Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
2.De beslissing
vrijdag 15 mei 2026om 10 uur, voor vonnis,
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft eiseres een elektrische auto gekocht van Breeland B.V., waarbij sprake is van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW Pro. De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam, waar partijen hun standpunten en producties hebben ingediend en een mondelinge behandeling plaatsvond op 13 april 2026.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen, ongeacht hun waarde of beloop, op grond van artikel 93 onder Pro c Rv door de kantonrechter moeten worden behandeld. Tijdens de mondelinge behandeling is dit besproken met partijen, die hiermee instemden. Omdat eiseres haar vordering niet bij de kantonrechter had ingediend, besloot de rechtbank de zaak ambtshalve naar de kantonrechter te verwijzen conform artikel 71 lid 2 Rv Pro.
De rechtbank wees partijen erop dat zij op de rolzitting van de kantonrechter niet hoeven te verschijnen en dat zij zich in het vervolg van de procedure ook zonder advocaat kunnen laten vertegenwoordigen. Tevens werd aangegeven dat het griffierecht zal worden verlaagd en eventueel teveel betaalde griffierecht zal worden teruggestort. Het vonnis is gewezen door mr. I. van Drongelen en op 22 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter voor verdere behandeling en vonnis.