Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verdere procedure
- de tussenbeschikking van deze rechtbank van 4 november 2025;
- de beschikking van deze rechtbank van 18 november 2025;
- het bericht met bijlage van de man van 11 november 2025;
- het bericht van de vrouw van 21 november 2025;
- het aanvullende verzoekschrift met bijlagen van de man van 11 februari 2026.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
2.De verdere vaststaande feiten
3.De verdere beoordeling
- een verklaring voor recht dat het ouderschapsplan is of zal worden vernietigd;
- wijziging van de Turkse echtscheidingsbeschikking van 16 juni 2020 of van het ouderschapsplan, in die zin dat de partnerbijdrage met ingang van
Wijziging Turkse echtscheidingsbeschikking of ouderschapsplan
The parents specifically agreed not to have a child support calculation made. They have mutually agreed that the father will contribute € 1500,- per month to Ali’s needs.” Naar de letter van het ouderschapsplan zijn partijen het bedrag van € 1.500,- per maand dus bewust overeengekomen. Dat wil echter nog niet zeggen dat de man ook bewust is afgeweken van de wettelijke maatstaven. De rechtbank betrekt daarbij de gegeven omstandigheden dat de man het door de vrouw opgestelde ouderschapsplan wat vluchtig, tussen de bedrijven van een kinderfeestje op de bowlingbaan door, heeft doorgelezen en ondertekend, zonder daarbij te zijn bijgestaan door een advocaat of mediator die hem heeft uitgelegd welk bedrag in overeenstemming is met de Nederlandse wettelijke maatstaven. De man wist dus niet wat het verschil was tussen die wettelijke maatstaven en het bedrag dat in het ouderschapsplan is overeengekomen. Er was dus geen sprake van een bewuste afwijking. Hooguit heeft de man het risico genomen van een forse afwijking, maar dat is niet hetzelfde als een welbewuste afwijking. De rechtbank zal de kinderbijdrage daarom herbeoordelen per 26 september 2023.
Behoefte
Draagkracht
Zorgkorting
Conclusie
The parties have expressly waived an alimoney calculation […]’.Op grond van dezelfde overwegingen als weergegeven in r.o. 3.29. vindt de rechtbank niet dat partijen daarmee bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven. Dat betekent dat er grond is om de partnerbijdrage te herbeoordelen.