Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- producties 12 en 13 van [eiseres] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Partijen hadden een relatie en huurden samen een woning sinds februari 2025. Na beëindiging van de relatie ontstond een huurachterstand en spanningen, waarbij de gedaagde zijn betalingsverplichtingen niet nakwam.
In een eerdere procedure waren afspraken gemaakt over betaling van de huur en het verlaten van de woning per 1 september 2026, maar de gedaagde betaalde geen huur vanaf maart 2026 en loste de achterstand niet af. De eiseres vorderde ontruiming van de woning en betaling van de huur.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de eiseres bij exclusief gebruik van de woning zwaarder weegt dan dat van de gedaagde, mede vanwege het belang van het kind en de zorgverdeling. De gedaagde krijgt vier weken om te vertrekken en moet de helft van de huur betalen vanaf 1 maart 2026 tot vertrek.
De vordering tot uitschrijving uit de basisregistratie personen werd afgewezen omdat de gedaagde geen nieuw adres heeft. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde moet binnen vier weken de gezamenlijke huurwoning verlaten en de helft van de huur vanaf 1 maart 2026 betalen.