ECLI:NL:RBROT:2026:5496

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717321 / JE RK 26-612
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BWArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en trajectmachtiging uithuisplaatsing minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzoekt om verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot haar meerderjarigheid en om een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing binnen een voorziening voor netwerkpleegzorg en een jeugdhulpaanbieder. De minderjarige verblijft momenteel bij haar tante en oom (moederszijde), waar het goed met haar gaat. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag en tonen verbetering in hun situatie, maar het aanhoudende alcoholgebruik vormt nog steeds een bedreiging voor de ontwikkeling van de minderjarige.

Tijdens de zitting, waarbij de ouders, tante en vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren, is gebleken dat de minderjarige behoefte heeft aan meer zelfstandigheid en ondersteuning krijgt via kamertraining en KOPP-trainingen. De ouders willen dat de minderjarige weer thuis komt wonen, maar maken zich zorgen over de veiligheid en het kamertrainingscentrum. De tante bevestigt dat de minderjarige zich goed ontwikkelt in haar huidige woonomgeving.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en de trajectmachtiging zijn vervuld. De minderjarige ervaart rust en stabiliteit bij de tante en oom, terwijl de situatie bij de ouders onvoldoende stabiel is. De trajectmachtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling, die wordt verlengd tot 23 april 2027. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot haar meerderjarigheid en de trajectmachtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/717321 / JE RK 26-612
Datum uitspraak: 28 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Dordrecht,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] & [naam vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats],
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam tante] & [naam oom],
hierna te noemen: de tante en oom (moederszijde, mz), wonende in [woonplaats].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 30 maart 2016, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de ouders;
  • de tante (mz);
  • en vertegenwoordiger van de GI, [naam].
1.3.
De oom (mz) is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de oom (mz) wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] verblijft bij de tante en oom (mz).
2.3.
Bij beschikking van 16 mei 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 16 mei 2026. Tevens is bij die beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de tante en oom (mz) verleend tot 16 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot 23 april 2027. Ook verzoekt de GI een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige] binnen een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de tante en oom (mz) en vervolgens in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling te verlenen. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. Het gaat heel goed met [minderjarige] bij oom en tante (mz). Sinds het verzoekschrift is ingediend bij de rechtbank, gaat het ook beter met de ouders. Op dit moment gaat [minderjarige] een keer in de week naar de ouders en kan zij daar ook overnachten als zij dat wil. Dit verloopt goed. Er hebben zich na het indienen van het verzoekschrift geen incidenten meer voorgedaan. Twee weken geleden heeft er een evaluatiegesprek met de ouders en [minderjarige] plaatsgevonden en daar is afgesproken om de regeling zo te houden. Het is voor [minderjarige] belangrijk dat zij zich focust op haar examens. [minderjarige] gaf aan behoefte te hebben aan het opbouwen naar meer zelfstandigheid. Om die reden is zij aangemeld voor kamertraining bij EEV KTC+. Dinsdag 17 maart heeft de intake plaatsgevonden en [minderjarige] is op de wachtlijst geplaatst. Het kan ongeveer een half jaar duren voordat zij daar terecht kan. Daarnaast is [minderjarige] aangemeld voor de KOPP-trainingen van Yulius, zodat zij aanvullende hulp krijgt om haar krachtiger te maken en richtlijnen te krijgen voor als zij de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. [minderjarige] staat hier positief tegenover.
4.2.
De ouders brengen het volgende naar voren. De ouders willen dat [minderjarige] weer bij de ouders thuis komt wonen. De ouders doen hun best om te stoppen met drinken en dat gaat op dit moment goed. Zij gaan naar bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten (AA). De ouders willen niet dat [minderjarige] op een woongroep gaat wonen met andere kinderen. Dit is niet goed voor haar. [minderjarige] is nog maar zeventien jaar oud en hoort bij haar ouders te wonen. Ook maken de ouders zich zorgen over het feit dat [minderjarige] een bijbaan heeft in Sliedrecht en het kamertrainingscentrum van EEV daar niet in de buurt is. Als [minderjarige] in Sliedrecht blijft werken, moet zij alleen naar huis reizen en door onveilige straten rijden. De ouders maken zich hier zorgen over.
4.3.
De tante (mz) brengt het volgende naar voren. Het gaat goed met [minderjarige]. Zij is vrolijk en kan goed voor zichzelf op komen. [minderjarige] verblijft al een langere tijd bij de tante en oom (mz) maar dit kan niet voor altijd zo blijven. [minderjarige] wil graag de kamertraining volgen en haar eigen plek krijgen. Dit is een goede stap is voor [minderjarige], waar zij zich verder kan ontwikkelen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlening van de trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd als gevolg van het aanhoudende alcoholgebruik van de ouders. In het verleden is [minderjarige] langdurig blootgesteld aan overmatig alcoholgebruik binnen het gezin en heeft zij meerdere ingrijpende situaties meegemaakt. Hoewel het positief is dat de ouders AA-bijeenkomsten bezoeken, is er over de langere termijn niet zichtbaar sprake van een structurele verbetering in het alcoholgebruik. De afgelopen periode heeft de GI samen met de ouders en [minderjarige] een plan opgesteld met het doel om stapsgewijs toe te werken naar een thuisplaatsing bij de ouders. [minderjarige] is echter opnieuw meermaals geconfronteerd met het alcoholgebruik van de ouders. Hierdoor is de regeling aangepast en heeft [minderjarige] zelf de regie gekregen over wanneer zij bij de ouders wil blijven slapen. [minderjarige] heeft aangegeven dat zij de fijne momenten met haar ouders enorm waardeert, maar ze het ook moeilijk vindt om wekelijks voor de keuze te staan of ze wel of niet bij haar ouders zal slapen. De ouders zijn onvoldoende bereid om passende hulp te aanvaarden en zij zien onvoldoende in welke schade en stress het bij [minderjarige] oplevert wanneer zij hen dronken aantreft. Gelet op het feit dat [minderjarige] bijna meerderjarig is, moet worden nagedacht over haar toekomst. [minderjarige] ervaart rust en stabiliteit bij de tante en oom (mz) thuis en zij ontwikkelt zich daar goed. [minderjarige] kan echter niet voor altijd bij de tante en oom (mz) blijven wonen en de situatie bij de ouders thuis is niet stabiel genoeg gebleken. [minderjarige] is daarom aangemeld voor de kamertraining bij EEV KTC+. Verder is zij aangemeld voor de KOPP-trainingen van Yulius. Op die manier wordt zij ondersteund in haar ontwikkeling richting zelfstandigheid. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat zij bij de oom en tante (mz) blijft wonen totdat er een plek voor haar komt bij het kamertrainingscentrum. Zij kan daar verder leren omgaan met zelfstandigheid. De kinderrechter hoopt dat de ouders hun positieve lijn kunnen vasthouden. Dit zou [minderjarige] kunnen helpen in het maken van haar toekomstige keuzes.
5.3.
De ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot haar meerderjarigheid, op 23 april 2027. Nu het nog niet duidelijk is wanneer er een plek beschikbaar is bij EEV KTC+ zal de kinderrechter de trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de tante en oom (mz), gevolgd door een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Deze machtiging vervangt de machtiging van 16 mei 2025.
5.4.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 23 april 2027;
6.2.
verleent een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen een voorziening van netwerkpleegzorg, gevolgd door een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 28 april 2026 tot 23 april 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 12 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.