Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5579

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
ROT 24/9287 en ROT 24/9288
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 220 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gemeenteraad mag OZB-tarief eigenaren niet-woningen verhogen zonder tariefgebruikers

De rechtbank Rotterdam behandelde de beroepen van eiseres tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor belastingjaar 2024 in de gemeente Vlaardingen. Eiseres betoogde dat de tariefstelling voor eigenaren van niet-woningen sinds 2021 disproportioneel is en in strijd met de bedoeling van de wetgever, waardoor de aanslag voor 2024 niet gehandhaafd kan worden.

De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad op grond van artikel 220 van Pro de Gemeentewet bevoegd is om de OZB-heffing bij eigenaren van niet-woningen zodanig te verhogen dat daarmee de benodigde inkomsten worden verkregen en dat er geen OZB meer wordt geheven van gebruikers. De rechtbank zag geen aanleiding om de tariefstelling voor 2024 te toetsen aan hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen, omdat er geen sprake was van een drastische lastenverhoging ten opzichte van 2023.

Voorts verwierp de rechtbank het betoog van eiseres dat de verhoging in 2021 zo onevenredig was dat dit de tariefstelling in 2024 onredelijk zou maken. Eiseres slaagde er niet in deze onevenredigheid aannemelijk te maken en reageerde niet op de motivering van de gemeenteraad waarin maatschappelijke belangen werden afgewogen.

De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, handhaafde de aanslag en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Klomp op 15 mei 2026.

Uitkomst: De beroepen tegen de OZB-aanslag 2024 zijn ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 24/9287 en ROT 24/9288

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 15 mei 2026 in de zaken tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep

(gemachtigde: [persoon A] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) eigenaar van belastingjaar 2024 in gemeente Vlaardingen.
1.1.
Met het besluit van 25 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres in een gecombineerde aanslag OZB opgelegd voor de onroerende zaken
­ [adres 1] ,
­ [adres 2] ,
­ [adres 3] ,
­ [adres 4] .
De verschuldigde OZB is berekend naar het binnen de gemeente Vlaardingen geldende tarief voor eigenaren van niet-woningen.
1.2.
Eiseres heeft tegen de aanslag bezwaren gemaakt.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft de beroepen op 1 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen. Eiseres is zonder bericht van verhindering niet verschenen. De griffier heeft eiseres op 2 april 2026 middels een digitaal bericht uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat eiseres op 2 april 2026 om 13:53 uur een e-mailnotificatie is gezonden op het door haar opgegeven e-mailadres. De rechtbank stelt daarmee vast dat eiseres op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de aanslag OZB eigenaar op kon leggen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgrond van eiseres.
3. De beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiseres voert aan dat de tariefstelling OZB eigenaren sinds 2021 zodanig disproportioneel is dat de heffing voor belastingjaar 2024 niet in stand kan blijven. Het is volgens haar in strijd met de bedoeling van de wetgever.
4.1.
Anders dan eiseres bepleit, mag de gemeenteraad de OZB-heffing bij eigenaren van niet-woningen zodanig verhogen dat hij daarmee de benodigde inkomsten verwerft en geen OZB meer heft van gebruikers. Artikel 220 van Pro de Gemeentewet geeft de gemeenteraad deze ruimte. Eiseres concretiseert niet welk doel van de wetgever hiermee wordt geschonden en de rechtbank ziet in wat eiseres aanvoert ook geen andere aanleiding voor dat oordeel.
4.2.
De rechtbank is in deze zaak niet bevoegd om te oordelen over de hoogte van de voor belastingjaar 2024 vastgestelde tarieven. Belastingjaar 2024 kent geen drastische lastenverhoging ten opzichte van 2023. Dat geeft dus geen reden voor bijzondere eisen aan de voorbereiding en motivering teneinde de evenredigheid daarvan te kunnen toetsen, zoals wel het geval was in de jurisprudentie waarop eiseres zich beroept (hof Den Haag 31 januari 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:114). De tariefstelling van belastingjaar 2024 op zichzelf is niet in strijd met hogere regelgeving, leidt niet tot een willekeurige of onredelijke belastingheffing die de wetgever niet voor ogen kan hebben gehad, en is niet anderszins in strijd is met algemene rechtsbeginselen.
4.3.
De rechtbank is ook niet alsnog bevoegd om te oordelen over de hoogte van de voor belastingjaar 2024 vastgestelde tarieven omdat, zoals eiseres betoogt, voor belastingjaar 2021 de verhoging van het tarief zo onevenredig is geweest dat daardoor de tariefstelling in belastingjaar 2024 een willekeurige of onredelijke belastingheffing is die de wetgever niet voor ogen kan hebben gehad of anderszins in strijd is met algemene rechtsbeginselen. Reeds de voor haar betoog essentiële onevenredigheid van de tariefstelling voor belastingjaar 2021 maakt eiseres niet aannemelijk. De heffingsambtenaar wijst in dit verband op de uitspraak van de Hoge Raad van 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1385 en op de motivering in het raadbesluit van de gemeenteraad Vlaardingen van 11 december 2025 [1] . Verkort weergegeven houdt die motivering van de gemeenteraad in dat hij zich bewust is van het mogelijke nadeel voor eigenaren en meent hij dat de beschreven maatschappelijke belangen zwaarder wegen. Eiseres heeft niet meer gereageerd op die motivering en heeft die motivering dus niet weerlegd.
4.4.
Slotsom is dat het is toegestaan dat onroerend goedeigenaren in de gemeente Vlaardingen ook in 2024 relatief duidelijk meer OZB moeten betalen dan in 2020.
Conclusie en gevolgen
5. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de aan eiseres opgelegde aanslag OZB in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar eventuele proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. J.I. Kamp, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Te lezen via