ECLI:NL:RBROT:2026:5757

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
12130617 CV EXPL 26-6280
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I. van Drongelen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 108 lid 2 sub a RvArt. 108 lid 2 sub b RvArt. 99 RvArt. 1:10 BWArt. 74 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak wegens relatieve onbevoegdheid rechtbank Rotterdam ondanks forumkeuzebeding

In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van onbetaalde facturen van in totaal € 8.296,55 met rente en kosten van gedaagde en diens bestuurder. Eiseres baseert haar vordering op verrichte juridische werkzaamheden. Gedaagden zijn niet verschenen in de procedure.

Eiseres beroept zich op een forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden dat de rechtbank Rotterdam bevoegd zou maken. De kantonrechter oordeelt echter dat dit beding geen toepassing vindt omdat de vordering lager is dan € 25.000 en partijen niet na het ontstaan van het geschil een forumkeuze zijn overeengekomen, zoals vereist in artikel 108 lid 2 sub a Rv Pro.

De plaats van betaling is voor de relatieve bevoegdheid niet relevant. De rechtbank Rotterdam verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, waar gedaagde is gevestigd. Eiseres wordt gewezen op de procedurele vereisten voor voortzetting van de zaak bij de bevoegde rechtbank.

Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12130617 CV EXPL 26-6280
datum uitspraak: 12 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
V.O.F. [eiseres],
te Rotterdam
eiseres,
gemachtigde: mr. [gemachtigde] ,
tegen

1.[gedaagde] B.V.,

te Zaandam
en
2. [gedaagde sub 1] , als bestuurder van gedaagde sub 1,
te [woonplaats] ,
gedaagden,
die niet in de procedure zijn verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] en [gedaagde sub 1] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 25 februari 2026, met bijlagen;
  • de rolbeslissing van 7 april 2026;
  • de akte van [eiseres] .

2.De beoordeling

De zaak in het kort
2.1.
[eiseres] stelt juridische werkzaamheden te hebben verricht voor [gedaagde] en [gedaagde sub 1] . Zij stelt dat [gedaagde] en [gedaagde sub 1] facturen onbetaald hebben gelaten en zij vordert in deze procedure betaling van een bedrag van € 8.296,55 met rente en kosten.
De rechtbank Rotterdam is niet bevoegd
2.2.
[gedaagde] en [gedaagde sub 1] zijn niet verschenen in de procedure. De kantonrechter heeft [eiseres] bij de rolbeslissing van 7 april 2026 de gelegenheid gegeven te reageren op het voornemen om de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad. [eiseres] is het niet eens met dit voornemen. Zij stelt zich op het standpunt dat de rechtbank Rotterdam bevoegd is omdat dit volgt uit de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de overeenkomst tussen de partijen en omdat betaling van de facturen moet plaatsvinden in Rotterdam.
2.3.
Het forumkeuzebeding waarop [eiseres] zich beroept heeft geen gevolg. In een zaak als deze waarin de vordering niet hoger is dan € 25.000,- is een forumkeuze alleen mogelijk als partijen dit zijn overeengekomen na het ontstaan van het geschil (artikel 108 lid 2 sub a Rv Pro). Dat is in deze zaak niet het geval. Ook is geen sprake van een andere uitzonderingssituatie als genoemd in artikel 108 lid 2 sub b Rv Pro. De plaats waar de betaling moet plaatsvinden is voor de relatieve bevoegdheid niet van belang. De rechtbank Rotterdam zal zich daarom onbevoegd verklaren om van het geschil tussen partijen kennis te nemen.
2.4.
De rechtbank Noord-Holland is relatief bevoegd omdat [gedaagde] gevestigd is in Zaandam (artikel 99 Rv Pro en artikel 1:10 BW Pro). De kantonrechter zal de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad.
2.5.
De kantonrechter wijst de partijen erop dat op grond van artikel 74 lid 1 Rv Pro voor voortzetting van de zaak bij de bevoegde kantonrechter in Noord-Holland vereist is dat [eiseres] [gedaagde] en [gedaagde sub 1] bij exploot oproept en de zaak bij die kantonrechter aanhangig maakt. [eiseres] moet ook alle processtukken opsturen naar die rechtbank (artikel 34 Rv Pro). Daar gaat de zaak pas verder als dit is gebeurd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van dit geschil kennis te nemen;
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. van Drongelen en in het openbaar uitgesproken.
68254