Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 31 december 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met een bijlage;
- de akte van Hef Wonen van 30 januari 2026, met een bijlage;
- de akte van Hef Wonen van 19 maart 2026.
Rechtbank Rotterdam
Stichting Hef Wonen vorderde ontbinding van huurovereenkomsten, ontruiming van het gehuurde en betaling van huurachterstand tegen gedaagde sub 1 en gedaagden sub 2. De procedure werd gestart na vermeende tekortkomingen van gedaagde sub 1 als huurder en een oplopende huurachterstand.
Echter, in een eerdere kort gedingprocedure waren afspraken gemaakt die de huurovereenkomsten beëindigden, het gehuurde werd ontruimd en Hef Wonen beschikte over een titel tot betaling van de huurachterstand. Hierdoor was de noodzaak voor een inhoudelijke behandeling in deze bodemprocedure komen te vervallen.
De kantonrechter verklaarde Hef Wonen niet-ontvankelijk in de vorderingen tegen gedaagden sub 2 wegens gebrek aan belang. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De overige vorderingen werden afgewezen. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de tekortkomingen van gedaagde sub 1 gegeven, zodat geen partij als in het ongelijk gesteld kan worden aangemerkt.
Uitkomst: Vorderingen tegen gedaagden sub 2 niet-ontvankelijk, proceskosten gecompenseerd, overige vorderingen afgewezen.