Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5897

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2504697:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.Y. Hu
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 295 FwArt. 296 FwArt. 316 FwArt. 349a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens problematische schuldensituatie

Verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 26 februari 2026, waarbij ook de schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat verzoekster ontvankelijk is omdat het niet aannemelijk is dat binnen afzienbare termijn een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden getroffen. Verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen. De rechtbank stelt de looptijd van de regeling vast op 18 maanden, ingaand op 12 maart 2026, zonder een eerdere ingangsdatum.

Tijdens de Wsnp moet verzoekster aan diverse verplichtingen voldoen, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd voor toezicht op de bewindvoerder. Bij volledige naleving eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers niet langer kunnen verhalen op verzoekster.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met een looptijd van 18 maanden vanaf 12 maart 2026.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
Rekestnummer: [nummer]
Vonnis van 12 maart 2026
op het verzoek van
[verzoekster],
wonende te [adres 1],
[postcode] [plaatsnaam],
verzoekster.
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 26 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster],
- de heer M. Elzinga, schuldhulpverlener van Geldplein,
- de heer M. van Lingen, werkzaam bij Profez van Lingen, beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet [verzoekster] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
2.2.
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens [verzoekster] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat het aantal schuldeisers onduidelijk is en de beschermingsbewindvoerder heeft geadviseerd om direct een Wsnp-verzoek in te dienen.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. [verzoekster] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
De toelating
2.4.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.5.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp. Bij de rechtbank is voldoende vertrouwen dat [verzoekster] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. [verzoekster] heeft sinds 5 juli 2023 beschermingsbewind en maakt sindsdien geen nieuwe schulden meer.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.
2.11.
De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1996 te [geboorteland],
wonende te [adres 1],
[postcode] [plaatsnaam];
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam],
gevestigd te Henriëtte [adres 2];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
,
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 12 maart 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 12 september 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. W.Y. Hu, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026. [1]