De rechtbank Rotterdam heeft op 28 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging tegen een persoon op 5 februari 2020 te Rotterdam. De verdachte heeft het feit bekend en is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis.
Het incident betrof een aanval door de verdachte samen met anderen op het slachtoffer, waarbij het slachtoffer werd geslagen, op de grond gegooid en geschopt. Het slachtoffer liep ernstig letsel op, waaronder een gebroken neus en meerdere botbreuken in het gezicht. De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte samen met anderen het geweld heeft gepleegd.
De rechtbank hield rekening met de forse overschrijding van de redelijke termijn van bijna vier jaar, wat een verzwarende omstandigheid was die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ongeschikt maakte. Ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen en zijn gezinssituatie, werden meegewogen.
De verdediging had een geheel voorwaardelijke taakstraf gevraagd en wees op de context van het incident, maar de rechtbank vond geen aanleiding om dit mee te wegen. De opgelegde taakstraf van 120 uur is gebaseerd op vergelijkbare zaken en de ernst van het feit. De verdachte kan bij niet-nakoming van de taakstraf 60 dagen hechtenis krijgen opgelegd.