De werknemer trad in 2007 in dienst bij de gemeente Hoeksche Waard en werd op 9 oktober 2025 op staande voet ontslagen wegens het herhaaldelijk onjuist verklaren over de aard en omvang van haar nevenwerkzaamheden. De gemeente stelde dat zij zonder overleg een opdracht van 24 uur per week had aangenomen, terwijl zij slechts 8 uur had gemeld, en dat dit het vertrouwen ernstig had geschaad.
De werknemer erkende de opdracht, maar gaf als verklaring dat de werksfeer verstoord was en zij bang was haar nevenwerkzaamheden te moeten staken. De rechtbank oordeelde dat ondanks de moeilijke werksfeer de werknemer had moeten openbaren dat zij meer uren werkte dan gemeld en dat het herhaaldelijk verstrekken van onjuiste informatie een dringende reden voor ontslag opleverde.
De gefixeerde schadevergoeding aan de gemeente werd toegewezen maar gematigd tot de wettelijke ondergrens van één maand salaris, mede vanwege de lange diensttijd van bijna 18 jaar. De transitievergoeding en billijke vergoeding werden afgewezen omdat het gedrag van de werknemer ernstig verwijtbaar was. De proceskosten werden deels gecompenseerd en deels aan de werknemer opgelegd.