Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.COÖPERATIE JULER U.A.,
[naam 1],
3.
[naam 2],
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
6.
[naam 3],
7.
JULER B.V.,
1. De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord van CoJu, [naam 1] en [naam 2] met producties 1 tot en met 26;
- de incidentele conclusie houdende onbevoegdheid tevens (voorwaardelijke) conclusie van antwoord van Juler Luxemburg en Juler Cyprus met productie 1 tot en met 6;
- de mondelinge behandeling van 16 april 2026
- de pleitnota van [eiser 1] en [eiser 2] ,
- de pleitnota van Juler Luxemburg en Juler Cyprus
3.De feiten
Ultimate Beneficial Owners’ (UBO’s) zijn. Deze personen houden (via hun vennootschappen) de aandelen in Juler Cyprus, die op haar beurt aandeelhouder is van Juler Luxemburg, die op haar beurt aandeelhouder is van CoJu. [naam 1] en [naam 2] zijn [functionaris] van CoJu en Juler B.V. [naam 3] is [functionaris] van Juler Luxemburg en Juler Cyprus. Als [functionaris] van Juler Luxemburg is zij gezamenlijk bevoegd met de andere [functionaris] , Luxembourg Corporation Company S.A. en als [functionaris] van Juler Cyprus is zij gezamenlijk bevoegd met de andere [functionaris] , CCY Management Limited. De aandelen in Juler Cyprus worden gehouden door [eiser 1] , [eiser 2] , [naam 1] en 4 andere familieleden, allen via een doelvennootschap of ‘
special-purpose vehicle’ (SPV), en [naam 2] (rechtstreeks). [eiser 1] , [eiser 2] en [naam 1] houden ieder (via hun SPV) iets meer dan 20% van de aandelen in Juler Cyprus. [eiser 1] en [eiser 2] zijn (middellijk) [functionaris] geweest van CoJu.
1. [CoJu] will, as long as it is exposed to liability risks in relation to the EY and/or
As UBO, I strongly oppose any distribution of funds to the fund. (…) Per the (…) HWL-Agreement of 10 July 2023, section 1.a., I have the right to veto any distribution of funds. I elect to hereby exercise my veto-right and object to the distribution of any funds.”
in the form of a share premium repayment”direct uitgekeerd aan Juler Cyprus.
ex parte) vonnis een voorlopige voorziening getroffen. Deze houdt in dat het Juler Cyprus is verboden om de van Juler Luxemburg ontvangen gelden uit te keren. Het vonnis geldt tot dat een in Nederland gewezen vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Erfolgsort) (artikel 4 lid 1 Rome Pro II).
Erfolgsort-schade kan onder omstandigheden echter ook worden begrepen de plaats waar enkel de zuivere vermogensschade zich voordoet, zoals bij afgeleide schade het geval is. [5] Het oordeel dat de schade niet voor vergoeding in aanmerking komt is bovendien een materieel oordeel naar Nederlands recht, waar pas aan toe kan worden gekomen na vaststelling van het toepasselijke recht. Deze omstandigheden doen dan ook niet aan af aan het oordeel dat ingevolge artikel 4 lid 1 Rome Pro II Nederlands recht van toepassing is.
ex parte) vonnis bij wege van voorlopige voorziening heeft verboden dat enige uitkering van de momenteel onder Juler Cyprus aanwezige gelden plaatsvindt. Daaruit volgt ook dat een uitkering van de gelden op dit moment niet aannemelijk is, wat afbreuk doet aan het gestelde spoedeisend belang. Dat [naam 3] om opheffing van de hier bedoelde beslissing heeft verzocht, leidt niet tot een ander oordeel. Een prognose van de uitkomst van de procedure, en het moment daarvan, kunnen niet worden gegeven. Daar komt bij dat vooralsnog niet valt in te zien dat toewijzing van het verzoek de in 5.20 geschetste omstandigheden kunnen doen wijzigen.
will not distribute funds in excess of an amount that equals Coöperation Juler’s financial exposure in relation to such claims”.Dat betekent dat een vetorecht alleen kan worden ingeroepen als de voorgenomen uitkeringen ertoe zouden leiden dat het resterende vermogen van CoJu lager wordt dan het bedrag van de mogelijke aansprakelijkheid van CoJu met betrekking tot de vorderingen van EY op Cygne. De vraag die moet worden beantwoord is of voldoende aannemelijk is dat dit het geval is.
Tot slot betoogt [eiser 1] dat het memorandum van NautaDutilh achterhaald is door een tussenvonnis van de rechtbank Rotterdam uit 2024, waarin is geoordeeld dat EY beroepsfouten heeft gemaakt en dat EY daarvoor aansprakelijk is. Hoewel [eiser 1] kan worden toegegeven dat het memorandum dateert van voor de vonnisdatum, is het naar voorlopig oordeel nog steeds van waarde omdat het – voor zover partijen dat hebben toegelicht – een inschatting geeft van de (beperkte) omvang van de te betalen schadevergoeding in het geval EY aansprakelijk is.