ECLI:NL:RBROT:2026:5579
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeenteraad mag OZB-tarief eigenaren niet-woningen verhogen zonder tariefgebruikers
De rechtbank Rotterdam behandelde de beroepen van eiseres tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor belastingjaar 2024 in de gemeente Vlaardingen. Eiseres betoogde dat de tariefstelling voor eigenaren van niet-woningen sinds 2021 disproportioneel is en in strijd met de bedoeling van de wetgever, waardoor de aanslag voor 2024 niet gehandhaafd kan worden.
De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad op grond van artikel 220 van Pro de Gemeentewet bevoegd is om de OZB-heffing bij eigenaren van niet-woningen zodanig te verhogen dat daarmee de benodigde inkomsten worden verkregen en dat er geen OZB meer wordt geheven van gebruikers. De rechtbank zag geen aanleiding om de tariefstelling voor 2024 te toetsen aan hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen, omdat er geen sprake was van een drastische lastenverhoging ten opzichte van 2023.
Voorts verwierp de rechtbank het betoog van eiseres dat de verhoging in 2021 zo onevenredig was dat dit de tariefstelling in 2024 onredelijk zou maken. Eiseres slaagde er niet in deze onevenredigheid aannemelijk te maken en reageerde niet op de motivering van de gemeenteraad waarin maatschappelijke belangen werden afgewogen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, handhaafde de aanslag en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Klomp op 15 mei 2026.
Uitkomst: De beroepen tegen de OZB-aanslag 2024 zijn ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.