Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6174

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
ROT 25/10066
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:84 AwbArt. 35 Pw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor maandelijkse energiekosten

In deze bestuursrechtelijke zaak bij de rechtbank Rotterdam staat de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor maandelijkse energiekosten centraal. Eiseres, een bijstandsgerechtigde, betoogt dat het college ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van haar afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 4:84 Awb Pro vanwege bijzondere omstandigheden zoals hoge inflatie en stijgende energiekosten.

Het college heeft de aanvraag afgewezen op basis van de Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand voor energiekosten 2024, die als tegenwettelijk begunstigend beleid gelden. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat dergelijk beleid niet getoetst wordt aan hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen, maar als gegeven wordt aanvaard. De rechtbank toetst alleen of het beleid juist is toegepast, wat hier het geval is.

De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde bijzondere omstandigheden niet als zodanig kunnen worden aangemerkt omdat zij ook andere bijstandsgerechtigden treffen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor energiekosten wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/10066

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

21 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. Z. Abachi).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Motivering

1. In deze zaak gaat het om de vraag of het college terecht de aanvraag om bijzondere bijstand voor maandelijkse energiekosten heeft afgewezen.
2. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van haar afwijkingsbevoegdheid nu sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om op grond van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af te wijken van de beleidsregels. Eiseres is bijstandsgerechtigde en wordt geconfronteerd met ingrijpende energiekosten en een uitzonderlijk hoge inflatie.
3. Het college heeft toepassing gegeven aan de Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand voor energiekosten 2024 (Tijdelijke beleidsregels). Deze beleidsregels zijn tegenwettelijk begunstigend beleid, nu deze een uitzondering maken op de voorwaarden in artikel 35 van Pro de Pw. Zoals de Centrale Raad van Beroep (de Raad) in de uitspraak van 15 mei 2025 [1] heeft overwogen wordt tegenwettelijk begunstigend beleid niet getoetst op rechtmatigheid, maar wordt als een gegeven aanvaard. Tegenwettelijk beleid wordt dus niet exceptief getoetst aan hoger geschreven recht, algemene rechtsbeginselen en (ander) ongeschreven recht, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Evenmin wordt getoetst of het bestuursorgaan ten gunste van de betrokkene moet afwijken van dit beleid. De rechtbank toetst wel of het college het tegenwettelijk beleid juist heeft toegepast. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Eiseres heeft dat ook niet bestreden. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komt. Overigens zijn de aangevoerde bijzondere omstandigheden niet bijzondere omdat de stijgende energieprijzen en de inflatie ook andere ontvangers van een bijstandsuitkering treffen.
4. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dit proces-verbaal is vastgesteld door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van
R.P. Evegaars, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met de uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Raad van 15 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:700.