Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5944

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
26-008460
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:1 SvArt. 6:6:3 lid 2 SvArt. 6:6:3 lid 3 SvArt. 6:6:25 SvArt. 28 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietige oproeping bij gijzeling na strafbeschikking wegens procedurefouten

Op 11 april 2023 is aan de bestrafte een strafbeschikking opgelegd van €650,= waarvoor geen verzet is ingesteld, waardoor deze op 24 augustus 2023 onherroepelijk werd. De officier van justitie vorderde een machtiging tot gijzeling voor 7 dagen wegens niet-betaling van deze geldboete.

De rechtbank oordeelde dat de bestrafte niet correct was opgeroepen voor de behandeling van de vordering, noch was er een raadsman toegevoegd. Dit is in strijd met de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, met name artikel 6:6:1, 6:6:3 lid 2 en 3. Hierdoor is de oproeping nietig verklaard.

De rechtbank benadrukte dat de procedure voor gijzeling na strafbeschikking in strafzaken afwijkt van die in mulderzaken, die onder bestuursrecht vallen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door politierechter P.C. Tuinenburg.

Uitkomst: De oproeping van de bestrafte is nietig verklaard wegens procedurele tekortkomingen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
CJIB-nummer : [nummer 1]
Proces verbaalnummer : [nummer 2]
Raadkamernummer : 26-008460
Beslissingvan de politierechter op de vordering machtiging gijzeling na wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 6:6:25 Wetboek Pro van Strafvordering in de zaak van:

[persoon A] , bestrafte,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] .

Procedure

De vordering is op 12 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De vordering
is op 15 mei 2026 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie
mr. B.P.C. van Wijk is gehoord. De veroordeelde is niet op zitting verschenen.

Feiten

Op 11 april 2023 is aan bestrafte (na staande houding) een strafbeschikking opgelegd van
€ 650,= waartegen geen verzet is ingesteld waardoor deze op 24 augustus 2023 onherroepelijk is geworden.
De vordering van de officier van justitie (CVOM) strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 7 dagen.

Beoordeling

Vast staat dat de bestrafte bekend was met de vervolging. Voor de vordering machtiging gijzeling bij niet betalen van een bij een strafbeschikking opgelegde geldboete gelden de algemene bepalingen in boek 6, titel 1 van het wetboek van Strafvordering. Waaronder:
  • art 6:6:1 > dat zaken door de enkelvoudige kamer op de openbare terechtzitting wordt behandeld;
  • 6:6:3 lid 2 Sv > oproeping van de bestrafte door het Open Ministerie onder betekening van de vordering;
  • 6:6:3 lid 3 > Indien niet blijkt dat de veroordeelde een raadsman heeft geeft het openbaar ministerie kennis van de vordering aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand zodat voor de veroordeelde een raadsman wordt toegevoegd.
Op basis van het procesdossier kan niet worden vastgesteld dat de bestrafte is opgeroepen, of dat en vordering in betekend aan de bestrafte en ook aan de bestrafte een raadsman geen raadsman is toegevoegd.
Gelet op het voorgaande zal de oproeping nietig worden verklaard.
Opgemerkt wordt nog dat bij een strafbeschikking bij zogeheten mulderzaken valt onder het bestuursrecht onder de artikel 28 WAHV Pro (Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften).

Beslissing

De politierechter:
- verklaart de oproeping nietig.
Deze beslissing is gegeven door
mr. P.C. Tuinenburg, politierechter,
in tegenwoordigheid van R.M.T. Verheijde, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.