2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte door zijn schuld een verkeersongeval heeft veroorzaakt met als gevolg zodanig lichamelijk letsel van het slachtoffer dat daardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van zijn normale bezigheden is ontstaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachteOp 3 april 2024 om een uur of vijf in de nacht reed ik met mijn personenauto, kenteken [kenteken 1], op de Horvathweg in Rotterdam. Ik ben de kruising met de Spaanseweg opgereden en heb op die kruising de personenauto, kenteken [kenteken 2], aangereden.
2.
Deskundigenverslag (FARR-verklaring)Aanvullende letselverklaring betreffende berichtgeving van fysiotherapeut.
Uit verkregen dossiervoering blijken persisterende pijnklachten en verhoogde spierspanning van nek en borstkasregio.
3.
Proces-verbaal van de politie
Locatie ongeval
Datum : 3 april 2024
Omstreeks : 05:17 uur
Adres : Horvathweg
Postcode plaats : 3011 Rotterdam
op de kruising met
Adres : Spaanseweg
Bebouwde kom : binnen
Maximum snelheid : 50 km per uur.
Vermoedelijke toedracht1 : Volkswagen Golf vvk [kenteken 1] bestuurd door [verdachte]
2 : Toyota Yaris vvk [kenteken 2] bestuurd door [slachtoffer]
1 reed op de Horvathweg, komende uit de richting Beukelsbrug en reed bij rood licht
het kruispunt op. 2 reed op de Spaanseweg komende vanuit de Tjalklaan richting Vreelust en reed bij groen licht het kruispunt op. Beide voertuigen kwamen op de kruising met elkaar in botsing.
4.
Proces-verbaal van de politie(
onderzoek EDR systemen)
Bij analyse van de uitgelezen gegevens bleek dat:
Volkswagen Golf:
(…)
• Het EDR systeem van het voertuig ongeveer 5 seconden voor "Event record 2" heeft
opgeslagen dat het voertuig met een geregistreerde snelheid van ongeveer 87 km/uur
reed.
(…)
• (…) De aanrijding hierdoor heeft plaatsgevonden met een laatst geregistreerde snelheid van ongeveer 60 km/uur - 5% correctie is tussen de 57 en 58 km/uur.
5.
Proces-verbaal van de politie (onderzoek verkeersregelinstallatie)
Het betrof een kruispunt welke voorzien was van een verkeersregelinstallatie. Door mij zijn de ontvangen logbestanden van dit kruispunt geanalyseerd. Daaruit blijkt dat de bestuurder van de Volkswagen het voor hem geldende rode verkeerslicht heeft genegeerd. Dit verkeerslicht gaf blijkens het logbestand 3 minuten en 20,5 seconden rood licht aan.
6.
Schriftelijk stuk (schriftelijke slachtofferverklaring)
Na het ongeluk zijn mijn dagelijkse werkzaamheden sterk verstoord omdat ik veel pijn in mijn nek en schouders voelde. Dezelfde dag ben ik bij mijn huisarts geweest en heb medicijnen gekregen. Na 6 maanden vanaf het ongeluk, in oktober 2024 ben ik begonnen met aangepast werk bij mijn werkgever. Het herstel heeft 16 maanden geduurd. Vanaf het ongeluk tot en met eind augustus 2025 heb ik wekelijks fysiobehandelingen gehad. Ik heb uiteindelijk twee doorverwijzingen gehad naar de neuroloog. De eerste keer heeft er geen scan plaatsgevonden en de tweede keer wel. De laatste heeft nog recent plaatsgevonden en
ikwas enorm blij toen ik hoorde dat er geen afwijkingen zijn in mijn cervicale wervelkolom.
2.3.2.Bewijsmotivering
Uit het hiervoor bij de bewijsmiddelen blijkt de verdachte met een te hoge snelheid door een rood uitstralend verkeerslicht is gereden waarna hij de auto van het slachtoffer heeft aangereden. Het standpunt van de verdediging dat er sprake was van niet meer dan een kortstondig moment van mentale afwezigheid dan wel verwarring bij de verdachte wordt weersproken door het dossier. Uit het onderzoek naar de verkeersregelinstallatie volgt namelijk dat op het moment dat de verdachte met zijn auto voorbij de koplus, ongeveer vier meter voor de stopstreep van zijn rijbaan, reed, het voor hem geldende verkeerslicht (rijbaan voor rechtdoor) al drie minuten en 20,5 seconden rood licht uitstraalde. Daarnaast volgt uit het op verzoek van de verdediging gedane aanvullend onderzoek naar de verkeersregelinstallatie dat ook de andere twee verkeerslichten die vanuit de rijrichting van de verdachte zichtbaar waren al langere tijd op rood stonden, namelijk gedurende ongeveer 3 minuten en 50.1 seconden voor de rijbaan voor linksaf en gedurende ongeveer 15.2 seconden voor de rijbaan voor rechtsaf. Hierbij is dan ook geen sprake geweest van kortstondige onoplettendheid. Dat de verdachte het verkeerslicht onder deze omstandigheden in zijn omschrijving als groen heeft ‘ervaren’, heeft een buitengewoon gevaarlijke situatie gecreëerd en komt volledig voor zijn rekening. Anders dan de verdediging is de rechtbank, op grond van deze bevindingen dan ook van oordeel dat de verdachte zich zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen en dat hij dus wel schuld heeft aan het ongeval als bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna WVW 1994).
Uit de slachtofferverklaring van het slachtoffer blijkt dat hij pijnklachten heeft (gehad) aan zijn nek en schouders en lange tijd arbeidsongeschikt is geweest. Deze verklaring wordt ten aanzien van de pijnklachten ondersteund door de FARR-verklaring, waarin de fysiotherapeut van het slachtoffer heeft beschreven dat het slachtoffer pijnklachten heeft en waaruit volgt dat hij daarvoor onder behandeling is. Dat er geen sprake is van medisch objectiveerbaar letsel, maakt dat niet anders. Daarbij zijn er geen feiten en omstandigheden gebleken waardoor de rechtbank aanleiding heeft om te twijfelen aan het gestelde letsel of aan de gestelde arbeidsongeschiktheid. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de slachtofferverklaring als bewijsmiddel kan worden gebruikt voor het ten laste gelegde lichamelijk letsel van het slachtoffer. Deze verklaring is namelijk een ‘ander geschrift’ zoals bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 van het Wetboek van Strafrecht.
Aldus is bewezen dat het slachtoffer als gevolg van het ongeval zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van zijn normale bezigheden is ontstaan.
Het voorgaande maakt dat de rechtbank het verzoek van de verdediging tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde afwijst.
2.3.4.Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
op of omstreeks 3 april 2024 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door met dat motorrijtuig zeer onvoorzichtig en onoplettend te
rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de kruising gelegen op de
Horvathweg en/of de Spaanseweg, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van ongeveer 87 km/u heeft gereden en/of is blijven rijden in de richting van die
voornoemde kruising en
- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in
staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was
en
- bij nadering van die meergenoemde kruising zijn aandacht niet voortdurend op de
weg en/of het verkeer vóór hem heeft gehad en
- niet heeft opgemerkt dat het verkeerslicht bestemd voor zijn rijrichting
(inmiddels) 3 minuten en 20,5 seconden rood licht uitstraalde en
- vervolgens de kruising is opgereden en niet tijdig heeft opgemerkt dat een
personenauto die kruising inmiddels was opgereden en
- de bestuurder van die personenauto niet heeft laten voorgaan en
- vervolgens met een nog altijd te hoge snelheid, tegen die personenauto is
aangebotst,
waardoor de bestuurder van die personenauto, genaamd [slachtoffer] zodanig
lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de
uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.