ECLI:NL:RBROT:2026:5661

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
ROT 26/2153
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkheid beroep

Verzoekster heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend in verband met een lopend beroep tegen een besluit op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer ROT 26/2152.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat het onderliggende beroep niet-ontvankelijk is verklaard bij uitspraak van dezelfde dag. Hierdoor is er geen lopende beroepsprocedure meer bij de rechtbank.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter in dat geval zonder zitting uitspraak doen. Gezien het ontbreken van een lopende procedure is het treffen van een voorlopige voorziening niet mogelijk.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 19 mei 2026 door voorzieningenrechter P. Vrolijk, in aanwezigheid van griffier H. Sabanovic.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het onderliggende beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/2153

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 mei 2026 in de zaak tussen

[naam] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. I. Car),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Het verzoek hangt samen met het beroep dat verzoekster heeft ingesteld tegen het besluit op bezwaar van 17 juni 2025. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer ROT 26/2152. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag (ROT 26/2152) heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter stelt daarom vast dat er geen connexe beroepsprocedure meer bij de rechtbank aanhangig is. Het treffen van een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.