ECLI:NL:RBROT:2026:606

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
10-146869-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van door schuld veroorzaakte verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 7 januari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel. De verdachte, geboren in 1997, werd ervan beschuldigd op 24 mei 2023 te Sliedrecht als bestuurder van een bestelauto roekeloos rijgedrag te hebben vertoond, wat leidde tot een kettingbotsing waarbij meerdere voertuigen betrokken waren. De officier van justitie eiste een veroordeling voor het veroorzaken van het ongeval, maar de rechtbank oordeelde dat de beschuldiging niet bewezen kon worden. De verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, maar het was wel bewezen dat hij gevaar op de weg had veroorzaakt. De rechtbank legde een geldboete op van € 500,- en een schadevergoeding aan een benadeelde partij van € 1.000,-, die voortkwam uit immateriële schade. De rechtbank oordeelde dat de verdachte niet eerder onherroepelijk was veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, wat in de strafmaat werd meegewogen. De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheden van bestuurders in het verkeer en de gevolgen van onoplettendheid.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-146869-24
Datum zitting en uitspraak: 7 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden
Officier van justitie: mr. M.P.H. van Drunen
Benadeelde partij: [benadeelde partij ]
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van het door zijn schuld veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Wel is bewezen dat de verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt. De verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 500,- en moet ook een schadevergoeding betalen aan één van de slachtoffers.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - door zijn schuld een verkeersongeval heeft veroorzaakt met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, dan wel dat hij gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1
hij op 24 mei 2023 te Sliedrecht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, Rijk
sweg A15 zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, terwijl er ter plaatse sprake was van een file en/of langzaam rijdend verkeer en/of
- heeft gereden met een snelheid van ongeveer 70 á 80 kilometer per uur, in elk geval een veel hogere snelheid dan gezien de verkeerssituatie passend en/of geboden was en/of
-(aldus rijdende) auto's links en rechts (zigzaggend) heeft ingehaald en/of
- ( daarbij) geruime tijd bezig is geweest met het bekijken van zijn rittenlijst en/of
- daarbij/daardoor zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg voor hem heeft gehouden en/of
- niet of niet tijdig heeft opgemerkt dat vóór hem het verkeer langzaam rijdend was geworden en/of zich een file had gevormd en/of
- ( daarbij) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, zijn motorvoertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en/of
- niet of niet tijdig heeft geremd en/of
- tegen een of meer stilstaande en/of langzaam rijdende personenauto’s en/of een bestelauto is gebotst en/of aangereden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een botbreuk van de 1e lende
nwervel met meerdere botfragmenten zonder betrokkenheid van de omringende ligamenten, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale
bezigheden is ontstaan en/of waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk van de eerste lende
nwervel met verplaatsing van een botfragment naar de rugzijde, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte
of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair
hij op 24 mei 2023 te Sliedrecht als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A15, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, terwijl er ter plaatse sprake was van een file en/of langzaam rijdend verkeer en/of
- heeft gereden met een snelheid van ongeveer 70 á 80 kilometer per uur, in elk geval een veel hogere snelheid dan gezien de verkeerssituatie passend en/of geboden was en/of
- ( aldus rijdende) auto's links en rechts (zigzaggend) heeft ingehaald en/of
- ( daarbij) geruime tijd bezig is geweest met het bekijken van zijn rittenlijst en/of
- daarbij/daardoor zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg voor hem heeft gehouden en/of
- niet of niet tijdig heeft opgemerkt dat vóór hem het verkeer langzaam rijdend was geworden en/of zich een file had gevormd en/of
- ( daarbij) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, zijn motorvoertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en/of
- niet of niet tijdig heeft geremd en/of
- tegen een of meer stilstaande en/of langzaam rijdende personenauto’s en/of een bestelauto is gebotst en/of aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
2
hij op 24 mei 2023 te Sliedrecht als bestuurder van een voertuig (Bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A15, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, terwijl er ter plaatse sprake was van een file en/of langzaam rijdend verkeer en/of
- heeft gereden met een snelheid van ongeveer 70 á 80 kilometer per uur, in elk geval een veel hogere snelheid dan gezien de verkeerssituatie passend en/of geboden was en/of
- ( aldus rijdende) auto's links en rechts (zigzaggend) heeft ingehaald en/of
- ( daarbij) geruime tijd bezig is geweest met het bekijken van zijn rittenlijst en/of
- daarbij/daardoor zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg voor hem heeft gehouden en/of
- niet of niet tijdig heeft opgemerkt dat vóór hem het verkeer langzaam rijdend was geworden en/of zich een file had gevormd en/of
- ( daarbij) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, zijn motorvoertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en/of
- niet of niet tijdig heeft geremd en/of
- tegen een of meer stilstaande en/of langzaam rijdende personenauto’s en/of een bestelauto is gebotst en/of aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2.Vrijspraak / bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor feit 1 subsidiair en feit 2 en dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 primair.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 (primair en subsidiair) en 2.
Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs onder 2.3.3. worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Vrijspraak feit 1 primair
De beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.
De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
2.3.2.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 1 subsidiair en feit 2
Bewezen is dat de verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring van feit 1 subsidiair en feit 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [1]
Op 24 mei 2023 reed ik met mijn bedrijfsauto, kenteken [kenteken], over de A15 te Sliedrecht. Ik reed op de linkerbaan en haalde een vrachtwagen in. Ik pakte mijn rittenlijst en keek hier zo’n twee of drie seconden op. Toen ik omhoog keek zag ik dat het verkeer voor mij stilstond. Ik remde, maar dat mocht niet baten. Het klopt dat ik tegen de voor mij rijdende Mercedes Benz Vito ben aangereden. Het klopt dat dit voertuig tegen het voertuig daarvoor aanbotste, en dat dit voertuig weer tegen het voertuig dáárvoor aanbotste.
2.
Proces-verbaal van de politie [2] Op woensdag 24 mei 2023 kwamen wij, verbalisanten, ter plaatse bij het ongeval op de autosnelweg A15 te Sliedrecht. Wij zagen dat er minimaal 4 voertuigen betrokken waren bij de aanrijding. Ten tijden van het ongeval reed het verkeer langzaam door filevorming. De bestuurder van de Mercedes Benz, voorzien van kenteken [kenteken] reed achterop betrokken Mercedes Benz voorzien van Belgisch kenteken, hierdoor reed de Belgische Mercedes Benz achter op de betrokken Ford, de Ford reed achter op de betrokken Volkswagen.
2.3.3.
Bewijsmotivering
De verdachte heeft als bestuurder van een bedrijfsauto op een autosnelweg, waarop meerdere voertuigen reden, zijn aandacht gericht op een rittenlijst in plaats van op de weg en het verkeer voor hem. Hij heeft daardoor niet op tijd gemerkt dat het verkeer langzaam was gaan rijden of stilstond en waardoor hij niet op tijd heeft geremd. Dat dit gebeurd zou zijn door een moment van onachtzaamheid, zoals aangevoerd door de verdediging, doet hieraan niet af. Door zo te handelen heeft de verdachte gevaar op de weg veroorzaakt in de zin van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Dit gevaar heeft zich ook daadwerkelijk verwezenlijkt. Als gevolg van de gedraging van de verdachte heeft immers een kettingbotsing plaatsgevonden waarbij meerdere personen letsel hebben opgelopen en schade aan voertuigen is ontstaan. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan feit 1 subsidiair en feit 2, hetgeen bewezen zal worden verklaard.
2.3.4.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1 subsidiair
hij op 24 mei 2023 te Sliedrecht als bestuurder van een bedrijfsauto, daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A15, terwijl er ter plaatse sprake was van een file en/of langzaam rijdend verkeer
- bezig is geweest met het bekijken van zijn rittenlijst en
- daardoor zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg voor hem heeft gehouden en
- niet of niet tijdig heeft opgemerkt dat vóór hem het verkeer langzaam rijdend was geworden en/of zich een file had gevormd en
- daarbij zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, zijn motorvoertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en
- niet of niet tijdig heeft geremd en
- tegen een stilstaande en/of langzaam rijdende bestelauto is gebotst en/of aangereden, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd;
Feit 2
hij op 24 mei 2023 te Sliedrecht als bestuurder van een bedrijfsauto, daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A15, terwijl er ter plaatse sprake was van een file en/of langzaam rijdend verkeer
- bezig is geweest met het bekijken van zijn rittenlijst en
- daardoor zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg voor hem heeft gehouden en
- niet of niet tijdig heeft opgemerkt dat vóór hem het verkeer langzaam rijdend was geworden en/of zich een file had gevormd en
- daarbij zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, zijn motorvoertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en
- niet of niet tijdig heeft geremd en
- tegen een stilstaande of langzaam rijdende bestelauto is gebotst en/of aangereden, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, en het verkeer op die weg werd gehinderd.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Eendaadse samenloop van:
Feit 1 subsidiair
Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Feit 2
Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor feit 1 subsidiair en feit 2 worden veroordeeld tot een geldboete van € 500,-.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Bij een bewezenverklaring wordt verzocht om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
De verdachte heeft een ongeval veroorzaakt op de snelweg. Hij heeft niet op het verkeer gelet en daardoor niet op tijd kunnen remmen voor de voor hem ontstane file. Daardoor heeft hij een kettingbotsing veroorzaakt waarbij in totaal vijf auto’s betrokken zijn geraakt en forse (blik)schade is ontstaan. Twee slachtoffers hebben ernstig lichamelijk letsel opgelopen. Zij hebben beiden als gevolg van het ongeval hun rug gebroken. Dit kan de verdachte strafrechtelijk worden verweten. Tegelijkertijd verliest de rechtbank niet uit het oog dat de verdachte nooit een aanrijding heeft willen veroorzaken.
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 28 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 24 mei 2023, omdat de verdachte toen is verhoord. Tot aan dit vonnis is een periode van ongeveer twee jaar en zeven maanden verstreken. Daarmee is de redelijke termijn van twee jaar in deze zaak geschonden. Gelet op de hoogte van de na te noemen straf, volstaat de rechtbank ermee dit te constateren.
Gelet op de aard van de strafbare feiten legt de rechtbank een geldboete op. Bij het bepalen van de strafsoort en de hoogte daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom legt de rechtbank een geldboete op van € 500,-. Een geheel voorwaardelijke straf - zoals door de raadsman is verzocht - acht de rechtbank, gelet op de ernst van de strafbare feiten, niet passend.

5.Vordering van de benadeelde partij

5.1.
Vordering [benadeelde partij ]
heeft als benadeelde partij voor de feiten een vergoeding voor materiële en immateriële schade gevorderd.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering omdat zij geen schadebedrag heeft genoemd.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering omdat zij geen schadebedrag heeft genoemd en de vordering niet is onderbouwd.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
De benadeelde partij heeft in haar verzoek tot schadevergoeding aangegeven dat zij materiële en immateriële schade heeft. Deze schadeposten zijn niet toegelicht en er is geen concreet bedrag gevorderd. Wel heeft zij medische informatie toegevoegd waaruit haar letsel en een periode van arbeidsongeschiktheid blijkt.
Dat er geen concreet bedrag aan schade is gevorderd, maakt niet dat er geen schadevergoeding kan worden toegekend. De rechter heeft op grond van art. 6:97 BW namelijk de bevoegdheid om de schade te begroten. Deze bevoegdheid wordt ‘geactiveerd’ als (i) aansprakelijkheid bestaat op grond van de wet, (ii) de benadeelde schadevergoeding vordert en (iii) het bestaan van schade als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid is gegrond, aannemelijk is. De benadeelde moet in dat verband feiten stellen waaruit het bestaan van schade kan worden afgeleid. De rechter mag het bestaan van schade vervolgens zonder bewijs aannemelijk achten (Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:845, rov. 3.5. en de daarin genoemde jurisprudentie).
Ten aanzien van de gevorderde materiële schade heeft te gelden dat de rechtbank de schade niet kan begroten. Er zijn onvoldoende feiten gesteld waaruit het bestaan van schade kan worden afgeleid. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de benadeelde partij door het verstrekken van de hiervoor genoemde medische informatie wel voldoende feiten gesteld waaruit het bestaan van schade kan worden afgeleid. De rechtbank begroot de schade op € 1.000,-. Omdat niet kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij meer schade heeft geleden, zal zij voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.
De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 mei 2023, de dag waarop het letsel is ontstaan.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 23, 24c, 36f en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 subsidiair en feit 2, zoals hiervoor is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een
geldboete van € 500,- (vijfhonderd euro);
beveelt dat, voor het geval de geldboete niet wordt betaald en geen verhaal mogelijk is,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
5 (vijf) dagen;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij ], te betalen een bedrag van € 1.000,- (duizend euro), bestaande uit immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 24 mei 2023 tot de dag van volledige betaling.
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover deze hoger is dan het nu toegewezen bedrag; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij ] aan de staat
€ 1.000,-(duizend euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 24 mei 2023 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
10 (tien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van de Klashorst , voorzitter,
en mrs. J.J. Bade en M. Hulshof, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 januari 2026.

Voetnoten

1.Verklaard tijdens de zitting van 7 januari 2026.
2.Pagina’s 32-33 van het dossier met zaaksregistratienummer [proces-verbaalnummer] .