Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6182

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
C/10/716600 / JE RK 26-507
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens zorgbehoefte en contactherstel

De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot 8 november 2026. De kinderen wonen bij de moeder en stiefvader, waarbij de vader geen contact heeft met hen. De moeder verzet zich tegen verlenging, stellende dat vrijwillige hulpverlening voldoende is en de kinderen geen contact wensen met de vader.

Tijdens de zitting, waarbij de vader schriftelijk instemde met het verzoek maar niet aanwezig was, gaf de kinderrechter de jongste minderjarige de gelegenheid om zijn mening te uiten. De kinderrechter constateerde dat de thuissituatie verbeterd is en dat de zorgen over de kinderen grotendeels zijn weggenomen. Toch blijft het contactherstel met de vader uit, wat de gecertificeerde instelling zorgelijk vindt.

De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is om de positieve ontwikkeling te waarborgen en het contactherstel verder te onderzoeken. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor een kortere periode van zes maanden. De gecertificeerde instelling moet voor 1 oktober 2026 rapporteren over de stand van zaken, waarna de kinderrechter de verdere behandeling aanhoudt. De beschikking is direct uitvoerbaar en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen voor zes maanden en houdt de verdere behandeling aan tot 1 oktober 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/716600 / JE RK 26-507
Datum uitspraak: 23 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam stiefvader],
hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats 1] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 3 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026;
  • het e-mailbericht van de vader, ingekomen bij de rechtbank op 20 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 april 2026. De mondelinge behandeling heeft met toestemming van de aanwezigen ter zitting gelijktijdig plaatsgevonden met de zaken met zaaknummers: C/10/716597 / JE RK 26-505 en C/10/716611 / JE RK 26-509. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder en de stiefvader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De vader heeft de kinderrechter schriftelijk laten weten in te stemmen met het verzoek van de GI en niet ter zitting aanwezig te zijn.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder en de stiefvader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 mei 2025 [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI tot 8 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen tijd zijn de zorgen over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verminderd. Het gaat beter met de persoonlijke hygiëne en ook vanuit school zijn er minder zorgen. De GI maakt zich nog wel zorgen om het uitblijven van contactherstel met de vader. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn nog jong en de GI vindt het belangrijk om goed te kijken naar wat er mogelijk is.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
De moeder voert verweer tegen het verzoek van de GI. Zij vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling niet nodig. Coachpoint is betrokken bij de kinderen en zij kunnen ook in het vrijwillig kader betrokken blijven. De Kindbehartiger zal de komende tijd met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] gaan kijken wat hun wens is. De moeder wil niet dat de kinderen worden gedwongen om contact te hebben. De kinderen willen geen contact en de vader heeft ook geen pogingen gedaan om contact te krijgen. De moeder wil haar kinderen beschermen en wil naar hen luisteren.

5.Informatie van de informant

5.1.
De stiefvader geeft aan dat er bijna geen zorgen meer zijn en het goed gaat in huis. Er is geen contact tussen [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en de vader. De stiefvader heeft niet het gevoel dat de vader zich daarvoor wil inzetten.

6.De beoordeling

6.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
De afgelopen periode zijn er veel positieve stappen gezet door de moeder en de stiefvader. Zij hebben intensief samengewerkt met de hulpverlening, waardoor er meer rust is gekomen in de thuissituatie. Ter zitting is gebleken dat de zorgen over de thuisomgeving grotendeels zijn weggenomen. 10 voor Toekomst is betrokken bij het gezin en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben een Kindbehartiger vanuit Coach-Point. Het afgelopen jaar is het niet gelukt om het contact tussen de kinderen en de vader vorm te geven. De kinderrechter benadrukt dat het in beginsel in het belang van de kinderen is om contact te hebben met beide ouders, mits een ouder in staat is om zijn ouderrol op een positieve manier te vervullen. De vader is al een lange tijd niet betrokken bij de kinderen en de GI heeft de taak gekregen om de (on)mogelijkheden voor het contactherstel met de vader te onderzoeken. De komende periode dient daar met de hulp van de Kindbehartiger meer duidelijkheid over te ontstaan. Het is gelet op de jonge leeftijd van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] van belang dat hun wens zorgvuldig wordt onderzocht. Het is bovendien belangrijk om de positieve ontwikkeling in de thuissituatie voort te zetten. Binnenkort staat er een evaluatie met 10 voor Toekomst gepland. De inzet van de jeugdbeschermer blijft noodzakelijk om de benodigde hulpverlening in te zetten en de ontwikkeling van de kinderen te volgen.
6.3.
De kinderrechter ziet aanleiding om de ondertoezichtstelling te verlengen voor een kortere duur dan is verzocht. De komende periode zal er meer duidelijkheid moeten komen over de resterende zorgen en over het eventuele contact met de vader. Om vinger aan de pols te houden zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van zes maanden. De kinderrechter houdt de beslissing op het resterende deel van het verzoek aan tot de hierna te noemen pro forma datum.
6.4.
De GI wordt verzocht uiterlijk
twee wekenvoor de hierna te noemen pro forma datum te rapporteren (met afschrift aan de moeder en de vader) over de stand van zaken op dat moment en daarbij ook te vermelden of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
6.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 8 november 2026;
en alvorens te beslissen:
7.2.
houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan en bepaalt dat het verzoek wordt aangehouden tot
1 oktober 2026 pro forma;
7.3.
bepaalt dat de GI, de moeder en de vader op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
7.4.
verzoekt de GI uiterlijk
twee wekenvoor de genoemde pro forma datum de kinderrechter de verzochte rapportage (met afschrift aan de moeder en de vader) te doen toekomen;
7.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 26 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 Burgerlijk Pro Wetboek.