Op 11 april 2023 is aan de bestrafte een strafbeschikking opgelegd van €650,= waarvoor geen verzet is ingesteld, waardoor deze op 24 augustus 2023 onherroepelijk werd. De officier van justitie vorderde een machtiging tot gijzeling voor 7 dagen wegens niet-betaling van deze geldboete.
De rechtbank oordeelde dat de bestrafte niet correct was opgeroepen voor de behandeling van de vordering, noch was er een raadsman toegevoegd. Dit is in strijd met de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, met name artikel 6:6:1, 6:6:3 lid 2 en 3. Hierdoor is de oproeping nietig verklaard.
De rechtbank benadrukte dat de procedure voor gijzeling na strafbeschikking in strafzaken afwijkt van die in mulderzaken, die onder bestuursrecht vallen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door politierechter P.C. Tuinenburg.