Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5831

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
12133403 VV EXPL 26-137
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 3:44 lid 3 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens bedrog bij huurovereenkomst en toewijzing schadevergoeding

In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van zijn woning door gedaagde, die zonder recht of titel gebruikmaakt van de woning nadat de huurovereenkomst buitengerechtelijk is vernietigd wegens bedrog. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

Eiser stelt dat gedaagde bij de screening vervalste bankdocumenten en onjuiste informatie over haar inkomsten heeft verstrekt. Navraag bij de bank bevestigde dat de bankafschriften vervalst waren, waardoor de huurovereenkomst op 10 februari 2026 door eiser per e-mail buitengerechtelijk is vernietigd. Gedaagde weigerde de woning te verlaten.

De kantonrechter oordeelt dat de vernietiging gerechtvaardigd is en dat gedaagde onrechtmatig de woning gebruikt, waardoor ontruiming binnen drie dagen wordt bevolen. Tevens wordt een schadevergoeding van €5.020,19 toegewezen wegens gemiste huurinkomsten, aangezien de huurovereenkomst met terugwerkende kracht is vernietigd. De proceskosten van €1.139,02 worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen en betaling van €5.020,19 schadevergoeding wegens bedrog bij huurovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12133403 VV EXPL 26-137
datum uitspraak: 23 maart 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. C.C.M. Welten,
tegen
[gedaagde],
niet ingeschreven op een adres in Nederland of daarbuiten, wonende en tevens op grond van de huurovereenkomst woonplaats kiezende op het adres van het gehuurde in [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 12 maart 2026, met bijlagen 1 tot en met 8;
  • de e-mail van 16 maart 2026, met een brief en bijlagen 9 tot en met 12;
  • pagina 1 van bijlage 8 overgelegd ter zitting.
1.2.
Op 20 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiser] en zijn gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

2.De beoordeling

Toewijzing eis
2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten [1] . Uit de stellingen van [eiser] volgt dat deze spoed aanwezig is, want volgens hem maakt [gedaagde] op dit moment zonder recht of titel gebruik van zijn woning. De eis wordt toegewezen, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt [2] .
2.2.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de eis tot ontruiming wordt toegewezen, omdat geoordeeld zal worden dat [gedaagde] zonder recht of titel gebruik maakt van de woning van [eiser] gelegen aan de [adres] te [woonplaats] . Dat komt doordat [eiser] bij (ook) per e-mail verzonden brief van 20 februari 2026 de tussen partijen op 10 februari 2026 gesloten huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd. Deze brief heeft [gedaagde] bereikt, want zij heeft in haar antwoordmail diezelfde dag laten weten de woning niet te zullen verlaten. Dat zal zij echter wel moeten doen, want naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft de buitengerechtelijke vernietiging van de huurovereenkomst werking en was deze gerechtvaardigd. Onderbouwd gesteld is namelijk dat [gedaagde] bedrog [3] heeft gepleegd. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] bij de screening van haar als kandidaat-huurder vervalste bankdocumenten (betaalbewijzen) gebruikt en onjuiste informatie verstrekt over inkomsten en een betaling van haar via een bankrekening op haar naam bij de Europabank te België. Navraag bij die bank heeft bevestigd dat de door [gedaagde] verstrekte bankafschriften vervalsingen zijn. Dat betekent dat zij in oktober, november en december 2025 niet de meegedeelde inkomsten op die bankrekening ontvangen heeft, en dat - anders dan [gedaagde] heeft laten weten - via die bankrekening niet de borg en de huur van februari betaald zijn. De betreffende bankrekening is ook al op 30 januari 2026 opgeheven.
2.3.
[gedaagde] moet de woning gelet op het voorgaande binnen drie dagen ontruimen. Normaal wordt hiervoor 14 dagen de tijd gegeven, maar in deze situatie waarin [gedaagde] naar het zich laat aanzien door middel van bedrog de woning onder zich gekregen heeft, wordt meegegaan in de geëiste kortere termijn. Reden daarvoor is ook dat [gedaagde] inbreuk maakt op het eigendomsrecht van [eiser] . Daaraan moet zo spoedig mogelijk een einde komen, want dit is onrechtmatig. Bovendien heeft [eiser] haar ook al op 20 februari 2026 gesommeerd om de woning te verlaten, zodat zij hiermee rekening kon houden. Er zijn geen aanwijzingen dat er kinderen in de woning verblijven.
2.4.
Ook het geëiste bedrag van € 5.020,19 wordt toegewezen. Zoals tijdens de zitting besproken kan dit niet als gebruiksvergoeding als bedoeld in artikel 7:225 BW Pro worden aangemerkt, want de vernietiging heeft terugwerkende kracht gehad zodat (achteraf) nooit een huurovereenkomst heeft bestaan. Het kan wel als schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:162 BW Pro worden toegewezen. Aannemelijk is dat de handelwijze van [gedaagde] in een bodemprocedure zal worden aangemerkt als een onrechtmatige daad tegenover [eiser] , waardoor hij genoemd bedrag aan schade geleden heeft. [gedaagde] heeft geen enkele betaling aan [eiser] verricht. [eiser] heeft door de handelwijze van [gedaagde] de woning ook niet kunnen verhuren aan een andere huurder. Als [gedaagde] hem namelijk niet door middel van bedrog had bewogen de (vernietigde) huurovereenkomst aan te gaan, dan had [eiser] een huurovereenkomst kunnen aangaan met een andere kandidaat-huurder onder dezelfde voorwaarden en voor dezelfde de huurprijs. Onderbouwd gesteld is dat [gedaagde] voor de maand februari € 1.930,19 (vanaf 10 februari 2026) en voor de maand maart 2026 € 3.090,- aan huur had moeten betalen aan [eiser] . Dat betekent dat [eiser] een bedrag van € 5.020,19 aan huurpenningen is misgelopen door de onrechtmatige daad van [gedaagde] .
Proceskosten
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt [4] . De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 265,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.139,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist [5] . Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege haar bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van [eiser] te stellen en ontruimd te houden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] aan [eiser] te betalen € 5.020,19;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.139,02;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
465

Voetnoten

1.Artikel 254 lid 1 Rv Pro
2.Artikel 139 Rv Pro
3.Artikel 3:44 lid 3 BW Pro
4.Artikel 237 Rv Pro
5.Artikel 233 Rv Pro