Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
Payable to the Carrier (25% upon concluding this Contract and 75% not later than within 7 calendar days before the planned loading date)”. De daarin opgenomen
Time for Shipmentin
Box 6is “
5 November 2024 - 15 November 2024”.
4. Time for Shipment
8. Duties, Taxes, Charges & Canal Tolls
10. Freight, Incorrect Declaration & Cancellation
due now”) moet worden betaald en USD 53.625,00 (75%) uiterlijk zeven kalenderdagen voor de geplande
loading date.
loading daterond 20 november is, waarbij het transport wordt uitgevoerd met een ander schip dan oorspronkelijk is gepland. [persoon A] reageert hierop dezelfde dag nog met:
Thank you! Approx Nov 20 loading in Baltimore works great. I was hoping to get some work on the boat finished up and that will give me the time I need to do so!”
loading date24 tot 26 november 2024 is. In reactie hierop mailt [persoon A] :
Thank you for the update!!”
loading date29 of 30 november 2024 is.
4.Het geschil
5.De beoordeling
cancellation feete betalen, of een schuldvordering wegens wanprestatie. Nu Spliethoff onder andere heeft gesteld dat Mary’s Pick op grond van de Vervoersovereenkomst aan Spliethoff de vrachtprijs verschuldigd is en de gevorderde hoofdsom en rente aansluiten bij een vordering die gebaseerd is op nakoming van de verplichting om de vrachtprijs de betalen, begrijpt de rechtbank de vordering van Spliethoff als gevorderd op grond daarvan.
shipment window, dus een datum na 15 november 2024, mocht afwijzen zonder daarvoor een
cancellation feeverschuldigd te zijn. Mary’s Pick baseert dit op haar uitleg van artikelen 4(d), 4(e) en 4(f) Vervoersovereenkomst. Volgens haar is daarin naar de kern genomen bepaald dat
iedereverplaatsing van het transport naar een datum na het einde van het
shipment windowmoet worden gekwalificeerd als een
new shipment dateen dat een dergelijke verplaatsing de wederpartij, in dit geval Mary’s Pick, het recht verschaft om het transport kosteloos te
cancellenop grond van artikel 4(e).
cancellenals Spliethoff niet kon aanvangen met laden van het jacht binnen dertig kalenderdagen na (voor zover hier van belang):
- ii) de laatste dag van de overeengekomen
- iii) de overeenkomstig artikel 4(b) Vervoersovereenkomst gegeven notificatie wanneer het schip zou worden verladen.
shipment window(15 november 2024), te weten 15 december 2024, gereed om een aanvang met het laden te maken, namelijk op 29 november 2024. Zodoende stond het Mary’s Pick niet vrij het transport kosteloos te annuleren.
loading datemocht verplaatsen en wijst erop dat er een leemte in de Vervoersovereenkomst zit, in die zin dat niet is geregeld hoe Spliethoff de verplaatsingen diende af te stemmen met Mary’s Pick. Op grond van de redelijkheid en billijkheid had Spliethoff hierover in overleg moeten treden met Mary’s Pick om met wederzijdse goedkeuring tot een nieuwe
shipment dateof
shipment windowte komen, aldus Mary’s Pick.
shipment windoween schatting betreft en dat Spliethoff niet garandeert dat binnen die periode daadwerkelijk wordt vertrokken. Het is juist – zoals Mary’s Pick aanvoert – dat de Vervoersovereenkomst niet expliciet regelt hoe Spliethoff de verplaatsing diende af te stemmen met Mary’s Pick in geval van verplaatsing naar een datum tussen 15 november 2024 en 15 december 2024 (anders dan voor een verplaatsing na 15 december 2024 waarin artikel 4(d) voorziet). Als Mary’s Pick echter bezwaar had tegen de (wijze van) verplaatsingen van de
loading datesdan had het op haar weg geleden om hier bezwaar tegen te maken op het moment dat Spliethoff gewijzigde vertrekdata aankondigde. Dit heeft Mary’s Pick aanvankelijk niet gedaan. Zij heeft juist een aantal keer ingestemd met de voorgestelde wijzigingen. Mary’s Pick stelt zelf ook, over de wijziging van 1 november 2024, toen de
loading datewerd verzet naar rond 20 november 2024: “
[persoon A] gaat hiermee akkoord omdat het nieuwe shipping window voor hem toevallig goed uitkomt: dit uitstel geeft hem extra tijd om werkzaamheden aan het Jacht uit te voeren” (zie 3.9).Op basis van de instemming van Mary’s Pick met de latere
loading datesheeft Spliethoff ook een plek voor het jacht vrijgehouden op haar schip. Onder deze omstandigheden kan Mary’s Pick zich er niet op beroepen dat Spliethoff in redelijkheid niet mocht verplaatsen, omdat er – zoals Mary’s Pick stelt – “geen uitzonderlijke situatie” was die uitstel rechtvaardigde – wat daar ook van zij – of dat Spliethoff onvoldoende met Mary’s Pick in overleg is getreden.
Box 6’ is overeengekomen, aldus Spliethoff.
shipment dateen dat Spliethoff die zelf nog heeft gewijzigd van 20 november 2024 naar 24 tot 26 november 2024. De rente over die 75% kan daarom niet al vanaf 13 november 2024 verschuldigd zijn.
upon concluding this Contract” (zie 3.4) en de Vervoersovereenkomst is op 18 november 2024 tot stand gekomen toen Mary’s Pick het aanbod van Spliethoff heeft aanvaard met het getekend retour sturen van de Vervoersovereenkomst (artikel 3:33 en Pro 6:217 BW). Gelet op het gevorderde kan de rechtbank de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2024 slechts toewijzen over USD 17.785,00 en niet over de volledige 25% van USD 17.875,00.
loading date(zie 3.4). De rechtbank volgt Spliethoff niet in haar stelling dat ‘
Box 6’ ‘
Box 6’ blijft. De uiteindelijk geplande
loading datewas 29 of 30 november 2024. Daarom neemt de rechtbank 30 november 2024 tot uitgangspunt, en wijst zij de contractuele rente over het tweede deel van de vrachtprijs toe vanaf zeven dagen daarvoor, te weten 23 november 2024.
189,00(plus de verhoging vermeld in de beslissing)
Charges” in de zin van artikel 8(a) Vervoersovereenkomst betreffen verschillende aan het vervoer verbonden extra kosten. Beslagkosten vallen daar echter gebruikelijk niet onder en staan ook niet op die wijze gedefinieerd in artikel 8(a) Vervoersovereenkomst, althans kan de rechtbank niet opmaken uit hetgeen hierover slechts in algemene zin is gesteld. In hetgeen verder over de beslagkosten is gesteld (dat er beslag is gelegd en dat dit is opgeheven nadat partijen een
escrow agreementzijn overeengekomen) ziet de rechtbank evenmin aanleiding de werkelijke kosten toe te wijzen.
6.De beslissing
3718/2459