Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 30 juni 2025;
- herroept het besluit van 22 april 2025 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 30 juni 2025;
- bepaalt dat het CBR aan eiseres het griffierecht van € 194,- vergoedt;
- veroordeelt het CBR in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.534,-.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
a. bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 435 µg/l, respectievelijk 1,0‰, maar lager is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8‰, of indien betrokkene heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid, van de wet;