Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5718

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/10/713938 / KG ZA 26-85
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.127 AwArt. 195(a) Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering combinatie tegen ongeldigverklaring inschrijving aanbesteding participatieonderdeel zelfredzaamheidsroute

De Sociale Dienst Drechtsteden schreef een Europese aanbestedingsprocedure uit voor de inkoop van het participatieonderdeel van de zelfredzaamheidsroute (Z-route) voor inburgeringsplichtigen. De combinatie van Sosytraining en een tweede partij diende een inschrijving in met slechts één referentie, terwijl de aanbestedingsleidraad vereist dat elke combinant een eigen referentie indient.

Drechtsteden verklaarde de inschrijving van de combinatie ongeldig en gunde de opdracht voorlopig aan NewBees Inclusion Solutions B.V. De combinatie vorderde in kort geding dat de opdracht alsnog aan haar zou worden gegund en dat de ongeldigverklaring zou worden teruggedraaid. NewBees trad als tussenkomende partij op en ondersteunde het standpunt van Drechtsteden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanbestedingsleidraad duidelijk stelt dat elke combinant afzonderlijk aan de referentie-eis moet voldoen. De combinatie had aanvankelijk slechts één referentie ingediend en de later ingediende referentie voldeed niet aan de gestelde eisen. Het beroep op disproportionaliteit en rechtsverwerking faalde. De vorderingen van de combinatie werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van Drechtsteden en NewBees.

Uitkomst: De vorderingen van de combinatie worden afgewezen en de opdracht wordt definitief aan NewBees gegund.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/713938 / KG ZA 26-85
Vonnis in kort geding van 28 april 2026
in de zaak van

1.SOSYTRAINING B.V.,

gevestigd in Zeist,
2.
[eiseres 2] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eiseressen,
advocaten: mrs. J.W.A. Meesters en M. van ‘t Hof,
tegen

1.GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL,

zetelend in Dordrecht,
2.
GEMEENTE ALBLASSERDAM,
zetelend in Alblasserdam,
3.
GEMEENTE DORDRECHT,
zetelend in Dordrecht,
4.
GEMEENTE HARDINXVELD-GIESSENDAM,
zetelend in Hardinxveld-Giessendam,
5.
GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT,
zetelend in Hendrik-Ido-Ambacht,
6.
GEMEENTE PAPENDRECHT,
zetelend in Papendrecht,
7.
GEMEENTE SLIEDRECHT,
zetelend in Sliedrecht,
8.
GEMEENTE ZWIJNDRECHT,
zetelend in Zwijndrecht,
gedaagden,
advocaat: mr. D. van Leersum,
met als tussenkomende partij
NEWBEES INCLUSION SOLUTIONS B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
advocaten: mrs. D.E. van Oeveren en P.W. Juttmann.
Partijen worden hierna Sosytraining, [eiseres 2] , Drechtsteden (gedaagden gezamenlijk) en NewBees genoemd. Eiseressen worden gezamenlijk aangeduid als de combinatie.
De zaak in het kort
Drechtsteden heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de inkoop van het participatieonderdeel van de zelfredzaamheidsroute voor inburgeringsplichtigen binnen haar gemeenten. Sosytraining en [eiseres 2] hebben als Combinatie een inschrijving ingediend. Ook NewBees heeft op de opdracht ingeschreven. Drechtsteden heeft de opdracht in eerste instantie voorlopig aan de combinatie gegund. Vervolgens heeft zij geconstateerd dat de Aanbestedingsleidraad in geval van Combinatievorming van elke combinant een referentie vereist. Zij heeft de inschrijving van de combinatie daarop ongeldig verklaard, omdat bij de inschrijving van de Combinatie maar één referentie (van Sosytraining) was gevoegd, en de opdracht voorlopig aan NewBees gegund. In dit kort geding vordert de combinatie dat de opdracht alsnog aan haar gegund wordt. De voorzieningenrechter wijst de vordering af.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
  • de dagvaardingen van 28 januari 2026, met producties 1 tot en met 12,
  • de aanvullende productie 13 van de combinatie,
  • de conclusie van antwoord van Drechtsteden, met producties 1 tot en met 17,
  • de incidentele conclusie tot tussenkomst tevens bevattende verzoek tot verstrekken afschrift ex artikel 195(a) Rv van NewBees, met producties 1 tot en met 5,
  • de reactie van Drechtsteden op het verzoek ex artikel 195(a) Rv,
  • de reactie van de combinatie op het verzoek ex artikel 195(a) Rv,
  • de spreekaantekeningen van mr. Meesters,
  • de pleitnota van mr. Van Oeveren.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 april 2026.
1.3.
NewBees heeft gevorderd om te mogen tussenkomen in het geding. De vordering is aan het begin van de mondelinge behandeling besproken. De combinatie en Drechtsteden hebben ter zitting verklaard daartegen geen bezwaar te hebben. NewBees is vervolgens toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft en niet is gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat.
1.4.
NewBees heeft op grond van artikel 195(a) Rv gevorderd om de combinatie en/of Drechtsteden te veroordelen om uiterlijk bij aanvang van de mondelinge behandeling afschrift van of inzage in de referentie van Sosytraining aan NewBees te verstrekken. Ook deze vordering is aan het begin van de mondelinge behandeling besproken. De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen. Daartoe was redengevend dat de beoordeling van een inschrijving is voorbehouden aan de aanbestedende dienst en in beginsel van de juistheid van die beoordeling moet worden uitgegaan. Dit kan slechts anders zijn als op grond van concrete feiten gerede twijfel over de juistheid van de beoordeling bestaat. NewBees vermoedt op basis van haar kennis van de markt, onderzoek op TenderNed en door Drechtsteden verstrekte, beperkte, informatie dat Sosytraining niet aan de gestelde referentie-eis voldoet. In feite komt het standpunt van NewBees erop neer dat zij geen door Sosytraining uitgevoerde opdracht kan bedenken die aan de eisen voldoet. Dit zijn echter geen concrete feiten op grond waarvan gerede twijfel over de juistheid van de beoordeling van Drechtsteden gerechtvaardigd is. Voorts is meegewogen dat Drechtsteden ter zitting desgevraagd heeft bevestigd dat zij de referentie nogmaals heeft bekeken en heeft vastgesteld dat deze aan de in de aanbestedingsstukken gestelde eisen voldoet.

2.De feiten

2.1.
Op 15 juni 2025 hebben de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD), onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (gedaagde sub 1), en de deelnemers aan die regeling, te weten de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht (gedaagden sub 2 tot en met 8), op TenderNed de Europese aanbestedingsprocedure ‘Inburgering Participatie Z-route’ aangekondigd. Het doel van de procedure is om met één partij een raamovereenkomst te sluiten voor de inkoop van het participatieonderdeel van de zelfredzaamheidsroute (Z-route) voor inburgeringsplichtigen in Drechtsteden (de opdracht). De Z-route is één van de drie in de Wet Inburgering 2021 voorgeschreven leerroutes waarmee een inburgeraar kan voldoen aan zijn inburgeringsplicht. Het is een intensief traject dat aansluit bij de persoonlijke capaciteiten van de inburgeringsplichtige, gericht op het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, zelfredzaamheid, activering en participatie in de Nederlandse maatschappij.
2.2.
Hoofdstuk 2 van de Aanbestedingsleidraad bepaalt dat binnen de scope van de opdracht de volgende (hoofd)activiteiten vallen:
het uitvoeren van een intake en het opstellen van een leerplan voor de inburgeringsplichtige,
het verzorgen van het participatieaanbod in het leerplan,
het verzorgen van minimaal 40 praktijkuren voor de module arbeidsmarkt en participatie (MAP),
het afstemmen met de consulent inburgering van SDD van de voortgang van de participatie-uren,
het samenwerken met (lokale) maatschappelijke partners om benodigde integraliteit en samenhang van de inburgering te waarborgen.
Binnen de Z-route volgen inburgeringsplichtigen minimaal 800 participatie-uren binnen 2,5 jaar en stijgt 80% minimaal twee treden op de participatieladder.
2.3.
In hoofdstuk 4 van de Aanbestedingsleidraad staat hoe kan worden ingeschreven en zijn de selectie-eisen (uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen) genoemd. Paragraaf 4.2 bepaalt dat een inschrijver alleen, in Combinatie met een andere partij of als hoofdaannemer met onderaannemers kan inschrijven. Daarbij staat vermeld:
“Schrijft u in als Combinatie? Dan zijn de uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen van toepassing op elke deelnemer aan de Combinatie. Elke deelnemer moet een UEA [vzr: Uniform Europees Aanbestedingsdocument] indienen bij de inschrijving. In hoofdstuk IIA, onder 'wijze van deelnemen' vult iedereen zijn rol in en de andere deelnemers aan de Combinatie.
(…)
Het kan voorkomen dat u niet zelfstandig voldoet aan de gevraagde geschiktheidseisen. Of u nu alleen, of als Combinatie of hoofdaannemer met onderaannemers inschrijft: u kunt altijd een beroep doen op draagkracht van derden om aan de geschiktheidseisen te voldoen. In dat geval vult u ook Deel IIC in van het UEA. Van elke partij op wie u een beroep doet moet een UEA worden ingediend.”
2.4.
De geschiktheidseisen zijn opgenomen in de paragrafen 4.4 tot en met 4.6 van de Aanbestedingsleidraad. Paragraaf 4.5 ziet op de eisen betreffende de technische en beroepsbekwaamheid en vermeldt het volgende:
“4.5.1 Referenties
Toelichting:
U beschikt op de uiterste datum voor het indienen van de Inschrijving over de hieronder beschreven kerncompetentie. U toont aan dat u over deze kerncompetentie beschikt door het overleggen van
één referentie per kerncompetentie.
De volgende kerncompetenties zijn van toepassing:
1. Participatieaanbod Z-route: in staat tot het uitvoeren van de participatiecomponent aangaande de zelfredzaamheid, voor inburgeraars met een lage leerbaarheid die moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en in beperkte mate zelfredzaam zijn.
De referentie dient minimaal aan de hieronder gegeven beschrijving van een referentieproject te voldoen en dient door de onderneming binnen de drie voorgaande jaren (gerekend vanaf het moment voor het uiterlijk indienen van het verzoek tot deelneming van deze aanbesteding) te zijn uitgevoerd.
Verder dienen alle referenties aan de volgende eisen te voldoen:
  • De referentie betreft groepsgewijze dienstverlening op gebied van participatie aan inburgeraars. De afspraken/overeenkomsten met de meerdere, individuele inburgeraars kunnen dus als geheel als referentie opgevoerd worden.
  • De referentie is wat betreft inhoud passend voor en vergelijkbaar met de gestelde kerncompetenties en betreft groepsgewijze dienstverlening op gebied van participatie aan inburgeraars.
  • De referentie heeft betrekking op
  • Het referentieproject heeft betrekking op een opdracht, waarvan tenminste 12 maanden vallen in een periode van 3 jaar voorafgaand aan de datum van Aanbesteding.
Bewijsmiddel:
Voor de opgave van uw referentie maakt U gebruik van het modelblad 'opgave referentieprojecten', dat toegevoegd is als Bijlage F – Verklaring Referenties. De omschrijving van uw referentie omvat maximaal 1 pagina A4.
Per ingediende referentie een tevredenheidsverklaring, ondertekend door referent, waaruit blijkt dat de referentie tijdig, correct en naar tevredenheid van referent is uitgevoerd.
4.5.2
Kwaliteitsmanagementsysteem
Toelichting:
Inschrijver dient voor het inschrijven in het bezit zijn van een op het moment van Inschrijving geldig Keurmerk Blik op Werk "Arbeid" en dit keurmerk te behouden gedurende de gehele contractperiode. (…)
In geval van inschrijving in Combinatie dienen alle combinanten in bezit te zijn van het hiervoor bedoelde kwaliteitssysteemcertificaat.
(…)”
2.5.
In hoofdstuk 5 van de Aanbestedingsleidraad zijn de gunningscriteria opgenomen. Paragraaf 5.3 bepaalt dat de opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding.
2.6.
Op 17 september 2025 dienen Sosytraining en [eiseres 2] als Combinatie een inschrijving in. Daarbij voegen zij een modelblad 'opgave referentieprojecten' (bijlage F bij de Aanbestedingsleidraad) en een tevredenheidsverklaring, die betrekking hebben op een opdracht van Sosytraining. In het modelblad, dat op 13 september 2025 door [functionaris] van Sosytraining, [functionaris Sosytraining] , is ondertekend, staat het volgende:
4
Beknopte omschrijving aard van de opdracht en type overeenkomst
We hebben een 4-jarige overeenkomst met de gemeente waarbij we verantwoordelijk zijn voor de participatie Z-route (800 uur), PVT [vzr: participatieverklaringtraject] en MAP in 1 perceel.
Startdatum en einddatum van opdracht
Startdatum: 01-01-2024 Einddatum: 31-12-2027
5
Omvang van de opdracht (in aantallen deelnemers per contractjaar
Aantal deelnemers per 30
6
Nadere toelichting inhoud van opdracht
------------------------------------------------------------------------------- We zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de volledige 800 uur in de Z-route, inclusief de uitvoering van de PVT en MAP. We begeleiden 30 deelnemers per jaar. 90% van de deelnemers lopen op schema. ------------------------------------------------- -----------------------------------------------------------------------Al onze participatieactiviteiten zijn in een taalrijke omgeving .------------------------------------------------------
2.7.
NewBees heeft eveneens een inschrijving ingediend. Zij is (als onderaannemer van NLTraining) de zittende partij voor de uitvoering van de Z-route in Drechtsteden.
2.8.
Bij brief van 24 november 2025 (hierna: Gunningsbeslissing I) schrijft Drechtsteden aan de combinatie dat de combinatie de economisch meest voordelige inschrijving heeft ingediend en dat Drechtsteden daarom voornemens is om de opdracht aan de combinatie te gunnen. Drechtsteden verzoekt de combinatie in dit verband om bewijsstukken toe te zenden, te weten een uittreksel uit het handelsregister, een gedragsverklaring aanbesteden, een verklaring van de belastingdienst, kopieën van verzekeringspolissen en kopieën van het keurmerk Blik op Werk. Op 26 november 2025 verstrekt de combinatie de stukken.
2.9.
Op 1 december 2025 vindt een gesprek plaats tussen Drechtsteden en NewBees. Daarin geeft Drechtsteden een toelichting op Gunningsbeslissing I.
2.10.
Bij e-mail van 2 december 2025 schrijft [inkoopadviseur] , inkoopadviseur, namens Drechtsteden aan [functionaris Sosytraining] als penvoerder van de Combinatie dat bij controle van de bewijsstukken is gebleken dat een referentie van [eiseres 2] ontbreekt. Daarbij wijst [inkoopadviseur] op paragraaf 4.2 van de Aanbestedingsleidraad (zie ook 2.3. hiervoor) en vraagt hij [functionaris Sosytraining] om een verduidelijking. [functionaris Sosytraining] neemt hierover nog dezelfde dag telefonisch contact op met [inkoopadviseur] en zendt later die dag een modelblad 'opgave referentieprojecten' en een tevredenheidsverklaring toe. Het modelblad, dat op 9 september 2025 door [functionaris] van [eiseres 2] , [functionaris eiseres 2] , is ondertekend, en de tevredenheidsverklaring van 12 september 2025, zien op een opdracht van [eiseres 2] . In het modelblad staat:
4
Beknopte omschrijving aard van de opdracht en type overeenkomst
Opdracht: Kortst mogelijke route invulling participatie uren.
Startdatum en einddatum van opdracht
Startdatum: 01-07-2024 Einddatum: 01-03-2025
5
Omvang van de opdracht (in aantallen deelnemers per contractjaar
Aantal deelnemers 34
6
Nadere toelichting inhoud van opdracht
Onze uitvoering en actieve begeleiding.
Wij hebben vanuit [eiseres 2] het gehele traject actief vormgegeven en begeleid. We hebben deelnemers stap voor stap ondersteund in het vergroten van hun zelfredzaamheid, kennis en netwerk--------------------------------------------------------------------------------------------------- We hebben gezorgd voor een passende en haalbare invulling van de 800 participatie-uren die binnen het traject konden worden behaald.----------------
2.11.
Bij brief van 3 december 2025 schrijft [functionaris NewBees] , [functionaris] van NewBees, aan [inkoopadviseur] dat NewBees zich afvraagt of de combinatie wel voldoet aan de referentie-eis als bedoeld in paragraaf 4.5.1 van de Aanbestedingsleidraad, meer in het bijzonder of de referentie betrekking heeft op minimaal 15 inburgeraars die het gehele inburgeringstraject zijn begeleid. [inkoopadviseur] antwoordt bij brief van 5 december 2025 dat de combinatie voldoet aan de gestelde eisen. Bij brief van 9 december 2025 vraagt [functionaris NewBees] aan [inkoopadviseur] om aan NewBees te laten weten welke referent door de Combinatie is aangedragen en op welke opdracht en periode de referentie betrekking heeft. [inkoopadviseur] laat bij brief van 10 december 2025 aan [functionaris NewBees] weten dat vanwege de vertrouwelijkheid de referentie niet met NewBees wordt gedeeld en bevestigt nogmaals dat de combinatie aan de gestelde eisen voldoet.
2.12.
Bij brief van 11 december 2025 stelt mr. Juttmann namens NewBees vier vragen aan Drechtsteden over de door de combinatie ingediende referentie(s).
2.13.
Bij brief van 16 december 2025 (hierna: Gunningsbeslissing II) laat Drechtsteden aan de combinatie weten dat uit nadere controle is gebleken dat de inschrijving van de combinatie niet voldoet aan de eisen betreffende technische en beroepsbekwaamheid. Volgens Drechtsteden geldt in geval van inschrijving door een Combinatie op grond van paragraaf 4.2 van de Aanbestedingsleidraad de referentie-eis voor elk van beide combinanten. Drechtsteden schrijft dat de combinatie bij haar inschrijving maar één referentie heeft ingediend en dat zij geen beroep heeft gedaan op de draagkracht van een derde. Verder laat zij weten dat de later ingediende referentie niet aan paragraaf 4.5.1 van de Aanbestedingsleidraad voldoet. Volgens Drechtsteden is de inschrijving van de combinatie daarmee ongeldig en moet de combinatie van verdere deelname worden uitgesloten. In de brief trekt Drechtsteden Gunningsbeslissing I in en neemt zij een nieuwe gunningsbeslissing, die inhoudt dat zij de opdracht voorlopig aan NewBees gunt.
2.14.
Bij brief van 14 januari 2026 heeftt mr. Meesters namens de combinatie bezwaar gemaakt tegen de ongeldigverklaring van de inschrijving. Daarbij verzoekt zij Drechtsteden om de beslissing terug te draaien en een nadere toelichting te geven.
2.15.
Bij brief van 23 januari 2026 wijst Drechtsteden het bezwaar van de combinatie van de hand en handhaaft zij Gunningsbeslissing II.

3.Het geschil

3.1.
De combinatie vordert, verkort weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
primair:
Drechtsteden verbiedt om de opdracht aan NewBees te gunnen en haar gebiedt Gunningsbeslissing II in te trekken,
Drechtsteden gebiedt om de inschrijving van de combinatie alsnog als geldig aan te merken en de opdracht aan de combinatie te gunnen,
subsidiair:
Drechtsteden veroordeelt tot heraanbesteding van de opdracht,
primair en subsidiair:
Drechtsteden hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.2.
Drechtsteden voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de combinatie in de proceskosten.
3.3.
NewBees concludeert ook tot afwijzing van de vorderingen van de combinatie. Daarnaast vordert zij dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Drechtsteden gebiedt om uitvoering te geven aan Gunningsbeslissing II door de opdracht aan haar te gunnen, met veroordeling van de combinatie in de proceskosten. NewBees vordert voorwaardelijk, in geval van toewijzing van de primaire vordering, dat de combinatie en/of Drechtsteden worden veroordeeld om een afschrift van de referentieverklaring van SosyTraining aan NewBees te verstrekken.

4.De beoordeling

spoedeisend belang
4.1.
De combinatie heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen. Dat vloeit voort uit de aard ervan.
De zaak is tijdig aangebracht. Op grond van artikel 2.127 Aw neemt de aanbestedende dienst een opschortende termijn van twintig dagen in acht voordat hij de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst sluit. In Gunningsbeslissing II staat dat Drechtsteden vanwege de feestdagen heeft besloten om die termijn vanaf 5 tot en met 26 januari 2026 te laten lopen. Bij brief van 23 januari 2026 heeft Drechtsteden de termijn met twee dagen verlengd tot en met 28 januari 2026. De Combinatie heeft dit kort geding voor het verstrijken van de termijn aanhangig gemaakt om te voorkomen dat Drechtsteden de opdracht definitief aan NewBees gunt.
voorwaarde in paragraaf 4.2 is niet disproportioneel
4.2.
De kernvraag die partijen verdeeld houdt is of in geval van inschrijving door een combinatie de combinanten elk afzonderlijk aan de referentie-eis voor de uitgevraagde kerncompetentie moeten voldoen. Drechtsteden beantwoordt die vraag inmiddels bevestigend en beroept zich daarbij op paragraaf 4.2 van de Aanbestedingsleidraad. NewBees onderschrijft het standpunt van Drechtsteden. De combinatie stelt dat de voorwaarde dat beide combinanten aan de referentie-eis moeten voldoen haaks staat op het principe van combinatievorming en getuigt van een onjuiste toepassing van het aanbestedingsrecht. Daarnaast was ook Drechtsteden aanvankelijk van mening dat het voldoende was als één van de combinanten aan de referentie-eis voldeed.
4.3.
Vooropgesteld wordt dat bij combinatievorming twee of meer partijen gezamenlijk inschrijven op een opdracht. Het idee daarachter is dat ondernemingen die niet in staat zijn om een opdracht alleen uit te voeren, bijvoorbeeld omdat zij niet over de vereiste bekwaamheden beschikken, de krachten bundelen. Op die manier kunnen zij toch deelnemen aan een aanbestedingsprocedure en wordt de mededinging bevorderd. Voorschrift 3.5 H van de Gids Proportionaliteit, waarnaar de combinatie verwijst, schrijft voor dat de aanbestedende dienst geen hogere eisen stelt aan combinaties dan aan enkelvoudige inschrijvers. Daarbij is de volgende toelichting gegeven:
“(…) Combinatievorming vindt in de praktijk slechts plaats wanneer partijen duidelijke redenen hebben niet enkelvoudig maar gezamenlijk in te schrijven. Het gaat hierbij altijd om een noodzaak tot samenwerking, niet alleen vanwege noodzakelijke spreiding van risico’s en allocatie van middelen, maar ook om gezamenlijke competenties te bundelen en om restcapaciteit te benutten. Wanneer een onderneming zelfstandig in staat is op een opdracht in te schrijven, ligt Combinatievorming in de praktijk niet in de rede, omdat ondernemingen er over het algemeen liever geen andere onderneming (concurrent) bij willen halen als ze de opdracht zelf kunnen doen. Bovendien geldt dat slechts onder bepaalde omstandigheden samengewerkt mag worden. Dit vastgesteld hebbende, is er vervolgens geen enkele reden een dergelijke Combinatie bij toetsing aan de eisen op een andere wijze te behandelen dan een zelfstandig inschrijver. Het stellen van verhoogde eisen aan Combinaties kan dan ook snel als disproportioneel worden aangemerkt.. (…)”
4.4.1.
Hoewel het uitgangspunt dus is dat een combinatie als één inschrijver wordt behandeld, volgt daaruit niet dat nooit eisen aan elk van de combinanten afzonderlijk gesteld kunnen worden. De Drechtsteden hebben in dit geval in de aanbestedingsdocumenten bepaalde eisen aan elk van de combinanten gesteld. Paragraaf 4.2 van de Aanbestedingsleidraad vermeldt dat de uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen op elke deelnemer aan de Combinatie van toepassing zijn (zie ook 2.3. hiervoor). De geschiktheidseisen zijn in de paragrafen 4.4 tot en met 4.6 genoemd. Paragraaf 4.5 ziet op de eisen betreffende de technische en beroepsbekwaamheid en bepaalt dat als bewijs van bekwaamheid op het gebied van de in die paragraaf opgenomen kerncompetentie (het uitvoeren van de participatiecomponent aangaande de zelfredzaamheid) één referentie moet worden overgelegd (zie ook 2.4. hiervoor), die aan bepaalde eisen moet voldoen. Hierbij is niet vermeld of het om één referentie per combinant of voor de totale combinatie gaat. Wel volgt uit de woorden ‘per ingediende referentie’ dat er meer dan één referentie kan zijn.
In paragraaf 4.5.2 staat met zoveel woorden dat elk van de combinanten het daar bedoelde certificaat dient over te leggen.
4.4.2.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de tekst van 4.2 van de Aanbestedingsleidraad duidelijk en zal een normaal oplettende inschrijver uit de tekst en samenhang van paragraaf 4.2 en 4.5.1 begrijpen dat de Aanbestedingsleidraad als voorwaarde stelt dat in geval van inschrijving door een combinatie de combinanten elk afzonderlijk aan de referentie-eis voor de uitgevraagde kerncompetentie moeten voldoen. Dit betekent dat iedere deelnemer aan een combinatie een referentie (modelblad met tevredenheidsverklaring) moet indienen. Dat is niet in strijd met 4.5.2, want die paragraaf vergt evenzeer dat het certificaat door elk van de combinanten moet worden overgelegd. Dat dat in 4.5.1 niet staat rechtvaardigt geen uitleg a contrario, gelet op het algemene en overkoepelende 4.2. In dat verband is van belang dat de tekst van 4.5.1 geen enkel aanknopingspunt biedt voor de gedachte dat volstaan kon worden met een referentie voor één van de combinanten.
4.4.3.
Naar voorlopig oordeel is voorwaarde 4.5.1,, net als 4.2 en 4.5.2, niet in strijd met het doel en de ratio van combinatievorming. Drechtsteden hadden de vrijheid om voor deze geschiktheidseisen af te wijken van het algemene uitgangspunt en van elk van de combinanten deze bewijsstukken te vragen. Bij 4.5.1 gaat het om een kerncompetentie, die van bijzonder belang is. Van een situatie waarin deze eis disproportioneel moet worden geacht is geen sprake. Weliswaar hebben Sosytraining en [eiseres 2] toegelicht dat zij elk een andere rol vervullen, maar zoals NewBees en Drechtsteden terecht hebben aangegeven is de precieze rolverdeling tussen de combinanten niet zo duidelijk dat de referentie-eis, die immers ziet op de ervaring met een andere, soortgelijke opdracht en in die zin algemeen van aard is, voor [eiseres 2] zonder belang is.
beroep op rechtsverwerking
4.5.1.
Gelet op het vorenstaande wordt aan het beroep op rechtsverwerking niet toegekomen. Nu de combinatie ervan uitging dat bij haar inschrijving maar één referentie hoefde te worden ingediend is dat te wijten aan onzorgvuldig lezen aan haar zijde.
4.5.2.
Opmerking verdient wel het volgende. De combinatie noemt terecht dat Drechtsteden aanvankelijk ook meenden dat in geval van combinatievorming één referentie volstond. Pas na de brief van mr. Juttmann van 11 december 2025 (zie 2.12.) hebben Drechtsteden een ander standpunt ingenomen. Daargelaten of dit inzicht is ontstaan door eigen nadere recherche of door die brief, dit is een aspect dat Drechtsteden terecht zelf ook als ongelukkig erkennen. Zij hebben na die ontdekking echter terecht het gelijkheidsbeginsel, dat meebrengt dat zij zich hebben te houden aan de duidelijke tekst waarvan alle inschrijvers zijn uitgegaan, de doorslag laten geven en de inschrijvingen opnieuw bezien.
4.6.
Omdat de Combinatie inmiddels wel een tweede referentie, die van [eiseres 2] , heeft ingediend dienden Drechtsteden nog wel te beoordelen of daarmee aan de Combinatie alsnog de opdracht gegund moest worden. Dat is niet zo. Die referentie voldoet niet omdat de periode van 1 juli 2024 tot 1 maart 2025 niet voldoet aan de eis dat van het referentieproject tenminste 12 maanden in de drie jaar voorafgaand aan de aanbesteding moet liggen. Dat betekent dat de overige geschilpunten die zien op de inhoud van de referenties belang missen en dus geen bespreking behoeven.
4.7.
Het vorenstaande leidt ertoe dat de vorderingen worden afgewezen.
NewBees krijgt geen inzage in referentieverklaring Sosytraining
4.8.1.
NewBees heeft de voorzieningenrechter erop gewezen dat in geval van toewijzing van de primaire vordering van de combinatie door Drechtsteden een nieuwe gunningsbeslissing dient te worden genomen, waartegen NewBees in rechte op kan komen. Om een nieuw kort geding te voorkomen, heeft NewBees de deugdelijkheid van de referentie van Sosytraining in dit kort geding ter beoordeling voorgelegd. Nu de vorderingen van de combinatie worden afgewezen komt de voorzieningenrechter hieraan niet toe, met de kanttekening dat voorshands het uitgangspunt dat NewBees in het andere geval opnieuw in rechte had kunnen opkomen bepaald niet vanzelf spreekt.
4.8.2.
Nu het de ter zitting herhaalde bedoeling van Drechtsteden is om de opdracht aan haar te gunnen heeft NewBees geen belang bij toewijzing van haar vordering op dat punt, zodat deze wordt afgewezen.
Proceskosten
4.9.
De Combinatie is in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Drechtsteden en NewBees. De proceskosten aan de zijde van Drechtsteden worden begroot op:
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat
€ 1.107,00(tarief gemiddeld complexe zaak)
Totaal € 1.912,00.
4.10.
De proceskosten aan de zijde van NewBees worden begroot op:
- griffierecht € 734,00
- salaris advocaat € 1.107,00 (tarief gemiddeld complexe zaak)
- nakosten
€ 189,00 [1]
Totaal € 2.101,00
4.11.
Omdat er geen verweer is gevoerd tegen de gevorderde tussenkomst, is er geen aanleiding voor een (aparte) kostenveroordeling in het incident. In het incident draagt iedere partij de eigen kosten.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in het incident
5.1.
compenseert de proceskosten in het incident tot tussenkomst aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
5.2.
wijst de vorderingen van de Combinatie af,
5.3.
veroordeelt de Combinatie in de proceskosten van Drechtsteden van € 1.912,00,
5.4.
wijst de vorderingen van NewBees af,
5.5.
veroordeelt de Combinatie in de proceskosten van NewBees van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de onderdelen 5.3 en 5.5 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026. [2971/106]

Voetnoten

1.plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing