ECLI:NL:RBROT:2026:5950
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering wegens huurachterstand met ruimere termijn voor minderjarige kinderen
De zaak betreft een kort geding tussen Stichting Havensteder en een huurder die een woning niet tijdig heeft opgeleverd en een huurachterstand heeft opgebouwd. De huurovereenkomst van de eerste woning was geëindigd, maar de huurder leverde de woning niet op en betaalde de huur van de tweede woning sinds oktober 2025 niet. Havensteder vordert betaling van de achterstanden en ontruiming van de woning.
De huurder erkent de achterstanden en wijst op persoonlijke omstandigheden en schulden, met hulpverlening die vanaf 22 mei 2026 start. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, maar weegt de belangen van de minderjarige kinderen mee conform artikel 3 lid 1 IVRK Pro. Daarom wordt een ruimere termijn van drie maanden gegeven om de woning te verlaten.
De kantonrechter wijst de rentevorderingen af vanwege oneerlijke boetebepalingen in de algemene voorwaarden van Havensteder. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat Havensteder direct kan overgaan tot uitvoering.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming en betaling van huurachterstand toe met een ruimere termijn vanwege minderjarige kinderen en wijst rentevorderingen af wegens oneerlijke boetebepalingen.