ECLI:NL:RBROT:2026:613
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: weigering overname private schuld kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor overname van een private schuld van €9.000,- aan een derde partij in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister van Financiën heeft deze aanvraag geweigerd omdat de schuld niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden, waaronder dat de schuld opeisbaar moest zijn vóór 1 juni 2021 en vastgelegd in een notariële akte bij informele schulden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de door eiseres overgelegde ongedateerde verklaring niet aantoont dat de schuld op het vereiste tijdstip opeisbaar was. Daarnaast is niet in geschil dat het een informele schuld betreft zonder notariële akte, waardoor deze niet voor overname in aanmerking komt. De rechtbank oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel faalt, omdat de Wht een formele wet is en toetsing aan algemene rechtsbeginselen slechts beperkt mogelijk is. De rechtbank verwijst naar relevante jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is mondeling gedaan op 16 januari 2026 door rechter C.A. Hage.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering tot overname van haar private schuld wordt ongegrond verklaard.