in het vonnis van de kantonrechter Rotterdam van 23 januari 2026, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat [persoon A] dit nalaat, tot een maximum van € 10.000,-;
4.2.
veroordeelt [persoon A] in de proceskosten, die aan de kant van [bedrijf X] worden begroot op € 1.274,96;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
62574