Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 oktober 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte met aanvullende producties van Hef Wonen van 2 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder [gedaagde] huurt sinds 11 juli 2024 een woning van Stichting Hef Wonen. Er is een huurachterstand van €7.643,81 tot en met april 2026, die door de huurder niet is betwist, maar hij weigert te betalen vanwege een onjuiste spelling van zijn naam in de huurovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat deze onjuiste spelling de rechtsgeldigheid van de overeenkomst niet aantast en veroordeelt de huurder tot betaling van de achterstand inclusief rente.
De huurovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 6:265 BW Pro vanwege de ernstige huurachterstand die niet is ingelopen en de verwachting dat dit ook niet zal gebeuren. De huurder wordt veroordeeld de woning binnen veertien dagen na betekening te ontruimen en een gebruiksvergoeding te betalen tot de ontruiming plaatsvindt.
De gevorderde incassokosten worden afgewezen omdat de bepaling in de huurovereenkomst hierover oneerlijk is en afwijkt van de wettelijke regeling. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning binnen veertien dagen.