Eisers hadden een gehandicaptenparkeerplaats toegewezen gekregen bij hun woning, maar het college herroept dit besluit na bezwaar van buren. De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met de feitelijke situatie van eisers, die ondanks een oprit op eigen terrein niet vrij en onbelemmerd gebruik kunnen maken van parkeergelegenheid vanwege medische beperkingen en obstakels zoals een aanhangwagen en scooter.
De rechtbank stelt vast dat het college de belangen van eisers niet adequaat heeft afgewogen en dat de afwijzing van de aanvraag onevenredig is in verhouding tot de doelen van het besluit. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en bepaalt dat het college de gehandicaptenparkeerplaats opnieuw moet aanwijzen.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij verkeersbesluiten en bevestigt dat parkeergelegenheid op eigen terrein alleen tegengeworpen kan worden als deze vrij en onbelemmerd te gebruiken is.