Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5886

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/10/718531 / HA RK 26-367
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArtikel 8, lid 2, aanhef en onder d, Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek rechter na einduitspraak niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. drs. J. van den Bos, rechter in de rechtbank Rotterdam, die op 5 januari 2026 mondeling had beslist op een verzoek om verlening van een zorgmachtiging ten aanzien van verzoeker.

De wrakingskamer stelde vast dat de rechter de hoofdzaak reeds had beëindigd met de mondelinge uitspraak op 5 januari 2026, waarvan de schriftelijke uitwerking op 13 januari 2026 plaatsvond. Verzoeker was aanwezig bij de mondelinge behandeling en uitspraak.

Het wrakingsverzoek en de gronden daarvan werden pas op 19 en 20 april 2026 ingediend, ruim na de einduitspraak. Omdat wraking alleen mogelijk is zolang de rechter nog bemoeienis met de zaak heeft, was het verzoek niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en geen inhoudelijke beoordeling te verrichten. Er werd geen zitting gelast en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter al een einduitspraak had gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer
zaaknummer: C/10/718531 / HA RK 26-367
Beslissing van 28 april 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. drs. J. van den Bos,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter die op 5 januari 2026 onder zaak-/rekestnummer C/10/709866 / FA RK 25/8598 mondeling heeft beslist op het verzoek van de officier van justitie om verlening van een zorgmachtiging ten aanzien van verzoeker.
1.2.
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
  • de schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 5 januari 2026;
  • het wrakingsverzoek van 19 april 2026 en de wrakingsgronden van 20 april 2026.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Wraking is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak heeft. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2.
De wrakingskamer stelt vast dat de rechter reeds op 5 januari 2026 – na afloop van de mondelinge behandeling – mondeling heeft beslist op het verzoek om verlening van de zorgmachtiging ten aanzien van verzoeker. Daarmee is de behandeling van de hoofdzaak door de rechter geëindigd. De schriftelijke uitwerking en ondertekening van de mondelinge beslissing is van 13 januari 2026. Blijkens de schriftelijke uitwerking was verzoeker aanwezig bij de mondelinge behandeling en uitspraak op 5 januari 2026. De wrakingskamer heeft op 19 april 2026 per e-mail het wrakingsverzoek van verzoeker ontvangen, gevolgd door de gronden van het verzoek op 20 april 2026. Dat is dus ruimschoots nadat de rechter heeft beslist op het verzoek en ook ruim na de schriftelijke vastlegging van die beslissing. Hieruit volgt dat de rechter de hoofdzaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan.
2.3.
Gelet op het voorgaande is verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Verzoeker wordt op die grond, met toepassing van artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. Dat betekent dat er ook geen nadere inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek zal plaatsvinden en dat geen zitting wordt gelast. Zoals hiervoor in 2.1 al is vermeld kan het doel van wraking immers niet meer worden bereikt, omdat de hoofdzaak is geëindigd.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog, voorzitter, mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en mr. J. van Dort, rechters, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.