Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijsoverweging en gedeeltelijke vrijspraak
primairen
subsidiairtenlastegelegde feit onder 1. Voor het
meer subsidiairtenlastegelegde feit onder 1 en het tenlastegelegde feit onder 2 moet de verdachte volgens de officier van justitie wel worden veroordeeld. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
primairen
subsidiairtenlastegelegde onder feit 1 is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachteIk ben toen richting [aangever] gereden, toen kwam ik denk ik [aangeefster] onderweg tegen. (…) Ik kwam ze tegen en ben verderop omgedraaid, ik probeerde ze in te halen zodat ze zouden stoppen.
meer subsidiairtenlastegelegde artikel 5 WVW Pro heeft veroorzaakt, moet worden vastgesteld of de verdachte zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt of kon worden veroorzaakt dan wel dat het verkeer op de weg werd gehinderd of kon worden gehinderd. Voor het oordeel dat door de overtreding gevaar is of kon worden veroorzaakt, is vereist dat sprake was van een reële kans op een ongeval. De omstandigheden van de plaats waar de gedragingen hebben plaatsgevonden en de aanwezigheid van andere verkeersdeelnemers zijn hierbij van belang.
meer subsidiairetenlastegelegde feit onder 2 heeft begaan.
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straffen
5.Vordering van de benadeelde partijen
primairen
subsidiairtenlastegelegde feit onder 1 en het onder feit 2 tenlastegelegde. Ten aanzien van het bewezenverklaarde
meer subsidiairefeit onder 1 kan de rechtbank op dit moment onvoldoende vaststellen in hoeverre de gevorderde schade is ontstaan door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen en hun vorderingen een nader onderzoek en een grondige beoordeling verdienen. De behandeling van de vorderingen levert daarom een onevenredige belasting van het strafproces op. De rechtbank verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] dus niet-ontvankelijk in de vorderingen. De vorderingen kunnen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
geldboete van € 500,- (vijfhonderd euro);
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
5 (vijf) dagen;
€ 250,- (tweehonderdvijftig euro), van deze geldboeteniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;