Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met twee bijlagen;
- de mondelinge behandeling van 8 april 2026.
3.Het geschil
de echtelijke woning aan de [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning) zal aan [gedaagde] worden toegedeeld onder de voorwaarde dat [gedaagde] in staat is deze toedeling te financieren. [gedaagde] krijgt twee maanden na de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand om nader onderzoek na te doen. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] de hypothecaire schuld voor zijn rekening neemt. [gedaagde] zorgt er voor dat de bank [eiseres] ontslaat uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening. De woning wordt getaxeerd door [bedrijf] , waarbij als de peildatum voor de waardering geldt de datum van de taxatie. De overwaarde van de woning (taxatiebedrag minus hypotheekschuld en kosten overdracht) wordt tussen partijen bij helfte gedeeld;
als [gedaagde] niet in staat is de toedeling van de woning aan hem te financieren en/of het ontslag van [eiseres] uit bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen, moet de woning worden verkocht. Bij verkoop van de woning aan een derde geldt dat partijen de overwaarde gelijkelijk zullen verdelen. De woning zal in beginsel ook worden verkocht door [bedrijf] . Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kiezen partijen in onderling overleg een andere makelaar.”