In deze zaak gaat het om een executiegeschil waarbij eisers, een gezin met twee kwetsbare minderjarige kinderen, verzoeken om opschorting van de ontruiming van hun huurwoning. De ontruiming was eerder bevolen wegens ernstige overlast en bedreigingen door de eisers jegens medewerkers van de verhuurder, Stichting Waterweg Wonen. Eisers stellen dat hun belang bij het behoud van de woning zwaarder weegt, mede vanwege de rechten van het kind en de noodzaak van ambulante begeleiding.
De kantonrechter overweegt dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat bij de belangenafweging het belang van de verhuurder bij een rustige en veilige woonomgeving prevaleert. De rechter is niet overtuigd dat het behoud van de woning noodzakelijk is voor de begeleiding van het gezin en acht de ontruiming mogelijk zelfs een stimulans voor het accepteren van de benodigde zorg.
Daarnaast weegt mee dat de eisers, met name de heer, zich tijdens de zitting bedreigend hebben uitgelaten, wat het vertrouwen in hun bereidheid tot adequate begeleiding ondermijnt. De proceskosten worden aan de eisers opgelegd. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, waardoor de ontruiming direct kan plaatsvinden.