Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- producties 14 tot en met 17 van [de vrouw] ;
- de conclusie van antwoord met eis in reconventie, met producties 1 tot en met 25;
- de pleitnota van mr. Weermeijer-Patist.
3.De feiten
4.Het geschil
€ 9.000,- aan [de man] uit te keren, bij gebreke waarvan het in deze te wijzen vonnis voor medewerking/toestemming van [de vrouw] in de plaats treedt als had [de vrouw] die medewerking/toestemming verleend;
5.De beoordeling
uiterlijk 24 juli 2026de tijd krijgt om aan te tonen dat zij een financiering krijgt voor de overname van het aandeel van [de man] in de woning en dat [de man] kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheekschuld. [de vrouw] heeft toegezegd dat de akte van verdeling vervolgens ook zo spoedig mogelijk zal worden gepasseerd. Hiermee wordt voldoende aan het belang van [de man] tot spoedig ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid tegemoet gekomen. Als het [de vrouw] binnen de gestelde termijn niet lukt om “de financieringbelofte” te verkrijgen, moet de woning alsnog worden verkocht en zullen partijen conform de eerder gemaakte afspraken binnen twee weken een makelaar de opdracht geven voor de verkoop van de woning. [de man] heeft niet aannemelijk gemaakt dat als het [de vrouw] niet (binnen de gestelde termijn) lukt om de financiering rond te krijgen, zij niet zal meewerken aan verkoop en levering van de woning aan een derde. De voorzieningenrechter acht de vorderingen in reconventie dan ook te prematuur en wijst deze af.
6.De beslissing
3608/1729