Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5733

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/10/708460 / JE RK 25-2117
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in jeugdhulpaccommodatie

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2009. De minderjarige verblijft momenteel bij EEV in Dordrecht na een mislukte plaatsing bij de oom moederszijde en een periode van voorlopige hechtenis.

De moeder heeft sinds juli 2025 geen vaste woon- of verblijfplaats, waardoor terugplaatsing thuis niet mogelijk is. De bijzondere curator steunt het verzoek en benadrukt het belang van een stabiele woonplek met mogelijkheden voor dagbesteding en verdere ontwikkeling.

De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De beschikking is op 6 mei 2026 uitgesproken en op 19 mei 2026 schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 11 november 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708460 / JE RK 25-2117
Datum uitspraak: 6 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. F. El Makhtari, kantoorhoudende in Rotterdam,
mr. G.E. van der Pols,
hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam stiefvader] ,
hierna te noemen: de stiefvader.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de tussenbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 11 november 2025;
- de briefrapportage van de GI, ontvangen op 20 april 2026.
1.2.
Op 6 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
  • de bijzondere curator, mr. G.E. van der Pols.
De moeder en haar advocaat zijn, met bericht van afmelding, niet verschenen. De stiefvader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de stiefvader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [voornaam minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij EEV in Dordrecht.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 november 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 30 november 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking een trajectmachtiging verleend, inhoudende een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oom moederszijde, gevolgd door een plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 11 november 2025 tot 11 mei 2026.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking mr. G.E. van der Pols herbenoemd tot bijzondere curator van [voornaam minderjarige] tot 30 november 2026.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt ook een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van een jaar, inhoudende een plaatsing bij de oom moederszijde, gevolgd door een plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Op een gedeelte van het verzoek is reeds beslist. Er moet nog een beslissing worden genomen op het restant van het verzoek, te weten de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de periode van 11 mei 2026 tot 11 november 2026.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. De afgelopen periode is er veel gebeurd, maar op dit moment gaat het redelijk met [voornaam minderjarige] . De moeder heeft sinds juli 2025 geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, waardoor een thuisplaatsing op dit moment niet aan orde is. De plaatsing bij de oom moederszijde is helaas niet geslaagd. [voornaam minderjarige] heeft een aantal maanden in detentie gezeten en verblijft nu bij EEV in Dordrecht op een tijdelijke plek. Dit is een fijne groep, maar [voornaam minderjarige] kan hier helaas niet blijven. Op korte termijn krijgt de GI te horen of [voornaam minderjarige] is aangenomen voor een fase één en twee groep van EEV in Rotterdam. [voornaam minderjarige] heeft vanuit zijn huidige groep contact met familie en vrienden. Ook heeft [voornaam minderjarige] af en toe contact met zijn stiefvader, maar hij is niet betrokken in [voornaam minderjarige] zijn leven als opvoeder.
4.2.
De bijzondere curator voert ter zitting geen verweer tegen het verzoek van de GI. [voornaam minderjarige] zou het liefst op zijn huidige groep blijven. In Rotterdam heeft [voornaam minderjarige] veel contacten die niet goed voor hem zijn. De bijzondere curator heeft goed contact met de GI en met de jeugdreclasseerder van [voornaam minderjarige] . Het gaat op dit moment redelijk goed met [voornaam minderjarige] . Het ontbreekt echter nog aan dagbesteding. De bijzondere curator hoopt dat [voornaam minderjarige] op een goede plek terecht komt, waar hij ook na zijn achttiende kan blijven. Het is fijn dat er via het strafrechtelijke kader een NIFP-rapport is gekomen en duidelijk is op welk niveau [voornaam minderjarige] functioneert.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
[voornaam minderjarige] heeft een onrustige periode achter de rug waarin hij op verschillende plekken heeft verbleven. De moeder heeft sinds juli 2025 geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, waardoor een thuisplaatsing al langere tijd niet aan orde is. De plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oom moederszijde is mislukt, waarna [voornaam minderjarige] op een overbruggingsgroep van EEV in Rotterdam is geplaatst. Daarbij heeft [voornaam minderjarige] van 24 februari 2026 in voorlopige hechtenis gezeten en is met ingang van 15 april 2026 geschorst met voorwaarden.
5.3.
Gelet op voorgaande is een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk. Het is belangrijk voor [voornaam minderjarige] dat naar een stabiele en voorspelbare situatie wordt toegewerkt, zodat hij zich kan richten op zijn verdere ontwikkeling. De kinderrechter acht nieuwe verhuizingen zeer onwenselijk. Een vaste plek voor [voornaam minderjarige] met de mogelijkheid om langer te verblijven, is van groot belang.
5.4.
Dit betekent dat de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder zal verlengen tot 11 november 2026.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 11 november 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 19 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.