Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 juni 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de e-mail van de gemachtigde van [eiseres] van 27 februari 2026, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een loonvordering van een voormalige horeca keukenmedewerker die van 1 tot en met 27 maart 2025 bij Miro Amehoela B.V. in dienst was. De arbeidsovereenkomst eindigde doordat de medewerker binnen de proeftijd besloot te stoppen. Miro betaalde het loon niet, terwijl zij aan de Belastingdienst een brutoloon van € 2.044,32 had opgegeven.
De medewerker vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen, wettelijke verhoging wegens te late betaling, incassokosten en proceskosten. Miro betwistte de vordering en stelde dat de medewerker slechts 42,25 uur had gewerkt, voornamelijk training en inwerkactiviteiten, waar zij niet van had geprofiteerd.
De kantonrechter oordeelde dat de medewerker recht heeft op loon over de ingeroosterde uren, ook als zij eerder naar huis werd gestuurd, conform de arbeidsovereenkomst. De stelling van Miro dat zij niet van de werkzaamheden had geprofiteerd, was niet relevant. Miro moest ook het vakantiegeld en de vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen betalen.
De wettelijke verhoging van 50% werd toegekend vanwege moedwillige te late en niet-volledige betaling. Daarnaast moest Miro een bruto-nettospecificatie verstrekken, incassokosten van € 484,- en proceskosten van € 810,- betalen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Miro Amehoela B.V. is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten aan de voormalige medewerker.