Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht de minister van Financiën om overname van een schuld van € 12.911,25 aan Klussenbedrijf Vedo. De minister wees dit verzoek af omdat de schuldeiser niet had gereageerd en vanwege vermeende inconsistenties in de documenten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres aannemelijk had gemaakt dat de schuld bestond en opeisbaar was voor 1 juni 2021. De door de minister aangevoerde inconsistenties waren van ondergeschikte aard en konden niet aan eiseres worden tegengeworpen. Ook was de minister tekortgeschoten in het doen van onderzoek naar de schuldeiser.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister de schuld moet overnemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.