Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 5 januari 2026;
- het wrakingsverzoek van 19 april 2026 en de wrakingsgronden van 20 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. drs. J. van den Bos, rechter in de rechtbank Rotterdam, die op 5 januari 2026 mondeling had beslist op een verzoek om verlening van een zorgmachtiging ten aanzien van verzoeker.
De wrakingskamer stelde vast dat de rechter de hoofdzaak reeds had beëindigd met de mondelinge uitspraak op 5 januari 2026, waarvan de schriftelijke uitwerking op 13 januari 2026 plaatsvond. Verzoeker was aanwezig bij de mondelinge behandeling en uitspraak.
Het wrakingsverzoek en de gronden daarvan werden pas op 19 en 20 april 2026 ingediend, ruim na de einduitspraak. Omdat wraking alleen mogelijk is zolang de rechter nog bemoeienis met de zaak heeft, was het verzoek niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en geen inhoudelijke beoordeling te verrichten. Er werd geen zitting gelast en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter al een einduitspraak had gedaan.