Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het aanvraagformulier van [naam man] dat de rechtbank op 13 augustus 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en
- het reactieformulier van [naam vrouw] , met eis in reconventie en met bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft de verdeling van een belastingteruggave van €1.939,00 die ex-partner vrouw ontving na beëindiging van hun samenlevingsovereenkomst. De man eist €1.166,00 op basis van een 60/40-verdeling, maar de rechter bepaalt dat een gelijke verdeling (50/50) redelijk is, waardoor de vrouw €969,50 moet betalen.
Partijen hadden geen afspraken gemaakt over de verdeling van de belastingteruggave in hun beëindigingsovereenkomst. De rechter oordeelt dat de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW Pro) aanvullend werken en dat het redelijk is de teruggave gelijk te verdelen, mede omdat partijen tijdens hun relatie gezamenlijke kosten 50/50 deelden.
De vordering van de vrouw in reconventie om de man te dwingen mee te werken aan de verkoop van een steiger wordt afgewezen wegens onbevoegdheid van de regelrechter, omdat de waarde van de steiger de limiet van €5.000 overschrijdt. Wel geeft de rechter richtlijnen voor de verkoop en verdeling van de opbrengst.
De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van €969,50 aan de man en tot betaling van de proceskosten van €276. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vrouw moet €969,50 betalen aan de man en proceskosten dragen; vordering over steiger wordt afgewezen.