Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De kern van de zaak
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van antwoord in het incident, met producties 1 tot en met 28;
3.De feiten
4.Het geschil in het incident
- primair beslist dat de zes ordners die onder beslag liggen ter beschikking gesteld moeten worden aan de man;
- subsidiair beslist dat de man recht heeft op inzage in de ordners, en in de gelegenheid moet worden gesteld om afschriften daarvan te maken;
- althans beslist zoals de rechtbank redelijk acht.
5.Het geschil in de hoofdzaak
- de vrouw veroordeelt tot betaling van €44.806,10 inclusief rente, of tot betaling van een bedrag dat de rechtbank in goede justitie redelijk en gepast acht;
- de vrouw veroordeelt in de kosten van de beslagleggingen van de mappen voor een bedrag van €3.430,91;
- de vrouw veroordeelt om de proceskosten van de herzieningsprocedure aan de man te voldoen, zijnde een bedrag van € 1.592,-.;
- de vrouw veroordeelt tot betaling van de nodeloze proceskosten welke door de man aan haar zijn voldaan ad € 2.777,-;
- de vrouw veroordeelt tot betaling van nadere posten zoals die blijken en in voorkomend geval bij aparte akte worden ingebracht in deze procedure;
- de man toestaat de mappen bij de deurwaarder af te halen;
- de vrouw veroordeelt in de proceskosten en de wettelijke rente daarover.
6.De beoordeling in het incident
De man baseert deze vordering op het eigendomsrecht. Volgens artikel 5:2 BW Pro is de eigenaar van een zaak bevoegd de zaak op te eisen van een ieder die haar zonder recht houdt. Degene die een zaak op deze grond opeist, in dit geval de man, moet voldoende stellen en onderbouwen dat hij eigenaar van de betreffende zaak is. Dit volgt uit de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro.
7.De beslissing
- de blauwe ordner met het opschrift ‘Benoni Financiën’;
- de grijze ordner met het opschrift ‘salaris [de man] ’;
- de witte ordner met het opschrift ‘Aankopen Algemeen’;
- de witte ordner met het opschrift ‘contracten en uitgaven [de man] ’;
3961/3310/1729