Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[bedrijf A],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze kort geding procedure vordert de verhuurder ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. De huurder is niet verschenen, waarna verstek is verleend. Er is een huurachterstand van ruim zeven maanden en partijen hebben een beëindigingsovereenkomst gesloten waarbij de huurovereenkomst per 1 februari 2026 is geëindigd.
De kantonrechter oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat de vordering tot ontruiming en betaling van de huurachterstand niet onrechtmatig of ongegrond is. De ontruiming wordt toegewezen omdat in een bodemprocedure ook waarschijnlijk aan de verhuurder toegewezen zal worden. De huurder moet de woning binnen een maand na betekening ontruimen, met inachtneming van een redelijke termijn vanwege een minderjarig kind.
Daarnaast moet de huurder een gebruiksvergoeding betalen tot de dag van ontruiming. Incassokosten en rente worden afgewezen vanwege een oneerlijke boetebepaling in de huurovereenkomst. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen een maand, betaling van huurachterstand en gebruiksvergoeding, en proceskosten; incassokosten en rente worden afgewezen.