Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5626

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
ROT 26/3987
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174a GemeentewetOpiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning na explosie en vondst wapens

Verzoeker woont met zijn kinderen in een woning die op 6 mei 2026 door de burgemeester voor twee weken is gesloten vanwege een explosie bij het pand. Eerder, in november 2025, werden in dezelfde woning een machete, vuurwapen, wapenstok en drugs aangetroffen, wat toen al leidde tot een sluiting van zes weken.

De burgemeester baseert de sluiting op de ernst van de situatie en het lopende politieonderzoek, waarbij niet is uitgesloten dat er een verband bestaat tussen de explosie en de eerder aangetroffen wapens. De woning ligt bovendien in een drukbezocht gebied, wat de vrees voor wanordelijkheden versterkt.

Verzoeker betoogt dat de sluiting niet noodzakelijk of evenwichtig is, wijst op zijn zorg voor minderjarige kinderen en stelt dat verblijf in een daklozenopvang geen geschikte oplossing is. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de burgemeester de sluiting terecht noodzakelijk heeft geacht en dat het aanbod van maatschappelijke opvang maatwerk biedt. De sluiting voor twee weken is proportioneel en de ontbinding van de huurovereenkomst staat los van het incident.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waarmee de woning gesloten blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en bevestigt de sluiting van de woning voor twee weken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/3987

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 mei 2026 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker,

(gemachtigde: mr. M.P. Harten),
en

de burgemeester van Nissewaard

(gemachtigden: mr. L.J.B. Groenewegen en mr. K. Krastman).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam woningcorporatie] uit [plaats 2] (de woningcorporatie).

Samenvatting

Verzoekers woning is met spoed gesloten voor de duur van 14 dagen nadat op 6 mei 2026 een incident met een explosief is geweest. Uit de rapportage van de politie blijkt dat het onderzoek naar de explosies nog gaande is maar dat niet kan worden uitgesloten dat er een verband is met de situatie die in november 2025 in de woning is aangetroffen die toen geleid heeft tot een sluiting van de woning. Gelet hierop en de korte duur van de sluiting ziet de voorzieningenrechter vooralsnog geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Procesverloop

1.1.
Met het bestreden besluit, op schrift gesteld op 8 mei 2026, heeft de burgemeester de woning van verzoeker per 6 mei 2026 gesloten voor twee weken vanwege een explosie bij de woning. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigden van de burgemeester en de gemachtigden van de woningcorporatie mr. M.E. Verheijen en
[persoon A]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
2.1.
Verzoeker woont met zijn 17-jarige zoon en 18-jarige dochter op het adres [adres] te Spijkenisse.
2.2.
Op 11 november 2025 vond er een doorzoeking plaats waarbij op de kamer van verzoeker een machete werd aangetroffen. Verzoeker verklaarde ter plaatse tegen de politieambtenaren dat hij deze machete voor zijn zoon gekocht had omdat deze een conflict
zou hebben met een klasgenoot. Hiervoor is een veilig thuis melding opgemaakt.
2.3.
Op 17 november 2025 vond er een doorzoeking plaats waarbij (onder meer) een vuurwapen, een wapenstok en verdovende middelen werden aangetroffen. Na het aantreffen van deze goederen heeft de burgemeester de woning op grond van de Opiumwet gesloten voor de duur van – na heroverweging – zes weken.
2.4.
In de nachten van 1 mei 2026 en 4 mei 2026 vonden in de [straatnaam] in Spijkenisse op huisnummers [huisnummer X] en [huisnummer Y] een tweetal explosies plaats. Op 6 mei 2026, omstreeks 02:00 uur, kreeg de politie een melding dat er een explosie had plaatsgevonden aan de [adres] in Spijkenisse. Ter plaatse bleek dat er vermoedelijk een stuk vuurwerk in de brievenbus was gestopt en tot ontploffing was gebracht. Het glas uit de voordeur lag volledig in scherven en de onderdelen van de brievenbus lagen tot aan de overzijde van de straat. De explosie bij verzoeker was dus de derde explosie in een paar dagen tijd.
2.5.
Het voorgaande volgt uit een voorlopige bestuurlijke rapportage van 6 mei 2026.
3. In het dossier bevindt zich ook een bestuurlijke rapportage van 11 mei 2026 die is opgemaakt ná het bestreden besluit. Deze rapportage vermeldt geen relevante aanvullende informatie over de achtergrond van de explosies. Er staat in dat er buurtonderzoeken zijn gedaan en dat de politie volop bezig is met het vorderen en uitkijken van camerabeelden. Vooralsnog heeft dit nog niet geleid naar een verdachte, maar het onderzoek is nog in volle gang. Het valt volgens de politie niet uit te sluiten dat er een vervolg zal komen. Vanuit de politie is er extra toezicht aan deze locatie gekoppeld. Met een sluiting van een korte periode van genoemde pand, hoopt de politie het vervolg te voorkomen.
Waar gaat het in deze zaak om?
4. Met het bestreden besluit van 6 mei 2026 heeft de burgemeester de woning van verzoeker gesloten voor de duur van twee weken (van 6 mei 2026 tot en met 20 mei 2026) vanwege de explosie op 6 mei 2026 bij de woning. Deze sluiting is op grond van de Gemeentewet. De burgemeester stelt zich daarbij op het standpunt dat er op de locaties van de eerste twee aanslagen (de huisnummers [huisnummer X] en [huisnummer Y] geen indicaties voor betrokkenheid van de bewoners zijn, terwijl die indicatie er bij de woning van verzoeker wél is gelet op wat in die woning op 17 november 2025 is aangetroffen. Het politieonderzoek loopt nog. Het feit dat er onregelmatigheden bij verzoekers woning hebben plaatsgevonden, waarbij eerder in dezelfde straat tweemaal een explosief is geplaatst, op een geëscaleerd conflict waarbij de betrokkenen ernstig geweld niet schuwen. Er is op dit moment onvoldoende zicht op de aard van dit conflict/ de situatie. Hoewel niet gesteld kan worden dat de woning van verzoeker dé bron voor de reeks van incidenten is, is het wel een van de mogelijke bronnen. De burgemeester acht een nieuw incident reëel waarbij ook de mogelijkheid van een eventuele verdere escalatie van het conflict niet kan worden uitgesloten. Hierdoor is er een ernstige vrees voor het ontstaan van een ernstige wanordelijkheid, die direct effect heeft op verzoeker, buurtbewoners en omstanders. Naar aanleiding van de twee eerdere explosies op de [straatnaam] in Spijkenisse zijn twee mobiele camera’s geplaatst en is de politie intensief gaan surveilleren. Dit heeft niet geleid tot het uitblijven van een derde explosie. Nu de reeks van drie aanslagen binnen minder dan een week een grote impact heeft op de omgeving en de omwonenden hevig geschokt en verontrust zijn door de gebeurtenissen, heeft de burgemeester besloten om de woning met spoed te sluiten.
5. Verzoeker is het niet eens met de sluiting van zijn woning en wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij en zijn gezin tot de beslissing op het bezwaarschrift in de woning mogen verblijven.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er een spoedeisend belang?
7.1.
Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening bestaat, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
7.2.
Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij dakloos is en geen vaste slaapplaats heeft. Omdat verzoeker geen vaste slaapplek lijkt te hebben voor hemzelf en zijn kinderen heeft hij naar het oordeel van de voorzieningenrechter een spoedeisend belang bij het voeren deze procedure.
Beoordelingskader
8. De burgemeester is op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet bevoegd om een woning te sluiten als door ernstig geweld of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning de openbare orde ernstig rond de woning wordt ernstig verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
Is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
9. Tussen partijen is niet in geschil dat de burgemeester bevoegd is om de woning te sluiten.
Is de sluiting noodzakelijk?
10. Verzoeker voert aan dat de sluiting van de woning niet noodzakelijk is omdat er minder verregaande maatregelen getroffen kunnen worden om herhaling te voorkomen. Bij de eerste twee explosies in de straat heeft de burgemeester geen aanleiding gezien om de woningen te sluiten. Volgens verzoeker zijn er geen indicaties van zijn betrokkenheid of die van zijn kinderen bij een conflict of iets anders waar de explosies mogelijk mee te maken hebben.
11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester de sluiting van de woning noodzakelijk heeft kunnen achten. Het onderzoek door de politie is nog in volle gang. In november 2025 zijn in de woning een machete, vuurwapen, wapenstok en drugs aangetroffen. Niet is uit te sluiten dat er mogelijk verband bestaat met de explosie op 6 mei 2026. Daarbij komt dat de woning is gelegen in de nabijheid van onder meer een bushalte, basisschool, bioscoop, zwembad en winkelcentrum, hetgeen een constante aanloop van publiek tot gevolg heeft. Er had niet kunnen worden volstaan met een minder ingrijpend middel. Naar aanleiding van de eerdere explosies was al cameratoezicht ingezet en extra surveillance en het gaat slechts om een sluiting voor de duur van twee weken. Daarmee wordt niets gezegd over de noodzaak van een eventuele verlenging.
Is de sluiting evenwichtig?
12. Verzoeker voert aan dat de sluiting niet evenwichtig is. Hij heeft niet verwijtbaar gehandeld en heeft de zorg van twee kinderen, waarvan één minderjarig, en een hond. Hij verblijft feitelijk op straat. De belangen van de kinderen zijn niet (kenbaar) meegewogen. Er is ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de verblijfssituatie van de kinderen, beschikbare opvang, de psychische gevolgen of de praktische gevolgen van de dakloosheid voor het gezin. De sluiting zal bovendien leiden tot beëindiging van de huurovereenkomst.
13. In de door verzoeker aangevoerde omstandigheden ziet de voorzieningenrechter vooralsnog geen aanknopingspunten dat de sluiting van twee weken onevenwichtig is.
13.1.
Uit de mailwisseling (tussen 8 en 11 mei 2026) van de gemeente met de gemachtigde van verzoeker volgt dat er vanuit de burgemeester is aangegeven dat verzoeker zich bij dreigende dakloosheid zich kan melden voor de maatschappelijke opvang. De Afdeling Zorg en Veiligheid gaat verzoeker dan ondersteunen bij het vinden van onderdak wanneer hij geen eigen netwerk heeft om op terug te vallen of zelf niet in staat is om te voorzien in tijdelijke onderdak. Op 11 mei 2026 heeft de gemachtigde van verzoeker gemaild van het aanbod gebruik te willen maken waarna de burgemeester dezelfde dag heeft teruggemaild dat van belang is dat verzoeker zich zo spoedig mogelijk meldt op het gemeentehuis. Dit heeft verzoeker echter niet gedaan. Verzoeker heeft dus ondanks het aanbod van 8 mei 2026 van de burgemeester om zich op het gemeentehuis te melden, kennelijk niet (meteen) de urgentie gevoeld om zich daar te gaan melden. Het standpunt van verzoeker dat verblijf in een daklozenopvang geen geschikte opvang is voor hemzelf en zijn kinderen, volgt de voorzieningenrechter niet. Ter zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester toegelicht dat door de Afdeling Zorg en Veiligheid maatwerk wordt geleverd en dit dus niet hoeft te betekenen dat verzoeker en zijn kinderen in een daklozenopvang zullen worden geplaatst. Anders dan verzoeker betoogt, reikt de op de burgemeester rustende vergewisplicht naar de evenwichtigheid van de woningsluiting niet zo ver dat een verplichting ontstaat om tijdelijke woonruimte voor de bewoners van die woning te regelen.
13.2.
Ter zitting heeft de verhuurder verklaard dat de huurovereenkomst al buitengerechtelijk ontbonden is vanwege de eerdere sluiting in november 2025 wegens overtreding van de Opiumwet en dat de zaak nu voorligt bij de kantonrechter. De ontbinding staat los van het incident met de explosieven op 6 mei 2026.
13.3.
Nu het nog gaat over een periode van 1 week dat de woning gesloten is en het onderzoek van de politie op korte termijn meer duidelijkheid zal geven over de mogelijke betrokkenheid van verzoeker en/of zijn kinderen daarbij heeft de burgemeester in redelijkheid tot sluiting over kunnen gaan.
14. De burgemeester heeft nog geen beslissing genomen over een eventuele verlenging van de sluiting. De voorzieningenrechter geeft mee dat de burgemeester bij een eventuele verlenging meer concreet zal moeten motiveren waarom voor het herstel van de openbare orde het nog steeds van belang is dat de woning gesloten moet blijven.

Conclusie en gevolgen

15. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning gesloten mag houden. Voor een vergoeding van de proceskosten en het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.