ECLI:NL:RBROT:2026:617

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
10-019165-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor wapenbezit, drugshandel en witwassen

Op 19 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die op 22 januari 2022 in Rotterdam werd aangehouden. De verdachte werd beschuldigd van het voorhanden hebben van een vuurwapen, het bezit van cocaïne, het medeplegen van de aflevering van hasjiesj en het witwassen van een geldbedrag van 2.650 euro. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte schuldig is aan alle tenlastegelegde feiten. De verdachte kreeg een gevangenisstraf van 300 dagen, waarvan 129 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, en daarnaast een taakstraf van 240 uur. De rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak, die bijna vier jaar heeft geduurd. De verdachte heeft eerder soortgelijke strafbare feiten gepleegd, maar de rechtbank oordeelde dat de omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn huidige woonsituatie en de geboorte van zijn dochter, in zijn voordeel spreken. De rechtbank verklaarde het in beslag genomen geldbedrag van 2.650 euro verbeurd, aangezien dit bedrag afkomstig was uit een misdrijf. De uitspraak benadrukt de ernst van de feiten, vooral gezien de combinatie van drugshandel en wapenbezit, en de impact daarvan op de volksgezondheid en veiligheid.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-019165-22
Datum sluiting onderzoek en uitspraak: 19 januari 2026
Datum zitting: 23 december 2025
Tegenspraak
Verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
Advocaat van de verdachte: mr. H. Raza
Officier van justitie: mr. R.P.L. Planken
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een pistool en bijbehorende munitie, het aanwezig hebben van 675,5 gram cocaïne, het medeplegen van het afleveren van 10 kilo hasjiesj en voor het witwassen van een geldbedrag van 2.650 euro.
Hij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 300 dagen waarvan 129 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Daarnaast wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd. Er is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat
1
hij op of omstreeks 22 januari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, (een zogenaamde samengestelde) Glock, model 19 gen 5, kaliber 9mm,
en/of (voor dit vuurwapen geschikte munitie) in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op het
art. 2 lid 2 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten 7 kogelpatronen, kaliber 9mm, van het merk S&B, voorhanden heeft gehad;
2
hij op of omstreeks 22 januari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van 2.650,- euro (te weten 53 stuks van 50,- euro biljetten), althans een geldbedrag, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een geldbedrag, te weten 2.650 euro, althans een geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
3
hij op of omstreeks 22 januari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 720,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4
hij op of omstreeks 22 januari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van (ongeveer) 10 kilogram in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten, met vrijspraak van het medeplegen ten aanzien van de feiten onder 1, 2 en 3.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 4 en heeft zich voor de overige feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte alle vier de feiten heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande aanvullende bewijsmotivering ten aanzien van feit 2 en feit 4.
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Het vuurwapen, het geld en de cocaïne die op 22 januari 2022 in de woning aan de [adres delict] te Rotterdam zijn aangetroffen waren van mij.
U houdt mij voor dat de politie denkt dat de aangetroffen iPhone 6S ( [beslagnummer 1] ) van mij is. U vraagt mij of ik de persoon ben op foto 12 van pagina 135 van het dossier. Dat ben ik. Het kan dat ik de telefoon op dat moment heb gebruikt.
2.
Proces-verbaal van politie [3]
Op 22 januari 2022 zag ik op de Putselaan te Rotterdam een Volkswagen Golf rijden met kenteken [kentekennummer 1] . Ik besloot de Volkswagen te volgen. Mij viel op dat deze gevolgd werd door een Citroen C3. Ik zag dat beide voertuigen de Wieldrechtstraat inreden en parkeerden. Het kenteken van de Citroen was [kentekennummer 2] .
Ik zag dat de bestuurder uit de Citroen stapte. Ik zag dat hij niks zichtbaars met zich meedroeg en dat hij het centrale portiek voorzien van nummer [huisnummer A] - [huisnummer L] binnenging. De eerder genoemde Golf stond voor de centrale portiek geparkeerd. Ik zag dat er geen inzittende(n) meer inzaten.
Ik zag circa een half uur later dat drie mannen gezamenlijk het portiek uitliepen. Ik herkende een van de mannen als de bestuurder van de Citroen. Ik zag dat deze nu een goed gevulde en zwaar ogende groene boodschappentas in zijn handen vasthield. Ik zag dat de andere twee mannen als bestuurder en inzittende in de voornoemde Golf stapten. Ik zag dat de bestuurder van de Citroen naar zijn voertuig liep. Ik zag dat hij aan de rechterzijde een deur opende en daar de gevulde groene boodschappentas in plaatste. Ik zag dat zowel de Citroen als de Golf vervolgens wegreden. Wij volgden de voertuigen.
Wij, verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] , besloten de inzittenden van de Golf te controleren. De bestuurder bleek te zijn [achternaam verdachte] , [1e voornaam verdachte] [2e voornaam verdachte] . De bijrijder bleek te zijn genaamd [achternaam medeverdachte 1] , [1e voornaam medeverdachte 1] [2e voornaam medeverdachte 1] . Wij hebben ze direct met gevolg laten gaan.
Wij, verbalisanten [naam verbalisant 3] , [naam verbalisant 4] en [naam verbalisant 5] , volgden de Citroen. Hij parkeerde op de Sint Jobsweg te Rotterdam. De bestuurder bleek te zijn: [achternaam medeverdachte 2] , [1e voornaam medeverdachte 2] [2e voornaam medeverdachte 2] . Ik zag achter de bijrijdersstoel een groene boodschappentas staan. Wij hadden het vermoeden dat er verdovende middelen vervoerd werden en hebben de tas in beslag genomen. Ik, verbalisant [naam verbalisant 2] , heb de groene boodschappentas vervolgens geopend. Ik zag direct dat de tas gevuld was met rechthoekige pakketten. Ik, verbalisant [naam verbalisant 1] , rook een geur die ik ambtshalve herkende als de geur van hasj en hennep.
Na aanhouding van [verdachte] hebben een onderzoek ingesteld in de woning met huisnummer [huisnummer X] in het portiek [sttraatnaam] [huisnummer A] - [huisnummer L] waar wij vermoedelijk een blok cocaïne en in een zak van een jas in een kledingkast een zwart vuurwapen en 53 biljetten van €50 elk aantroffen.
3.
Proces-verbaal van politie [4]
Bij een doorzoeking in de woning aan de [adres delict] te Rotterdam werd een vuurwapen aangetroffen en in beslag genomen. Het betreft een pistool in het kaliber 9mm, van het merk Glock, model 19 gen 5, de slede en loop zijn voorzien van serienummer: [serienummer 1] , de kast is voorzien van serienummer: [serienummer 2] . Het betreft een zogenaamde samengestelde Glock. In het patroonmagazijn waren 7 kogelpatronen van het kaliber 9 mm aanwezig.
4.
Proces-verbaal van politie, onderzoek vuurwapen [5] Op 22 januari 2022 zijn goederen in beslag genomen.
Wapenomschrijving 5
Goednummer : [beslagnummer 2]
Object : Vuurwapen (Pistool)
Merk/type : Glock 19 Gen 5
Kaliber : 9mm
Dit pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.
Wapenomschrijving 6
Goednummer : [beslagnummer 3]
Object : Munitie (Kogelpatroon)
Aantal/eenheid : 7 stuks
Merk/type : S&B 9mm
Kaliber : 9mm
Inhoud/specificatie : 7 kogelpatronen uit patroonmagazijn glock 19 gen 5
Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM. Deze munitie is geschikt om te worden afgevuurd met een vuurwapen van het kaliber 9mm.
5.
Kennisgeving van inbeslagneming [6] Inbeslagneming
Plaats : [adres delict] , Rotterdam
Datum en tijd : 22 januari 2022 te 21:35 uur
Volgnummer 1
Goednummer : [beslagnummer 4]
Object : Geld (Biljetten)
Totale hoeveelheid : 2650 EUR
6.
Kennisgeving van inbeslagneming [7] Inbeslagneming
Plaats : [adres delict] , Rotterdam
Datum en tijd : 22 januari 2022 te 21:35 uur
Volgnummer 1
Goednummer : [beslagnummer 5]
Object : Verdovende middelen (Cocaïne Crack)
Totale hoeveelheid : 719,9 gr bruto
7.
Proces-verbaal van politie, onderzoek verdovende middelen [8]
Goednummer : [beslagnummer 6]
SIN monster : [SIN-nummer 1]
Gewicht netto : 675,5 gram
Ruybal : Positief voor cocaïne
8.
Deskundigenverslag van het NFI [9]
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
[SIN-nummer 2]
poeder en brokjes, wit, uit 75,5 gram
bevat cocaïne
Cocaïne is vermeld op lijst I van de Opiumwet.
9.
Proces-verbaal van politie, Onderzoek verdovende middelen [10]
Deze partij was inbeslaggenomen tijdens een onderzoek op de [adres delict] te Rotterdam bij de verdachte [achternaam medeverdachte 2] .
Goednummer : [beslagnummer 7]
Object : Verdovende middelen (Hashish)
Totale hoeveelheid : 10 kg
De brokken bruine samengeperste substantie werden door mij herkend als hashish; een vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep.
10.
Proces-verbaal van de politie [11]
Op het moment van [verdachte] ’s aanhouding had hij een tweetal telefoons in zijn bezit. Ik deed een onderzoek naar de iPhone 6S ( [beslagnummer 1] ). Ik zag de simkaart het telefoonnummer [gsm-nummer 1] had.
Ik zag een Signal gesprek met een persoon die geregistreerd stond onder de naam ‘ [naam 1] ’, telefoonnummer [gsm-nummer 2] . Ik zag dat het gesprek voorzien was van een timer die 8 uur aangaf, inhoudende dat de gespreksinhoud na 8 uur door Signal wordt verwijderd. Zodoende zag ik dat er geen gespreksinhoud in de chat zichtbaar was.
11.
Proces-verbaal van de politie [12] Onder [achternaam medeverdachte 2] was een iPhone 6S in beslag genomen. Er was een account met de naam ‘ [naam 1] ’ gekoppeld aan de chatapplicatie Signal. Het telefoonnummer dat gekoppeld was: [gsm-nummer 2] .
Ik zag dat het telefoonnummer [gsm-nummer 1] dat bij [verdachte] in gebruik was stond opgeslagen in de telefoon. Het telefoonnummer was opgeslagen onder de naam ‘ [naam 2] ’. Uit de analyse van de tweede telefoon van [verdachte] , een iPhone 12 pro, blijkt dat [verdachte] de alias ‘ [alias verdachte] ’ gebruikt.
Chatgesprek [naam 2]
Ik zag op de telefoon van [achternaam medeverdachte 2] een chat tussen hem en [verdachte] . Ik had eerder in de telefoon van [verdachte] geconstateerd dat de gespreksgeschiedenis tussenbeide was verwijderd. Ik zag dat in de chatgeschiedenis van [achternaam medeverdachte 2] nog wel een gesprek geregistreerd stond. De feitelijke communicatie tussenbeide start op 22 januari 2022 te 17:40 uur. [verdachte] vraagt wat die mattie van [achternaam medeverdachte 2] gaat doen met de ‘torrie’ hier. [verdachte] vraagt of [achternaam medeverdachte 2] dat morgen, 23 januari 2022 dus, komt halen. [achternaam medeverdachte 2] reageert door te zeggen dat hij het vandaag komt halen. [verdachte] vraagt hoe laat [achternaam medeverdachte 2] langs kan komen. [achternaam medeverdachte 2] zegt dat hij het weet en het gaat pakken. [verdachte] geeft aan dat het goed is en [achternaam medeverdachte 2] vraagt of [verdachte] gewoon thuis is. Het laatste bericht is van 17:44 uur. Om 19:10 uur zijn de verdachten door de politie gezien.
2.3.2.
Bewijsmotivering feit 2
In een jaszak van de verdachte is contant geld aangetroffen, te weten 53 biljetten van 50 euro. Naar het oordeel van de rechtbank leveren de feiten en omstandigheden waaronder dat geldbedrag is aangetroffen, een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen op. De verdachte heeft geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven voor de (legale) herkomst van dat geldbedrag. Daarmee is het witwassen daarvan bewezen.
2.3.3.
Bewijsmotivering feit 4
Door de verdediging is bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 4. Er kan niet worden vastgesteld wat er achter de portiekdeur is gebeurd en of de verdachte daar bij betrokken is geweest. Verder kan niet onmiskenbaar worden vastgesteld dat met ‘torrie’ in het gesprek met [achternaam medeverdachte 2] de later aangetroffen drugs worden bedoeld. Daarnaast is aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat het daadwerkelijk ging om de hasjiesj zoals ten laste is gelegd: een vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd. Het is niet met het blote oog vast te stellen of daar sprake van is geweest, zoals de verbalisant heeft gedaan.
De bewijsmiddelen rechtvaardigen geen andere conclusie dan dat de verdachte de hasjiesj heeft afgeleverd aan de medeverdachte. Op grond van de waarneming door een verbalisant van de blokken die zijn aangetroffen in de tas bij [achternaam medeverdachte 2] , kan bewezen worden dat deze tas hasjiesj bevatte, wat staat op lijst II van de Opiumwet een en ander zoals bewezenverklaard.
2.3.4.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij op 22 januari 2022 te Rotterdam een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, (een zogenaamde samengestelde) Glock, model 19 gen 5, kaliber 9mm, en (voor dit vuurwapen geschikte munitie) in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op het art. 2 lid 2 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten 7 kogelpatronen, kaliber 9mm, van het merk S&B, voorhanden heeft gehad;
Feit 2
hij op 22 januari 2022 te Rotterdam een geldbedrag van 2.650,- euro (te weten 53 stuks van 50,- euro biljetten), voorhanden
heeftgehad terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
Feit 3
hij op 22 januari 2022 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad,
675,5gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Feit 4
hij op 22 januari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderenopzettelijk heeft afgeleverd, een hoeveelheid van (ongeveer) 10 kilogram hasjiesj
,een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en munitie;
Feit 2
witwassen;
Feit 3
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
Feit 4
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen, waarvan 129 dagen voorwaardelijk en met aftrek van voorarrest. Daarnaast moet hij een taakstraf van 240 uur uitvoeren.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ter hoogte van het voorarrest op te leggen en daarnaast geen onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
Allereerst heeft de verdachte 10 kilo hasjiesj afgeleverd aan een ander. Vervolgens bleek in de woning waar hij verbleef cocaïne te liggen. Het is algemeen bekend dat drugs, mede vanwege de verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid. De verdachte heeft op deze manier bijgedragen aan de instandhouding van drugsgebruik en de drugshandel. Hoewel dit niet ten laste is gelegd, lijkt uit de onderzochte telefoons naar voren te komen dat de verdachte veel dieper in de drugshandel opereerde. De handel in drugs is zowel direct als indirect de oorzaak van vele vormen van criminaliteit en vormt daarmee een direct gevaar voor de maatschappij. De verdachte heeft zich kennelijk niet bekommerd om de risico’s en de gevolgen van zijn handelen, maar is uitsluitend bezig geweest met zijn eigen gewin. In de woning is dan ook een witgewassen geldbedrag aangetroffen. Tot slot heeft de verdachte een wapen en bijbehorende munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Dat weegt nog zwaarder in een geval als dit waarin dat in combinatie met een overtreding van de Opiumwet gebeurt.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 21 november 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Deze veroordeling is echter van na de pleegdatum van deze feiten, wat betekent dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Rapport reclassering
In het rapport van de reclassering van 29 maart 2022 staat dat er bij de verdachte sprake is van dagbesteding en dat hij verblijft bij zijn vriendin. De verdachte heeft een aantal openstaande boetes en er zijn geen andere schulden. Er is sprake van blowen. De verdachte ervaart geen psychische problemen. Omdat hij zich beroept op zijn zwijgrecht is het niet mogelijk om een verband te leggen tussen de tenlastelegging en de diverse leefgebieden. Bij een veroordeling wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. Interventies of toezicht zijn niet geïndiceerd. Er worden op de leefgebieden geen problemen gezien waarvoor inzet vanuit de reclassering nodig is.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij momenteel een uitkering ontvangt en is aangemeld bij het Geldplein voor begeleiding op financieel vlak bij de gevolgen van de toeslagenaffaire. Hij wordt nu geholpen met zijn schulden die inmiddels zo’n 30.000 euro bedragen. De schulden zijn ontstaan omdat de verdachte lang geen adres heeft gehad. Inmiddels is hij ingeschreven. De verdachte woont bij zijn moeder en heeft pasgeleden een dochter gekregen.
4.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 23 januari 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna vier jaren verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn fors is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.
4.3.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
De rechtbank stelt vast dat de feiten inmiddels lange tijd geleden zijn gepleegd. Zoals ter zitting is gebleken, gaat het naar omstandigheden goed met de verdachte. Daarnaast heeft de verdachte geen relevante recidive. Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank het onvoorwaardelijk op te leggen deel van de gevangenisstraf dan ook beperken tot de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Het overige deel van de gevangenisstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op de ernst van de feiten zal daarnaast ook een taakstraf aan de verdachte worden opgelegd.
Al met al acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden en zal deze straf dus aan de verdachte opleggen.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen geldbedrag moet worden verbeurd verklaard.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor feit 2 wordt het in beslag genomen geldbedrag verbeurd verklaard. Het strafbare feit is met betrekking tot dit goed gepleegd en dit geldbedrag behoort aan de verdachte toe.

6.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 12 juli 2022 geschorst. Het geschorste bevel wordt opgeheven.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart
bewezendat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2.3.4 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3.1 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 300 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht (zijnde 171 dagen), in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
van deze gevangenisstraf 129 dagen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzijde rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als
algemene voorwaardedat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 240 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 dagen;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor feit 2:
> 2650 EUR | [beslagnummer 4] );
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.C. Bos, voorzitter,
en mrs. A.J.P. van Essen en N. Stolk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 januari 2025.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 1]
2.Verklaard tijdens de zitting van 23 december 2025.
3.Het proces-verbaal van politie, nummer [nummer proces-verbaal 2] , pagina 1 tot en met 11.
4.Het proces-verbaal van politie, nummer [nummer proces-verbaal 3] , pagina 34 tot en met 38.
5.Het proces-verbaal onderzoek vuurwapen, nummer [nummer proces-verbaal 4] , pagina 86 tot en met 90.
6.De kennisgeving van inbeslagneming, nummer [nummer proces-verbaal 5] , pagina 70 en 71.
7.De kennisgeving van inbeslagneming, nummer [nummer proces-verbaal 6] , pagina 64 en 65.
8.Het proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen, nummer [nummer proces-verbaal 7] , pagina 39 tot en met 42.
9.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 13 april 2022, pagina 350.
10.Het proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen, nummer [nummer proces-verbaal 8] , pagina 32 en 33.
11.Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 102 tot en met 115.
12.Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 192 tot en met 240.